Rebelse romanticus Shaffy is een gouden Don Quichotte

Voorstelling: Man van La Mancha, musical van Joe Darion, Mitch Leigh en Dale Wasserman, door het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Spelers: Ramses Shaffy, Werther van der Sarren, Janke Dekker, Ward de Ravet, e.a. Vertaling: Stef Bos. Orkest o.l.v. Max Smeets. Decor: Karina Lambert. Regie: André Ernotte. Gezien: 21/9 in Casino, Den Bosch. Toernee t/m 21/1.

“Ik heb nooit de moed gehad om nergens in te geloven,” zegt de van illusies en idealen vervulde schrijver Miguel de Cervantes in de musical De man van La Mancha tegen zijn smoezelige celgenoten in de kerker, waar hij is opgesloten om voor de Heilige Inquisitie te worden geleid. Hij vertelt hen dan ook, om zichzelf te verklaren en de tijd te doden, een verhaal over luchtkastelen en idealen - belichaamd in de door hem geschapen Don Quichotte. Zo is de musical geconstrueerd: als een reeks taferelen uit een imaginair leven dat gedurende de voorstelling steeds echter wordt. Tot zelfs degene die het meest door het leven getekend is, erin gaat geloven.

Don Quichotte, de ridder van de droevige figuur, wordt door zijn omgeving als een warhoofd beschouwd. Maar voor hem zijn de windmolens in de verte een vijandelijk leger, terwijl de schaal van de barbier in zijn handen verandert in een gouden helm en de slet Aldonza in zijn ogen de schone jonkvrouwe Dulcinea is. To dream the impossible dream is zijn motto en Cervantes houdt dat ook de anderen voor: de echte waanzin is het leven te zien zoals het is en niet zoals het zou moeten zijn.

De man van La Mancha werd in Nederland voor het eerst gespeeld in 1968 (met Guus Hermus in de titelrol) en daarna in 1983 nog even door het toenmalige studio-ensemble van de Nederlandse Operastichting, waarbij het drama van de poëtische dwaas ten onder ging in koket belcanto. Nu staat de musical, als Man van La Mancha, op het repertoire van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen - en opnieuw is te zien hoe voortreffelijk de Amerikaanse auteurs destijds de geestverwantschap tussen Cervantes en zijn ridder hebben uitgebuit tot een schouwspel van schilderachtige taferelen, felle tegenstellingen en vurig verlangen naar een wereld die een heel klein beetje mooier is dan de onze.

Ramses Shaffy speelt in deze produktie de hoofdrol. Wie dat bedacht heeft, mag tevreden zijn: het was een gouden idee hem te vragen. In technisch opzicht is er van alles op aan te merken, al was het maar dat zijn zangstem lang niet alle lange noten meer haalt en dat zijn volume ook niet meer is wat het was. Er staat echter een man tegenover, die de rol van de fantast en de gangmaker en de wanhopige optimist invult met zijn eigen publieke reputatie als rebels romanticus en daardoor zo geloofwaardig wordt dat hij mij aan het slot vochtige ooghoeken bezorgde. Shaffy is een Don Quichotte die brooddronken van geluk kan zijn, en soms zelfs gezwollen van pathetiek zoals hij dat in zijn begindagen als acteur bij sommige groten van de Nederlandse Comedie moet hebben gezien. Ontroerend eenzaam en verloren kan hij in de leegte staan. Maar hij speelt ook, met een glinstering in de ogen en een wonderlijke wending in zijn timbre, korte momenten van zelfspot die hem onverwacht luchtig maken. Larmoyant wordt hij nimmer. En zo teder als hij Een onmogelijke droom zingt, met een stem die eigenlijk al gebroken is, zo heb ik het nog nooit gehoord.

Om hem heen staat een levendig ensemble - belicht door de nazomerzon van Spanje - met een droogkomische Werther van der Sarren als een Lamme Goedzak-achtige Sancho Panza (hooguit nog wat statisch) en een gepassioneerde Janke Dekker als Dulcinea, die goede herinneringen oproept aan Carry Tefsen in de Nederlandse oerversie. Ze spelen een hoogst welluidende vertaling van Stef Bos, die hier en daar de rijmdwang vergat en de muzikaliteit van zijn woorden voorrang gaf. Don Quichotte loopt nu “langs het pad van de passie” - mooi en toepasselijk. Als ergens zichtbaar is dat een voorstelling met liefde werd gemaakt, is het hier.

    • Henk van Gelder