Boren leidt altijd tot aantasting van de Waddenzee

In december zal de Tweede Kamer besluiten over het boren naar gas in het oostelijk deel van de Waddenzee. Uit de discussie die tot nu toe is gevoerd blijkt dat deskundigen geen belangrijke negatieve effecten van gasboringen voor het Waddengebied verwachten (NRC Handelsbad, 9 september). Er wordt vooral gesproken over de effecten van te verwachten bodemdaling, de wijze waarop het ontstane zandtekort kan worden aangevuld en de bescherming van kwelders. Voor andere mogelijke schade, zoals verstoring en vervuiling door booractiviteiten is echter veel minder aandacht.

De bescherming van de Waddenzee is vastgelegd in nationale en internationale verdragen. Internationaal heeft de Nederlandse regering het Esbjerg-verdrag, tussen Denemarken, Duitsland en Nederland, ondertekend en geratificeerd, landelijk is de Planologische Kern Beslissing (PKB) opgesteld. Uit deze overeenkomsten is het zogenaamde "voorzorg-principe' afkomstig. Dit stelt dat bij twijfel aan de mate van aantasting van een ecosysteem de natuurbelangen voorrang dienen te krijgen.

Welnu, boren leidt altijd tot aantasting van de Waddenzee, al is het onzeker in welke mate. Het gaat dan niet alleen om onzekerheid over de effecten van bodemdaling. De effecten van verstoring door scheepvaart, affakkelen van de gassen en de aanleg van boortorens zijn moeilijk vooraf te schatten, temeer daar informatie over de exacte boorlokaties en de hoeveelheid uit te voeren boringen niet beschikbaar is.

Op 8 september werd in Amsterdam een deskundigendenbat gehouden over bodemdaling als gevolg van gaswinning in de oostelijke Waddenzee. Dit debat richtte zich vooral op de effecten van bodemdaling op zeestromingen en zandtransport in de oostelijke Waddenzee, en op de kwelders langs de kust van Friesland, Groningen en de Waddeneilanden. Er wordt voorspeld dat de aanvoer van sediment uit de Noordzee de zandtekorten door bodemdaling zal aanvullen. Onderzoek van het Instituut voor Bos- en natuurbeheer, in opdracht van de NAM, wees uit dat er mogelijk extra maatregelen nodig zijn om de kwelders te kunnen handhaven.

Wij hebben zo onze twijfels over de betrouwbaarheid van de voorspellingen over bodemdaling en zandtransport. Er zijn te weinig gegevens om betrouwbare voorspellingen over bodemdaling te doen en het uitgevoerde onderzoek is nog niet gepubliceerd. Waar gegevens ontbreken, worden in de ontwikkelde modellen aannames gebruikt. Kleine onzekerheden in deze aannames kunnen tot grote verschillen in uitkomsten leiden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat voorspellingen die op grond van een model worden gedaan regelmatig de plank mis slaan. Een voorbeeld is het afsluiten van de Oosterschelde. Er werd voorspeld dat door grotere stroomsnelheden zand aan de zeekant van de Zeeuwse eilanden zou verdwijnen. Het tegenovergestelde gebeurde: er kwam zand bij, waardoor nieuwe getijdegebieden ontstonden langs de kust.

Bovendien zijn gegevens over de aanvoer van zand uit de Noordzee grotendeels gebaseerd op onderzoek in de westelijke Waddenzee. De oostelijke Waddenzee is veel rustiger en slibrijker dan het westen, de twee delen kunnen niet zomaar met elkaar vergeleken worden.

Ten slotte lijken de effecten op het ecosysteem van de Waddenzee gereduceerd te worden tot effecten op de kwelders. Uitspraken over effecten op andere delen zijn niet onderbouwd door gegevens. Hier zou nu juist wel onderzoek naar verricht moeten worden. We noemen in het kort een aantal effecten die op zouden kunnen treden.

Een mogelijkheid is dat door veranderde stromingen de zand/slib-verhouding voor bepaalde tijd zal veranderen. Het effect hiervan op de vestiging van jonge bodemdieren en op dieren die van deze bodemdieren leven, zoals vogels, is niet onderzocht. Bodemdaling leidt tot verlies van oppervlakte van de bij eb droogvallende zandplaten. Er is weinig bekend over de gevolgen van dit plaatverlies voor vissen, zeehonden, vogels en bodemdieren. Als de platen kleiner worden is er minder ruimte voor vogels om voedsel te zoeken. Op dit moment is niet bekend in hoeverre vogels dit verlies kunnen compenseren door efficiënter voedsel te zoeken, maar er zijn aanwijzingen dat dit in bepaalde tijden van het jaar niet lukt.

Een van de plaatsen waar de NAM bodemdalingsgebieden op de kaart heeft getekend is het wad ten oosten van Griend, een zeer belangrijke plaats waar vogels voedsel zoeken. Voor het eerst in 29 jaar waren er in 1992 nauwelijks kanoetstrandlopers rond het eiland Griend, normaal een van de talrijkste trekvogels. Dit viel samen met een opmerkelijke afname van de hoeveelheid prooidieren in de bodem. Welk extra effect heeft gaswinning op deze kwetsbare lokatie?

Gaswinning zal een in ieder geval een extra belasting vormen, naast de reeds grote druk op het waddenecosysteem door de intensieve kokkel- en mosselvisserij, zandwinning, militaire activiteiten en vervuiling uit de rivieren, de Nederlandse kustwateren en het Eems-Dollard-gebied.

Een weloverwogen besluit dient te worden gebaseerd op relevant onderzoek. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de gevolgen van gaswinning op Ameland en in Slochteren op kwelders, plantengroei en verlies van plaatoppervlakte in de Waddenzee. Het lopende onderzoek dient eerst te worden afgerond en gerapporteerd, voordat een besluit wordt genomen. Daarnaast zou er breder onderzoek naar effecten van bodemdaling op bodemdieren, vissen, vogels en zeehonden dienen te worden uitgevoerd.

Zoals Hans Altevogt van Greenpeace op 22 september op de Opiniepagina al naar voren bracht, is het voor onze energievoorziening niet noodzakelijk dat de beperkte gasvoorraad in de Waddenzee wordt aangeboord. Deze activiteiten zijn in strijd met nationale en internationale bepalingen en met politieke uitspraken enige jaren geleden. De politici dienen nu de afweging te maken of het toelaatbaar is in de Waddenzee nieuwe schadelijke activiteiten te starten en directe economische belangen voorrang te geven. Zij behoort zich er van bewust te zijn welke internationale en nationale verantwoordelijkheid zij draagt ten aanzien van de bescherming van dit natuurgebied, gezien het belang van de Waddenzee als kraamkamer van vis in de Noordzee en rust- en voedselgebied voor trekvogels. Als het een ontwikkeld land als Nederland niet lukt om op een verstandige wijze om te springen met een van de belangrijkste grensoverschrijdende natuurgebieden ter wereld, hoe kan zij dan serieus trachten een toonaangevende rol te spelen in een wereldwijde milieu- en natuurbescherming?

    • Maria van Leeuwe
    • Arjen Boon