Belgische premier houdt troonrede

BRUSSEL, 22 SEPT. Niet alleen in Nederland werd gisteren het parlementaire jaar officiëel geopend, ook in België was het een klein beetje Prinsjesdag. Maar anders dan in ons land komt er in België geen staatshoofd aan te pas om een troonrede uit te spreken. Voor het eerst in de Belgische parlementaire geschiedenis las een premier op de derde dinsdag van september een algemene beleidsverklaring voor in Kamer en Senaat.

Het idee om het parlementaire jaar op deze wijze te openen - naar voorbeeld van de gebruiken in bijvoorbeeld Nederland en Groot-Brittannië of de State of the Union in de Verenigde Staten - is afkomstig van Kamervoorzitter Nothomb. Hij wil op deze manier bereiken dat de begrotings- en algemene beleidsdebatten in België wat strakker worden georganiseerd. Vorig jaar zomer nog presenteerde premier Dehaene zijn begrotingsvoorstellen eerst aan de pers, alvorens ze bij het parlement in te dienen.

Vroeger kende België wel de traditie van het houden van een troonrede. Leopold I en Leopold II hielden er bijna jaarlijks een, op de tweede dinsdag van november. Maar aan dat gebruik kwam een einde nadat in 1892 de koninklijke stoet onderweg naar het parlement werd bestookt met pamfletten voor algemeen kiesrecht. Na de Eerste Wereldoorlog, in november 1918, hield de door zijn optreden aan het front zeer populaire koning Albert I de laatste troonrede in België. Bij die gelegenheid beloofde hij ingrijpende hervormingen ten gunste van de Vlaamse verlangens.

De primeur van Dehaene zorgde gisteren overigens niet voor verrassingen. Zijn toespraak, met als thema's het in evenwicht brengen van de begroting, de staatshervorming en Europa, bevatte geen nieuwe elementen. De meeste commentatoren spraken dan ook van een “matte” troonrede.

Veel meer belangstelling trok gisteren in ieder geval het vraaggesprek dat het populaire weekblad Dag Allemaal afdrukte met oud-premier Martens. Deze laat zich daarin onder andere zeer bitter uit over zijn gedwongen vertrek uit de Belgische politiek, over de politieke cultuur in België en over de macht van “drukkingsgroepen”. Bij het aantreden van het kabinet-Dehaene, begin vorig jaar, bleek er geen plaats meer te zijn voor Martens. Nooit eerder is een premier “op dergelijke brutale wijze” aan de kant geschoven, aldus Martens.

Martens hekelt ook de afhankelijkheid van veel parlementsleden aan allerlei belangengroepen. Daarom eigende hij zich als premier in de jaren tachtig bijzondere volmachten toe. “Indien we een parlement zouden hebben dat onafhankelijk is, zou ik geen bijzondere machten nodig hebben gehad.”

Hard oordeelt Martens ook over Herman Van Rompuy, tot voor kort voorzitter van de CVP, maar onlangs benoemd tot minister van begroting in het kabinet-Dehaene. “Er gaat een partijvoorzitter weg die in zijn opdracht is mislukt. Volkomen mislukt.”