De andere wereld van John van den Brom

ARNHEM, 30 AUG. Gezien het spelbeeld van gisteren heeft de zomer van '93 de kloof tussen Ajax en Vitesse niet vergroot. Afgelopen seizoen hadden Arnhemmers in de eindrangschikking slechts drie punten achterstand op het team van Louis van Gaal. Die marge bleek nog steeds een juiste afspiegeling in de ontmoeting tussen de "kampioen van de subtop' en Ajax. Zij het dat de Amsterdammers in tegenstelling tot vorig jaar, toen een gelukkig gelijkspel werd afgedwongen (2-2), dit keer met de volle winst (0-1) vertrokken van Monnikehuize.

John van den Brom weet nu dat stilstand voor Vitesse achteruitgang betekent. Aangezien hij een blik in de keuken van een topper heeft kunnen werpen en de herinneringen aan Vitesse nog vers zijn, kan hij meer dan wie ook vergelijkingen trekken. En zijn conclusie is wrang voor een ieder die nog eens hoopt op een ander competitiebeeld: het dubbeltje wordt nooit een kwartje. De marge tussen Vitesse en een topclub als Ajax zal blijven bestaan. “Want als je vergelijkt wat er in De Meer allemaal gebeurt dan staat Vitesse stil.”

Met reuzesprongen heeft Vitesse zich de afgelopen jaren opgewerkt tot in het kielzog van Feyenoord, PSV en Ajax. Dat wel. In '89 speelde de ploeg van de toenmalige trainer Bert Jacobs nog in de eerste divisie. Maar de rek is er voorlopig uit. “Toen ik in '86 bij Vitesse kwam, was het een veredelde amateurclub”, weet Van den Brom uit het begin van zijn profcarrière. “Nu staat en valt een verdere ontwikkeling met het nieuwe stadion, het AKZO-drôme. Ik weet nog dat ik in '87 voor onderhandelingen over dat levenslange contract in de bestuursruimte op Monnikehuize moest komen. Daar stond toen een mooie maquette van het nieuwe stadion. Voorzitter Karel Aalbers was er vreselijk enthousiast over. Trots deed hij de lichtjes aan en kwam met schitterende verhalen.”

“Toen ik vorig seizoen moest praten over mijn transfer naar Ajax, stond diezelfde maquette er weer. Dat ding was een tijd weggeweest, maar na al die jaren leek er niets veranderd. Toch heb er vertrouwen in dat het stadion er komt. Er zijn al zoveel hindernissen genomen, onmogelijk dat dit project nog wordt afgeblazen. En ik moet zeggen: dan ben ik wel benieuwd hoever Vitesse komt.”

John van den Brom heeft die ontwikkeling - de bouwvergunning moet nog steeds worden afgegeven - niet afgewacht. Na langdurige onderhandelingen, liet hij Ajax deze zomer voor ruim drie miljoen gulden zijn nog dertien jaar doorlopende contract bij Vitesse afkopen. De bijna 27-jarige Amersfoorter behoort nu tot de beste betaalde Ajacieden. Maar ook sportief sloeg hij de slag van zijn leven. Ajax of Vitesse, het is toch een wereld van verschil. “Ik ben nu al met Ajax in verschillende landen geweest: Finland, Engeland, Portugal. Overal waar je komt blijkt Ajax een begrip. De belangstelling is natuurlijk navenant. De open dag van Vitesse wordt bezocht door duizend mensen, bij Ajax door veertigduizend. Elke wedstrijd van Ajax is uitverkocht. Thuis of uit. Ajax heeft een gezellig spelershome, Vitesse helemaal niet. De A-selectie van Ajax wordt begeleid door vijf oefenmeesters, die van Vitesse door twee. Elke training bij Ajax staat gelijk aan een wedstrijd. Dat was natuurlijk een overgang. Hans Gillhaus (ex-ploeggenoot, red.) had me daar al voor gewaarschuwd. Hij heeft hetzelfde meegemaakt toen hij de overstap maakte van Den Bosch naar PSV. Hans adviseerde rust te nemen op de momenten dat daarvoor gelegenheid wordt geboden. Bij die tip heb ik veel baat gehad.”

