Borst en hart opengescheurd; Mexicaanse schilderes Frida Kahlo in Den Haag

Larmoyante verhalen over arme, ziekelijke vrouwen die door hun echtgenoten worden bedrogen doen onrecht aan het werk van kunstenaressen als Frida Kahlo of Sylvia Plath. Op de tentoonstelling in het Paleis Lange Voorhout is te zien dat Frida Kahlo zich voor meer uitdrukkingsvormen interesseerde dan de primitieve waar ze over het algemeen mee vereenzelvigd wordt.

Frida Kahlo - La Casa Azul. Museum Paleis Lange Voorhout, Den Haag. T/m 21 nov. Di t/m zo 11-17u. Catalogus ƒ 19,50 en ƒ 59,-.

Eén scène op een schilderij van Frida Kahlo is zo gruwelijk dat het bloed zelfs op de houten lijst is gespat. Er is een vrouw afgebeeld die zojuist door een man met dolksteken om het leven is gebracht. Unos Cuantos Piquetitos! - "Een paar kleine steken' staat als toelichting boven de voorstelling op een banderol.

Op de tentoonstelling van deze Mexicaanse kunstenares in Museum Paleis Lange Voorhout in Den Haag hangt in de buurt van dit werk het Henry Ford Hospital (1932). Ook op dit schilderij ligt een naakte vrouw op een bed in een plas bloed. Het is Frida zelf: het schilderij ontstond na een miskraam in een ziekenhuis in Detroit. Rode linten verbinden als een soort navelstrengen haar buik met voorwerpen die de miskraam symboliseren, zoals een foetus, een bekken, een orchidee en een slak die volgens Kahlo de traagheid van de gebeurtenis karakteriseerde.

"Frida is in de kunstgeschiedenis het enige voorbeeld van een kunstenaar die haar borst en hart openscheurde om de biologische waarheid van haar gevoelens te onthullen', schreef de communistische muurschilder Diego Rivera eens over zijn vrouw. Wie bij het televisiejournaal automatisch zijn hoofd afwendt als oorlogen en andere slachtpartijen in beeld komen of op ziekenbezoek liever niet geconfronteerd wordt met wonden, littekens of enge verhalen over operaties, heeft nu waarschijnlijk al besloten om deze expositie maar over te slaan. Dat zou jammer zijn, want ook al keerde Kahlo zichzelf soms letterlijk binnenstebuiten, haar kunst behelst meer dan een openhartig verslag van een veelbewogen leven.

Vooral na lezing van de uitputtende biografie van Hayden Herrera die vorig jaar in Nederlandse vertaling bij uitgeverij Contact verscheen, is de verleiding groot om de rest van deze bespreking te wijden aan kleurrijke verhalen over deze uitzonderlijke vrouw. In het kort toch iets daarover. Frida Kahlo (1907-1954), de dochter van een fotograaf van Duits-Hongaarse afkomst en een half Indiaanse moeder, was op achttienjarige leeftijd slachtoffer van een ernstig busongeluk. Ze liep verschillende fracturen op en een ijzeren leuning doorboorde haar bekken en vagina waardoor ze geen kinderen meer kon krijgen. Haar leven was een martelgang van operaties, miskramen, orthopedische korsetten en tenslotte, in 1953, de amputatie van haar rechterbeen. Kahlo was een exotische schoonheid met doorgegroeide wenkbrauwen en een bijna onzichtbaar, donzig snorretje. Om haar invaliditeit te camoufleren droeg zij vaak het traditionele kostuum van de Tehuanas, vrouwen uit het zuiden van Mexico die bekend zijn om hun onafhankelijkheid. Met haar lange rokken, geborduurde blouses en sieraden was zij een opvallende verschijning. In 1939 inspireerde zij tijdens een bezoek aan Parijs modeontwerpster Elsa Schiaparelli tot een robe Madame Rivera - haar hand vol ringen verscheen volgens Herrera op de omslag van Vogue.

Het huwelijk van Frida met de veel oudere Rivera was nogal turbulent. Hij was groot, dik en een gevierde schilder, zij was klein en toen nog een onbekende autodidact. In 1940 traden ze na een scheiding voor de tweede keer in het huwelijk. Op de tentoonstelling in Den Haag is een foto te zien van twee aardewerken klokken met de data van scheiding en hertrouwen. Behalve deze opname zijn er veel foto's van het echtpaar, van Frida op haar doodsbed en van het geboorte-en woonhuis, La Casa Azul, in Coyoacan (een buitenwijk van Mexico-City) waar nu het Kahlomuseum is gevestigd.

