De hellevaart van Julius Bosch; Kunsthistorische roman van Nicholas Salaman

Nicholas Salaman: The Garden of Earthly Delights. Uitg. Harper Collins, 465 blz. Prijs ƒ 51,85 (geb.)

Aan zijn gruwelijke fantasmagorische schilderijen is het niet direct af te zien, maar Hieronymus Bosch geloofde heilig in de onschuld van de mens en in een paradijs op aarde. Hij was lid van de Gemeenschap der Vrije Geesten, de Adamieten, die in pure naaktheid en vrije liefde probeerden terug te keren naar een menselijk bestaan van vóór Adam en Eva's zondeval. Op het triptiek De Tuin der Lusten verbeeldde de schilder niet de zondige zinnelijkheid zoals sommige kunsthistorici menen maar juist de liefde als religie. De Engelsman Nicholas Salaman schreef, uitgaand van deze laatste interpretatie, een overrompelende historische roman, The Garden of Earthly Delights.

's Hertogenbosch, in het jaar 1500: in de lente wordt een jongetje geboren uit een liefdesrelatie tussen een meisje en een getrouwde man. Het arme bastaardje, dat hun paradijselijke geluk heeft verstoord, wordt ondergebracht bij een liefdeloos slagersechtpaar. Omdat hij steevast moet braken van het slachtwerk krijgt hij een aanstelling als leerling bij Meester Bosch, die natuurlijk, maar dat is 465 bladzijden later, zijn vader blijkt te zijn geweest.

Salaman schildert de meester-leerlingverhouding tussen de oude Hieronymus Bosch en zijn bastaardzoon Julius op zo'n manier dat de onzichtbare banden tussen hen voelbaar worden: omdat de lezer weet heeft van hun familieband heeft het voortdurende afstoten en aantrekken, het beurtelings onderwerpen en vrijmaken een heel roerend effect. De geziene maar knorrige Bosch wijdt hem niet alleen in op het gebied van schildertechnieken, ook maakt hij hem vertrouwd met zijn wereldbeeld, dat hij zo verontrustend vereeuwigde op zijn doeken en panelen. Bij gebrek aan feitelijke gegevens over de schilder zijn kunsthistorici het al eeuwenlang oneens over de bedoelingen van zijn werken. Nicholas Salaman koos voor de omstreden interpretatie van Wilhelm Fränger, als zou Bosch met de Tuin der Lusten geen moraliserende - en dus voor een roman "saaie' - verbeelding van de hoofdzonde Begeerte hebben bedoeld, maar een Adamitische loftuiting op onbedorven seksualiteit.

De Religie der Liefde gaf Salaman reliëf door ertegenover een indrukwekkend credo van haat te plaatsen: de door hem verzonnen bastaardzoon van Bosch komt terecht in Rensburg (ofwel Munster), waar omstreeks 1533 een schrikbewind wordt gevestigd door Hollandse en Friese Wederdopers. De afkeer van religieus fanatisme die Fränger Bosch toeschreef heeft Salaman hier uitgebuit. Eerst is het ongeduldig wachten op een ware, Boschachtige hel vol verschrikkingen. Die komt er echter onafwendbaar aan. Langzaam, de spanning opbouwend, doorloopt hij de stadia van het Duizendjarig Rijk dat de Wederdopers dachten te vestigen, precies zoals na 1933 weer andere fanatici: gekonkel, intriges, verraad, een machtsgreep, onderdrukking van tegengeluiden, het zaaien van achterdocht en angst, moord, en tenslotte een grotesk ontaard misbruik van macht en mensen.

De schrijver verzon niet alleen bastaardzoon Julius Bosch, hij laat zijn vader hem ook nog een ongenadig moeilijke opdracht geven. Julius moet een onaf gebleven stukje van de Tuin der Lusten (dat ook wel "Millenium' wordt genoemd) voltooien. Het gaat om een deel van het rechter paneel, de Hel, en Julius moet eerst zelf met de rest van Rensburg een verschrikkelijke hel doorstaan voordat hij bij machte is de lege plek te beschilderen. Salaman haalt hier onorthodoxe, maar binnen de roman volmaakt geloofwaardige kunsthistorische capriolen uit.

Hoewel twijfel, angst, wraak, machtswellust en wreedheid hoofdmotieven zijn in The Garden of Earthly Delights valt er ook nog te lachen. Om de kruiperigheid en hielenlikkerij bijvoorbeeld, en om de manier waarop ascese geleidelijk aan omslaat in zwelgen en veelwijverij, en gemeenschap van goederen (daar is die andere met harde hand gehandhaafde ideologie!) ontaardt in alles voor enkelen en niets voor velen. Door een slimme meid wordt Julius het huwelijk ingeluisd ("a nightmare beyond the brush of Bosch'), en het hele boek door valt te genieten van het in wezen goedmoedige getreiter van Blommardine Duynstee - die het uit zucht naar avontuur en door drugs gestimuleerde geilheid aanlegt met haar mans ergste vijanden. Zij regelt en vertroetelt als een Maria Magdalena de harem van de Koning (Paul Uitwaarden, een vijandje uit Julius' jeugd), hij is net als zijn vader verliefd op een andere vrouw, dochter van een generaal en later de Koningin, bij wie hij in Ware Liefde een kind verwekt. Dat in december aan alle, zonder uitzondering "red-faced' soldaten en het murwe volk wordt getoond als de Messias.

Nicholas Salaman, die eerder een roman schreef over de krankzinnig geworden kunstenaar Franz Xaver Messerschmidt, heeft niet zozeer historische en kunsthistorische feiten vervormd als wel schaarse gegevens aangevuld met zijn eigen rijke fantasie tot een fabuleuze (kunst)historische roman. Zijn stijl past hij soepel bij de situatie aan; sober waar armoe en kou beschreven wordt, barok waar de leiders, van Romeinse allure, zich verlustigen - "Ah, this would shiver the fat-bellies and shudder the shanks of the thin.' Salaman is zo vaak sardonisch over religieuzen dat zijn zeldzame positieve woorden over de roomskatholieken vanzelf ook met een korrel zout genomen moeten worden.

    • Margot Engelen