In het diepgaande sollicitatiegesprek met Louis van Gaal kreeg Van den Brom meteen te horen wat de technisch directeur met hem van plan was. Hij zou gekocht worden voor "op de 4', zoals Van Gaal dat uitdrukte. Oftewel als vervanger van vrije verdediger Wim Jonk. “Want voor een andere positie achtte hij me niet geschikt. Ik vond dat op 10, de plek op het middenveld van Bergkamp, ook wel iets voor mij zou zijn. Maar Van Gaal was van mening dat ik daarvoor de snelheid mis. Elke vergelijking tussen mij en Jonk gaat overigens mank. Ik ben natuurlijk een andere voetballer. Ik beschik niet over zo'n goede pass in de benen. Ik heb ook veel meer de neiging naar voren te spelen. Het voordeel van Jonk was dat hij met Bergkamp samenspeelde. Dat waren twee stukjes van de legpuzzel die precies in elkaar pasten. De samenwerking in de as van het team tussen mij en Litmanen of Petersen zal nog moeten groeien. Aan de kant hoor ik mensen zeggen: "het lijkt wel of je al jaren bij Ajax voetbalt'. Dat is voor mij een teken dat het goed gaat.”

Van Gaal meende gistermiddag in de rust van de wedstrijd tegen zijn oude club toch even corrigerend te moeten optreden. Van den Brom, die een van zijn mindere wedstrijden speelde voor zijn nieuwe werkgever, kreeg te horen dat hij vaker achter de bal moest blijven. “Dat heb ik dan ook gedaan. Het gaat toch om het resultaat. Ik was ook niet tevreden over mijn spel. Ik speelde te diep. Het is verder inderdaad zo, dat Rijkaard als rechtshalf naar binnen trekt en daardoor vaak voor mij de ruimte in het centrum dichtloopt. Op zich is dat niet erg, als je maar in een driehoekje, zoals wij dat noemen, blijft combineren.”

Essentieel is, dat John van den Brom heeft aangetoond de handelingssnelheid die bij een topclub als Ajax past, aan te kunnen. Daar was hij zelf vantevoren niet zo bang voor. “Bij het Nederlands elftal had ik al het gevoel dat ik daar geen moeite mee had. We trainen bij Ajax veel op één keer aanraken. Dat deden we bij Vitesse ook, maar dan zag je het niet terug in de wedstrijd. Bij Ajax loop je de tegenstander soms gewoon te dollen. Dan lijkt het net of je in het circus voetbalt.”

John van den Brom had er vorige week moeite mee om zijn ex-collega René Eijer te bellen. Woensdag werd bekend dat de linkermiddenvelder aan mutiple sclerose lijdt. Een ziekte in het zenuwstelsel. Het was een dag later het gesprek van de dag bij Ajax. Van den Brom, die zaterdag alle moed verzamelde en de telefoon ter hand nam om Eijer sterkte te wensen, heeft een tijd nodig gehad om de schok te verwerken. “Bij Vitesse hadden we een vriendenteam. We liepen niet de deur bij elkaar plat, maar er was onderling een heel goede verstandhouding. Bij Ajax kwam iedereen donderdag naar me toe. De voetbalwereld is in principe heel asociaal. Maar als iemand zoiets overkomt, leeft iedereen mee. Voor René is het verschrikkelijk. Vooral de onzekerheid waarin je leeft.”

René Eijer nam onder een ovationeel applaus gistermiddag op de tribune plaats bij Vitesse-Ajax. Ondanks zijn tintelende handen waarmee hij nog geen ballpen meer kan vasthouden. De ziekte, die blijvende invaliditeit kan veroorzaken, stabiliseert zich voorlopig. Hij hoopt bij Vitesse wat aan scouting en jeugdwerk te kunnen doen. Zijn trieste vooruitzicht staat haaks op de bloeiende carrière van John van den brom.