REIN MEIJER 1926-1993; Zelfstandig criticus

Professor Rein Meijer, bij lezers van het Cultureel Supplement van deze krant bekend als P.M. Reinders, is gisteren in Londen overleden, 67 jaar oud.

Hij is van 1971 tot 1988 hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde geweest aan University College in Londen. Daarvoor was hij, na een jeugd in Zwolle en een studie in Amsterdam, twintig jaar lang eerst lecturer en later lector in Australië aan de Universiteit van Melbourne. Zijn benoeming in Londen viel ongeveer samen met de verschijning van zijn grote werk Literature of the Low Countries, dat nog steeds ook bij Nederlandse lezers het verlangen kan oproepen om die hele letterkunde net zo goed als hij te kennen, van de twaalfde tot de negentiende eeuw.

Verder bestaat zijn nagelaten werk voornamelijk uit essays en artikelen, verschenen in vak- en maandbladen en kranten. Sinds 1979 droeg hij geregeld kronieken bij aan Neerlandica extra muros, het blad van de buitenlandse Neerlandici; en al sinds 1964 boekbesprekingen, over de 700, in NRC Handelsblad.

Lezers en vrienden die zich herinnerden wat hij in de jaren zestig in het Hollands Maandblad schreef over zijn Australische ervaringen hebben hem aangemoedigd om hetzelfde te doen over die in Engeland, maar het kwam er niet van. Tegenover de Nederlandse samenleving beperkte hij zich tot oordelen over boeken, wat hij gezaghebbend en onderhoudend deed. De beste van de medewerkers in het vertellen waar een roman over gaat, was een deel van zijn reputatie; de meest zelfstandige en belezen criticus die wij zouden weten, was een ander deel.

In de jaren zeventig was er één, en misschien waren er twee Nederlandse universiteiten die hem graag hadden aangesteld. Nadat hij er over was komen praten, besloot hij zich niet beschikbaar te stellen. Hij was een buitenlandse Nederlander geworden, niet dol op Londen maar bijna tevreden in het leven dat hij er leidde. Als het 's winters koud is, schreef hij al in 1964 in een van zijn kronieken uit Melbourne, denken wij dat wij misschien naar Holland terug zouden kunnen gaan; in het vervolg van de kroniek probeerde hij een beeld te ontwerpen van het Nederland dat hij zou willen aantreffen, maar eindigde met: Och, het wordt al bijna zomer.

In de Engelse samenleving werd zijn oordeel over boeken minder gehoord, maar hij heeft belangrijk werk gedaan voor de Londense vakgroep Nederlands, die, toen hij kwam niet meer dan twee of drie nieuwe studenten per jaar verwachtte en toen hij er vijftien jaar geweest was twintig. De uitbreiding zou tot staan zijn gebracht als hij niet bereikt had dat zijn instituut werd losgemaakt uit het Bedford College toen dat moest fuseren met een ander college van de University of London dat naar een verre voorstad vertrok. Nederlands werd opgenomen in University College en bleef in de stad: een triomf voor de hoogleraar.

In 1988 ging Meijer met emeritaat, omdat hij langzamerhand genoeg had van het universitaire leven en omdat hij aan een moeilijke hartconditie leed. Na een paar jaar was het hart weer goed op gang, en hij had er plezier in om samen met zijn vrouw romans te vertalen. Twee boeken van John Updike zijn in zijn Nederlands verschenen. Zulk werk zou hij opnieuw aangenomen hebben als een andere ziekte hem niet geveld had.

Zijn gezondheid was in de laatste jaren onberekenbaar, maar drie maanden geleden troffen vrienden en collega's uit Nederland hem nog pratend als vroeger aan in zijn zitkamer, tenzij hij piano speelde in de achterkamer. Hij had zich nooit uitgesloofd om mensen voor zich te winnen, maar het gebeurde toch. Wie een avond bij hem had zitten praten voelde zich vergenoegd met de wereld, ook al was er nog al wat slechts van verteld. Meijers ingehouden lach met bijna toegeknepen oogleden zal voortleven totdat er niemand meer over is die hem kende.