Kinderen Utrecht in geweer tegen gras en autoterreur

UTRECHT, 23 SEPT. De jeugd van Utrecht had het gisteren voor het zeggen. In acht wijken konden in totaal ruim 2000 kinderen bij gemeenteraadsleden hun beklag doen over misstanden in hun wijk. De klachten varieerden van verdwenen voetbalveldjes, een park met “te veel gras” tot autoterreur.

De ”kinderconferenties' waren belegd nadat de hele gemeenteraad eind vorig jaar had ingestemd met een voorstel van GroenLinks om de stad weer aantrekkelijker voor kinderen te maken. Net als de andere grote steden heeft Utrecht sinds de jaren zeventig ernstig te lijden gehad van de uittocht van jonge gezinnen naar ruim bemeten groeikernen in de periferie. Pas sinds circa 1990 neemt het kindertal in de steden weer toe, met name in allochtone gezinnen.

Een dag vóór de kinderconferentie had het college van B en W al de stemming erin gebracht met het besluit om met ingang van volgende maand in het hele centrum binnen de singels een 30-kilometerzone te realiseren, met uitzondering van een doorgaande verkeersroute. Maar er moet veel meer gebeuren, zo bleek gisteren.

In de wijk Lombok waren in het wijkbureau zo'n veertig kinderen bijeengekomen. Over het Schimmelplein, dat vaak gedomineerd wordt door verveeld rondhangende jongelui, waren de meningen duidelijk: het is smerig, er wordt veel kapot gemaakt en er ligt altijd glas, zodat je er niet kunt fietsen. In Utrecht-Oost was het beeld niet anders. In een klachtentent op de Maliebaan stonden de kinderen bij het D66-raadslid Th. de Wit in de rij om hun verhaal te doen. Van de Homeruslaan en omgeving verscheen zelfs een delegatie kinderen gewikkeld in verband en pleisters. Een van hun ouders had onlangs bij het politiebureau geprotesteerd tegen de auto-overlast, maar had toen te horen gekregen dat dat geen probleem was omdat in haar wijk geen kinderen woonden.

De 12-jarige Marieke Hofstede keerde zich tegen een recente verkeersreconstructie bij het Wilhelminapark, waarbij een rotonde verdween. ””Nu kan de bus rechtdoor rijden en is-ie drie seconden, hooguit vijf seconden sneller bij de halte. Maar wij moeten nu rechtdoor de weg oversteken. Laten ze er maar weer een rotonde van maken.''

Ook in Almelo waren gisteren kinderen op de been. Onder leiding van de ”Pressiegroep Kinderen Voorrang' braken ze een straat open, zodat de gemeente er een drempel kan aanleggen. Het was het begin van een Kinderstraattoernee die acht middelgrote plaatsen zal aandoen. Kinderen Voorrang is de nieuwe naam van de actiegroep ”Stop de Kindermoord' die in juni haar twintigjarig bestaan vierde. De oprichting viel samen met een opvallende breuk in de ongevallenstatistieken. Tot 1972 nam het aantal verkeersslachtoffers in Nederland gestaag toe, maar daarna trad een daling in. Van 3.264 doden in 1972 naar 1270 in 1992. Het aantal gewonden nam af van 70.000 naar 48.000.

Vooral in de leeftijd van nul tot 14 jaar daalde het ongevalscijfer sterk, van 450 dodelijke slachtoffers naar 93. Bij jeugdige voetgangers nam het aantal slachtoffers zelfs af van 206 naar 21.

B. Schouten, medewerker van Kinderen Voorrang, denkt dat de gunstige cijfers inzake de kinderen slechts voor een deel te danken zijn aan verkeersveiligheidsmaatsregelen. ””Kinderen komen tegenwoordig minder snel zelfstandig buiten. Ze worden nu meer gebracht en gehaald door de ouders. Het betekent dat het leefpatroon van de kinderen zich heeft aangepast aan het verkeer.''

Uit een recent onderzoek dat in opdracht van Kinderen Voorrang werd verricht, blijkt dat kinderen in Amsterdam pas op achtjarige leeftijd alleen naar school gaan en kinderen in plaatsen als Haarlem en Loon op Zand dat al op 6,5-jarige leeftijd doen.

De Voetgangersvereniging, die dit jaar haar veertigjarig bestaan viert en sinds 1970 enquêtes houdt, komt met soortgelijke cijfers. In 1970 lag de leeftijd waarop tachtig procent van de kinderen zelfstandig naar school ging op zes jaar; nu is dat acht jaar.

De route naar school is niet alleen onveiliger geworden door de toename van het verkeer, maar ook doordat schoolfusies de reisafstand vergroten. De Voetgangersvereniging vindt dat elk schoolkind ten minste één veilige directe schoolroute moet kunnen begaan.

Vaak zijn het ouders zelf die de onveiligheid veroorzaken, doordat ze hun kind per auto naar school brengen. ””Het is een vicieuze cirkel'', verzucht de moeder van de zesjarige Jochem Stelling. ””Wij hebben zelf geen auto, maar we hebben steeds meer last van de mensen die hun kind per auto brengen. En het is alleen maar gemakzucht.''