COLIN POWELL; Aanbeden expert in succes

WASHINGTON, 1 OKT. Met eresaluten van straaljagers en exercerende troepen heeft de voorzitter van de chefs van de gezamenlijke staf, generaal Colin Powell, gisteren in Fort Myer bij Washington voor de laatste maal afscheid genomen van zijn Pentagon. President Clinton en voormalig president Bush hebben hem uitbundig geprezen. 's Morgens was hij al op het Witte Huis ontvangen voor een ontbijt. Later op de dag kreeg hij de Medal of Freedom. En bij zijn eigen toespraak over zijn leven pinkten veel toehoorders een traantje weg. “Ik herinner me nog goed dat mijn vader me in New York uitzwaaide, toen ik in de bus op weg ging naar Fort Bragg, in North Carolina”, zo memoreerde hij het begin van zijn 35-jarige militaire loopbaan.

De afscheidsfeesten en huldigingen met eindeloze lofredes hebben bijna een volle maand geduurd voor deze zwarte topmilitair die populairder is dan president Clinton. Powell heeft inmiddels een uitpuilende prijzenkast van medailles, plaques en andere trofeeën. De gevierdheid van de generaal is opmerkelijk in een land dat juist de aandacht heeft afgewend van militaire zaken. Het getuigt van heimwee naar dat laatste oorlogje in de Golf, waarin Amerika nog eenmaal de triomferende supermacht mocht zijn zonder te hoeven denken aan binnenlandse kwellingen.

Als overwinnaar is generaal Colin Powell verheven tot orakel. De Amerikanen zien hem nu als expert in succes in het algemeen en ze hangen aan zijn lippen voor raad over de meest uiteenlopende onderwerpen, van ondernemen tot regeren. Nu hij gisteren zijn uniform voor de laatste keer heeft uitgetrokken, kan hij zich over deze niet-militaire zaken uitspreken. Amerika zou Amerika niet zijn, als Powell deze status niet zou kunnen verzilveren. Hij krijgt behalve zijn militaire pensioen van 83.000 dollar per maand zes miljoen dollar voor het schrijven van zijn memoires en 60.000 dollar voor iedere toespraak die hij geeft. Grote concerns verdringen zich om zijn illustere naam in hun lijst van commissarissen te kunnen opnemen.

Politiek begaafd als hij is, schroomt hij niet om zijn populariteit een handje te helpen. Deze week is er een tweede biografie over hem uitgekomen onder de naam "Sacred Honor', geschreven door zijn vroegere trouwe medewerker in het Pentagon, David Roth. Powell had de vrije hand in deze publikatie, want hij mocht schrappen en wijzigen wat hij wilde. De verschijningsdatum valt samen met zijn pensioen. Tegen de tijd dat zijn memoires verschijnen, ligt het al in de ramsj. Terwijl Powell afgelopen dinsdag de National Press Club in vol ornaat toesprak, reikten helpers de biografie uit aan toehoorders.

In de bijna hysterische aanbidding voor de generaal schuilt ook een gevaar. Het Amerikaanse publiek is snel verveeld en ziet graag iemand van grote hoogten naar beneden tuimelen. Door een paar verkeerde bewegingen zou Powell kunnen uitglijden. Dat overkwam voormalig president Reagan, toen hij voor twee miljoen dollar een lezing gaf in Japan. Reagans duur betaalde memoires waren een flop voor de uitgever en lagen binnen korte tijd in de ramsj.

Maar Powell is zich bewust van het slipgevaar. Bovendien is hij een symbool voor integratie. Voor zwarten is hij, opgegroeid in de Bronx in New York, een voorbeeld van mogelijk professioneel succes. Blanke Amerikanen eren in hem raciale harmonie zonder positieve discriminatie of quota. Zijn succes zou erop duiden dat alles is vergeten en vergeven. Als zoon van Jamaicaanse immigranten heeft hij een grotere distantie tot de rassenverhoudingen dan veel van de afstammelingen van slaven, die vier eeuwen geleden onvrijwillig het land werden ingesleurd. Toch is hij zich welbewust van zijn unieke situatie, want ook hij heeft tijdens zijn militaire opleiding in South Carolina de segregatie buiten de legerbasis meegemaakt. In de integratie was de landmacht verder dan de rest van de samenleving en gisteren wenste hij dat “alle delen van de samenleving voor jonge mensen die uit minderheden komen, hetzelfde doen wat de landmacht vele jaren voor hen heeft gedaan”.