Hemelbed

Op de binnenplaats van dat Blauwe Huis staat nog altijd een kleine Mexicaanse piramide met een verzameling pre-columbiaanse beelden en planten. Binnen is alles nog ingericht zoals het was: het onvoltooide portret van Stalin op de schildersezel en de foto's van Mao geven blijk van de revolutionaire politieke gezindheid van de voormalige bewoners. In de serre van het Haagse paleisje is achter vitrage een replica opgesteld van Kahlo's hemelbed met spiegel. Voor het gordijn staat een van haar gipsen korsetten, beschilderd met hamer-en-sikkel en foetus. Kleding en juwelen van Kahlo, pre-columbiaans aardewerk en retablos die zij verzamelde, completeren het beeld. Met de meer dan levensgrote, kleurig beschilderde en uitgedoste skeletten van papier-maché die in Allerzielenoptochten werden meegevoerd, geven zij een indruk van de Mexicanidad waarvan haar werk doortrokken is.

Vooral de retablos, kleine ex-voto schilderingen op tin die na een wonderbaarlijke genezing in de kerk werden opgehangen, zijn de moeite van het bekijken waard. De primitieve directheid van de voorstellingen en de manier waarop teksten werden gebruikt hebben Kahlo zichtbaar geïnspireerd. Het Henry Ford Hospital en de dolksteken zijn bijvoorbeeld ook op tin geschilderd. Terwijl sommige vroege portretten van jeugdvrienden nog gewoon onhandig zijn geschilderd, maakte zij later bewust gebruik van naïeve uitdrukkingsvormen. Tegelijkertijd heeft Kahlo een eigen, persoonlijke iconografie ontwikkeld waarin de dualiteit van dood en leven, zon en maan, kale, onvruchtbare landschappen en weelderige plantengroei een belangrijke rol spelen. Haar stillevens van tropische vruchten en planten zijn onverbloemd erotisch.

Aan bed gekluisterd schilderde Kahlo veel zelfportretten, die mij door hun gesloten, strenge verschijningsvorm soms even aan de zelfportretten van Charley Toorop deden denken. Op het schilderij Sin Esperanza (1945) is op plastische wijze het gevoel van wanhoop verbeeld dat haar liggend in bed overviel. In één bloederige klont van dode kalkoenen, vissen, varkens, worsten en een doodshoofd spuwt zij die wanhoop op de schildersezel boven haar. De celdelingen die in tere kleuren op het dekbed zijn geschilderd, lijken toch weer nieuw leven te symboliseren.

Hoewel de primitieve kant bij Kahlo het sterkst op de voorgrond treedt, blijkt bijvoorbeeld uit het portret van de jonge dichter Miguel Lira (1927) dat ontwikkelingen van de moderne kunst zoals kubisme en collage haar wel degelijk ook interesseerden. Op bezoek in Mexico was André Breton enthousiast over het magische karakter van haar werk. Kahlo voelde er echter weinig voor om zich bij de surrealisten aan te sluiten, omdat zij geen droomwereld wilde schilderen, maar haar eigen werkelijkheid. Toch lijkt het of zij in Het kuiken (1945) een niet erg geslaagde poging doet om net als Max Ernst de natte verf met papier te dbedekken en dat er vervolgens weer af te trekken (decalcomania). Ook op andere schilderijen is zij minder "naïef' dan men op het eerste gezicht misschien denkt. Het mooie portret van een breiende, oude vrouw voor een wirwar van cactussen en bloemen herinnert aan La Berceuse van Van Gogh. Op de overeenkomst tussen de Dode Dimas (1937), het ontroerende portret van een gestorven jongetje dat op een strooien matje ligt en de sterk verkort weergegeven dode Christus van Andrea Mantegna is al eens gewezen.

In de jaren zeventig en tachtig heeft, vooral dankzij het feminisme, de persoon Frida Kahlo mythische vormen aangenomen. Net als bij de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath rijst de vraag of die waardering niet meer voortkomt uit de tragische levensloop van de kunstenaar dan uit het werk. Toch doen de larmoyante verhalen over arme, ziekelijke vrouwen die door hun echtgenoten worden bedrogen aan het werk onrecht. Deze kleine tentoonstelling biedt de gelegenheid om te zien hoe bij Kahlo kunst en leven op een heel eigenzinnige manier verstrengeld zijn. De weg die zij gekozen heeft is link: soms raakt zij het spoor bijster en dreigt een soort Bouquet-reeks tragiek, maar meestal overtuigt zij door het bijzondere evenwicht tussen persoonlijk drama en artistieke verbeelding.

    • Din Pieters