Als particulieren gaan bekeuren spekken de gemeenten hun kas

Is het uitdelen van parkeerboetes of het wegslepen van auto's een overheidstaak of mag dat worden uitbesteed aan een particuliere organisatie? Het nieuwe bedrijf Parcon wil de handhaving van parkeervoorschriften overnemen van de politie en is daarover met verschillende gemeenten in onderhandeling. Het gevaar dreigt dat politiewerk wordt gecommercialiseerd en niet langer politiek controleerbaar is.

Parkeer Controle Nederland BV (Parcon) doet gemeenten een aantrekkelijke offerte om hun parkeerbeleid uit te voeren. Die hebben daar wel oren naar. Er zit duidelijk een gat in de markt. De consequentie is dat de medewerkers van het particuliere bedrijf een aanstelling moeten krijgen als onbezoldigd opsporingsambtenaar. Dan kunnen zij zonodig processen-verbaal schrijven tegen foutparkeerders. En meer dan dat: wielklemmen aanleggen, foutgeparkeerde auto's laten wegslepen en parkeerboetes innen. Politiewerk. En dat door particulieren?

Het ministerie van justitie zal wel opleidingseisen stellen en een klachtenregeling eisen, maar dat maakt de omslag er niet minder op. “Opsporingsbevoegdheid voor particulieren is uit den boze”, verklaarde de vorige minister van justitie Korthals Altes in mei 1989 in het blad van het beveiligingsbedrijf Randon dat nu uitgerekend de grote gangmaker achter Parcon BV is. Tot dusver leek dat ook het gevoelen van de beveilingsbranche: “Wij willen helemaal geen politieman zijn. Een bewaker is iets heel anders dan een politieman. Wel kunnen wij de politie aanvullen en assisteren”, aldus voorzitter J.W. Wegstapel van de Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties (VPB) vorig jaar in het blad De Werkgever.

Vooral de opleiding is minder eenvoudig dan het lijkt, want de particuliere beveiligingsbranche neemt er van oudsher genoegen mee dat de werknemers bij hun werk cursussen volgen. Het verloop wordt echter schrikbarend groot genoemd, en wordt een aanzienlijk aantal particuliere beveiligers in feite ongediplomeerd op het publiek losgelaten. En dat publiek ziet toch al weinig verschil tussen particuliere en reguliere politie.

Het initiatief van Parcon raakt nog een andere gevoelige snaar. Particuliere veiligheidsbedrijven hebben een andere doelstelling dan de overheid. Zij “dienen het het belang van hun cliënten”, zoals mr. B. Staal, directeur van Randon, het met prijzenswaardige helderheid heeft uitgedrukt. Er dreigt met andere woorden een commercialisering van de basispolitiezorg, ook al voegde Staal er aan toe “dat "beveiliging' een produkt is waarop niet uitsluitend het marktmechanisme kan worden losgelaten. Ons produkt moet politiek controleerbaar zijn”.

Natuurlijk is Parcon niet zo cru dat het een aandeel van de omzet eist. Het gevaar zit bij de klant, de politiek, de gemeenten. Traditionele doelstellingen als het bevorderen van verkeersveiligheid en de toegankelijkheid van steden zijn bezig ingehaald te worden door de ontdekking van het parkeerbeleid als melkkoe. “Het lijken soms wel roofridders”, is desgevraagd de reactie van de Amsterdamse hoogleraar politierecht dr. J. Naeyé (Vrije Universiteit).

De minister van justitie geeft overigens zelf het slechte voorbeeld. Hij maant het Openbaar Ministerie het aantal bekeuringen voor snelheidsovertredingen met een derde op te voeren tot vierhonderdduizend. Het geld voor de tweeduizend cellen extra die hij toezegde moet kennelijk ergens vandaan komen. Eerder gebruikte Naeyé's naaste collega mr. T.M. Schalken (strafrecht) in dit verband al de term "premiejagen'. Ondanks alle vrome woorden telt niet zozeer de kwaliteit van de rechtshandhaving als de incasso. Dit is een gevolg van de Wet-Mulder over administratieve afhandeling van verkeersovertredingen waarbij de politie in feite de boete oplegt. En straks dus Parcon. De Wet Mulder is een kassucces, maar wordt het ook veiliger in het verkeer?

