Paraffine baljurken in Haagse Hofvijver

Twintig enorme baljurken van paraffine zullen vanaf Prinsjesdag, volgende week dinsdag, in de Hofvijver in Den Haag drijven. Het is een project van drie kunstenares- sen die samenwerken onder de naam Patchwork.

AMSTERDAM, 15 SEPT. Very Important Persons heten de grote, witte baljurken van kaarsvet. Zaterdag worden ze vanuit het atelier in Amsterdam van de drie kunstenaressen op open wagens naar Den Haag vervoerd. Daar worden de twintig reuze-jurken in de Hofvijver te water gelaten, waar ze tot 24 oktober blijven drijven.

Op de Hofvijver, pal naast het Binnenhof, creëren Elleke Has-pels, Karolien Helweg en Joanneke Meester zo een bijzonder bal van jurken die achtergelaten lijken te zijn. Aan de buitenkant versterkt paraffine de grillige vormen van vitrage en kant die er onder zitten, maar van binnen zijn de jurken leeg. Het gestolde kaarsvet geeft elke jurk een eigen karakter, zowel door de verschillende wittinten van het materiaal als door de wijze waarop het is aangebracht. De beelden, die van marmer lijken, weerspiegelen de status van de bestuurders in het Binnenhof. Ondanks het gemis aan een lichaam zijn de bovenlijfjes gestold in een natuurlijke houding.

“Half december is het idee voor de baljurken geboren”, vertelt Joanneke Meester in de grote, naar kaarsvet geurende werkplaats aan het Amsterdamse Westerpark. “We wilden iets op locatie doen, dan kun je lekker groot uitpakken. In Nederland pakken we nooit meer echt uit. Alles is tegenwoordig zakelijk en verantwoord in de architectuur. Wil je je mond van verbazing open laten vallen, dan moet je naar het buitenland. Het formaat van de kunstwerken en de bijzondere locatie zullen de komende maand in Den Haag menige mond open laten vallen, vooral ook van sponsors, hopen de kunstenaressen. Wat de jurken betreft: “Herinneringen aan de romantische tijden van weleer, waarin de koninklijke familie uitreed in de Gouden Koets, hebben het idee voor de baljurken geleverd.” Gedrieën zitten de vrouwen trots tussen de twintig beelden, hun kleren volgespat met kaarsvet.

De twintig jurken verschillen van elkaar zoals lichamen uniek zijn. Voor elke "VIP' hebben de kunstenaressen een houten frame gemaakt, dat zij met papier bedekten. Daarna kon het draperen beginnen. Meters en meters katoen hebben ze aangeschaft, en aangevuld met vitrage en kant. Ze wilden veel losjes vallende plooien en grote strikken. Die zetten ze niet vast met naald en draad, maar met paraffine. Laagje voor laagje werd die in vloeibare toestand over de stoffen gesmeerd en gegoten om de juiste vorm te vinden.

Elleke legt de laatste hand aan een van de beelden. Staande op een huishoudtrap giet ze met een soeplepel de vloeibare paraffine over een topje. Steeds moet ze even wachten tot het gestold is, alvorens een nieuw laagje aan te kunnen brengen. “Door de vele laagjes worden de jurken heel zwaar”, vertelt Joanneke Meester. “In totaal hebben we nu tussen de 1800 en 2000 kilo paraffine verwerkt. Dat vergt bijzondere voorbereidingen in verband met het transport van Amsterdam naar Den Haag. De pallets waarop de beelden worden vervoerd moeten aan hoge eisen voldoen. We hebben tegen onze sponsor gezegd "we tillen ze zelf wel op de wagen en in het water', maar ze zijn veel zwaarder geworden dan het eerste exemplaar dat maar 75 kilo woog. Het grootste weegt 170 kilogram.” De beelden van kaarsvet blijven volgens de kunstenaressen drijven.

Elleke Haspels (30), Karolien Helweg (30) en Joanneke Meester (27) besloten in 1991, na een jaar in hun eentje te hebben gewerkt, het kunstenaarscollectief Patchwork op te richten. Als trio hadden ze meer mogelijkheden grote projecten op te zetten, zo was het idee. Dat resulteerde een jaar later in hun Brandaris-project op Terschelling. Gedurende tien dagen Oerol-festival sierde een enorme hoeveelheid wasgoed de gevel van de vuurtoren. Het witte en blauwe wasgoed was zo gerangschikt dat het reusachtige oudhollandse tegeltjes vormde.

Ook nu weer zijn de objecten van Patchwork buiten-proportioneel. Alleen dames van drie meter lang zouden de jurken passen. En evenals in het Brandaris-project spelen de elementen een belangrijke rol. Zoals wind en regen het wasgoed aan de Brandaris steeds een andere vorm gaf, zo laten wind en water de twintig baljurken dobberen en draaien in de Hofvijver.