Tot nog toe werden dergelijke uitspraken altijd gedekt door de onpartijdigheid van zijn uniform. “Ik ben heel mijn leven een soldaat geweest en dat is alles wat ik altijd wilde zijn”, zei hij voor de National Press Club. “Niemand weet tot welke partij ik behoor. Er is totale verwarring over wat mijn politieke filosofie al of niet zou kunnen zijn. Zo hoort het ook bij alle militaire officieren. Het is een deel van onze code.” Wat hij in de toekomst zou willen doen, weet hij nog niet. “Ik hoop dat ik iets kan doen in dienst van de natie. Of het politiek zal zijn of niet, valt te bezien”, zei hij.

Zowel Democraten als Republikeinen willen hun gelederen met hem versterken. Hij is anders dan veel hoge militairen een gloedvol spreker die emoties op een overtuigende manier kan overbrengen. Republikeinen dromen zelfs van Powell als presidentskandidaat. Een andere populaire generaal, Dwight Eisenhower, werd in 1952 de Republikeinse kandidaat, nadat hij een aanbod tot de Democratische kandidatuur had afgewezen, en hij haalde twee termijnen als president. Maar toen “Ike” werd verkozen was de oorlog in Zuid-Korea nog in volle gang. Zijn presidentiële periode viel samen met een escalatie van de Koude Oorlog. Als Powell nu zou willen meedoen aan de verkiezingen, zou hij het - anders dan in de jaren vijftig - met vele andere kandidaten in de voorverkiezingen publiekelijk moeten uitvechten en dan ook nog om hoofdzakelijk economische kwesties. Het is een vernederende procedure waarbij ook grote persoonlijkheden op dwergen lijken.

Zoals hij zelf zegt, is hij politiek moeilijk te plaatsen. Hij heeft grotere betrokkenheid met arme zwarten en minderheden dan veel Republikeinen maar anderzijds was hij aanvankelijk tegen Clintons plan tot het aanvaarden van openlijke homoseksuelen in de krijgsmacht. Aanvankelijk was hij ook tegen de door Clinton geplande bezuinigingen op defensie, later heeft hij zich er toch mee verzoend.

De Republikeinen hebben hem “ontdekt”. Na het Iran-contra-schandaal werd hij veiligheidsadviseur op het Witte Huis gedurende het laatste jaar van president Reagan. In de moeilijke omstandigheden wist hij vaardig te opereren. President Bush benoemde hem in 1989 tot voorzitter van de gezamenlijke staven van het Pentagon. Die post was door een nieuwe wet verzwaard van die van primus inter pares onder de krijgsmachten tot krachtige baas. Minister van defensie Les Aspin heeft gezegd dat na Powell “de baan van voorzitter nooit meer hetzelfde zal zijn”. Powell werd gezien als een “politieke generaal”, iemand die via een politieke zijweg was binnen gekomen. Als voorzitter moest hij meteen aan het werk voor de invasie in Panama.

Zijn blijvende erfenis is de "Powell-doctrine' die zeer zware voorwaarden stelt aan een beslissing tot Amerikaans militair ingrijpen. Het is een poging om te voorkomen dat Amerika zonder steun van de kiezers in een onvoorzien militair avontuur geraakt. Als gedecoreerd Vietnam-veteraan heeft hij daar slechte ervaringen mee. Er moet een duidelijk eind zijn aan een vredesoperatie en een oorlog moet met een overweldigende overmacht kunnen worden gewonnen.

Na de problemen met vredesoperaties zoals in Somalië heeft ook Clinton zich ten dele bekeerd tot de visie van zijn voormalige topgeneraal. In Clintons toespraak voor de Verenigde Naties afgelopen maandag waren elementen van de oorspronkelijke Powell-doctrine te herkennen zoals de vraag of er een voorzienbaar einde is aan de Amerikaanse militaire inzet. Powell had zelfs zijn twijfels over de Golfoorlog. Die uitte hij voor de oorlog begon tegenover journalist Bob Woodward in een vraaggesprek voor diens boek. Zo kon hij zich publiekelijk indekken tegen eventueel verlies. Uiteindelijk werd hij een nationale held. En zo gaf hij als zwarte topgeneraal een therapie voor de trauma's van de jaren zestig: de strijd tegen de segregatie en de Vietnam-oorlog.

    • Maarten Huygen