De beeldspraak van de beide hoogleraren is kras, maar historisch gezien nog niet eens zo gek. De afkoop van strafbare feiten heeft een slechte naam. De “compositie” (wat wij zouden noemen schikking of transactie) in handen van schout of baljuw was eeuwenlang een bron van uitzuiging en afpersing. Pikant detail: de mensen vroegen er vaak zelf om uit onbekendheid met (of vrees voor) de echte rechtsgang. Thans gaat het om kleine en massale zaken, de zogeheten "bulkzaken', maar hun betekenis voor de verkeersmentaliteit moet niet worden onderschat. En de druk omzet te maken ten koste van de normhandhaving neemt alleen maar toe naarmate de te verwachten inkomsten alvast worden ingeboekt op de begroting, of het nu die van Justitie is of van een gemeente.

Als het goed is heeft de politie de intentie dat er zo min mogelijk overtredingen gebeuren. Maar dat is bezig te veranderen. Er worden al voorbeelden genoemd van gemeenten die een belang hebben bij een parkeergarage en de parkeerverboden in de omgeving opschroeven - of in de buurt van grote supermarkten, waar het makkelijk vangen is. Parcon levert het sluitstuk. De kneep zit hem er volgenms Naeyé in dat het parkeren bewust wordt geïsoleerd uit de verkeersrechtshandhaving. Hij spreekt van “een gesloten circuit”. Daartoe wordt bijgedragen door fiscalisering van de parkeerboete, waardoor deze wordt omgezet in een heffing, en daarin past de aparte parkeerdienst. Uitbesteding vormt het sluitstuk.

Zo raken de verhoudingen al gauw zoek. Naeyé: “de boete voor wegslepen lijkt wel op die voor verboden wapenbezit”. Hogere politie-echelons willen ook wel bevestigen dat de wegsleepregeling voor onduidelijkheid zorgt: “is hij er nu om de hoge kosten van het bureau Wegslepen te bestrijden of om de vrije doorgang op de weg te waarborgen?” In deze kring kan men zich het gefiscaliseerd parkeren overigens nog wel voorstellen als een soort parkeergarage, “in plaats van een dak erboven een geldbakje erbij”.

Maar daar blijft het niet bij. Na de parkeerexcessen staan snelheidscontroles, arrestantenbewaking en de algemene surveillance op de nominatie. Als Parcon nu mag bekeuren op nummer, waarom dan ook niet met staande houden van de verdachte? En neem nu eens de Algemene Plaatselijke Verordening. Daar komt de gewone politie ook niet aan toe. Toch is dit instrument de laatste jaren (her)ontdekt als beleidsinstrument tegen voetbalvandalisme, heling, kleine criminaliteit, drugs- en prostitutieoverlast en Golden Ten-casino's. Dit soort verordeningen bevatten ook royale bepalingen tegen straatartiesten, het uitdelen van folders en andere alledaagse activiteiten. Met alle speelruimte voor toezichthouders van dien.

“Over vijf jaar is Boele Staal de baas van de basispolitiezorg in Nederland”, voorspelde directeur dr. G.J. Fleers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vorige week in het blad Binnenlands Bestuur. Naeyé spreekt van “het zevenentwintigste korps van Nederland”, een toespeling op de ophanden zijnde reorganisatie van de politie in 25 regionale korpsen plus één landelijke dienst. Het zijn grapjes met een harde kern van waarheid. De gemeenten verliezen hun greep op het politiebestel maar proberen hem via de achterdeur van Parcon (en aanverwanten, want concurrentie wordt toegelaten) weer terug te krijgen. Zo kan de hele reorganisatie worden gepasseerd.

De particuliere beveiligingsindustrie mag echter toch alleen opereren onder toezicht van de reguliere politie? Niet voor niets stelden de twee politieministers in een brief van 31 augustus 1989 vanuit een oogpunt van democratische controle een “helder onderscheid” tussen de activiteiten van de politie en de particuliere sector voorop. Het is echter de vraag wat zij daarmee precies bedoelden. Een invloedrijke ambtenaar op Justitie, het hoofd Directie criminaliteitspreventie prof.dr. J.J.M. van Dijk ziet er althans niets in de particuliere beveiligingsindustrie ondergeschikt te maken aan de politie. De eigentijdse afkorting PPSV - Publiek Private Samenwerking in de Veiligheidszorg - staat volgens hem nog te veel voor: Politie Petten Staan Voorop. “Als de politie serieus op zoek is naar partners moet men zichzelf niet te breed maken”. De strijd om het Nederlandse politiebestel is niet gestreden, maar nog pas begonnen.