HOLLANDERS IN HET BELOOFDE LAND

Irgoen Olei Holland. De ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse Immigrantenvereniging in Israel door Chaya Brasz 96 blz., ge¨ll., Jeruzalem 1993, f 29,50 ISBN 96 5222 323 9

Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de Irgoen Olei Holland, de Vereniging van Nederlandse Immigranten in Israel, is door Chaya Brasz, coördinator van het Instituut voor de Geschiedenis der Nederlandse Joden in Jeruzalem de ontstaansgeschiedenis van de IOH, zoals zij meestal wordt aangeduid, te boek gesteld.

Officieel werd de IOH opgericht op 29 april 1943. Onofficieel had zij echter al bestaan sinds 5 mei 1940, sinds enkele dagen voor de Duitse invasie van Nederland dus, als Adviesbureau voor Immigranten uit Nederland. Een aantal leidende persoonlijkheden in de Nederlands-joodse gemeenschap in het toenmalige Palestina was ervan overtuigd dat, gezien de dreiging vanuit Duitsland, vele joden, en vooral zionisten, naar Palestina zouden willen emigreren, en dat uit Nederland afkomstige joden, die daar reeds lang waren gevestigd, hen daarbij met raad en daad zouden kunnen bijstaan.

Het initiatief tot dit Adviesbureau werd genomen door Ir. A. ("Leib') de Leeuw en zijn echtgenote, Mirjam de Leeuw-Gerzon, die vele jaren een leidende plaats in de IOH zouden innemen. De Leeuw had zich in 1924, na zijn studie voor civiel ingenieur in Delft, in Palestina gevestigd, en Mirjam Gerzon, met wie hij in 1925 trouwde, reeds in 1920, na een opleiding tot huishoudkundige en voedingsleer-specialiste in haar geboortestad Groningen. De oprichtingsvergadering had plaats ten huize van L. Bawly, een oom van de huidige ambassadeur van Israel in Den Haag. Voorzitter van de bijeenkomst, die ongeveer 35 aanwezigen telde, was Siegfried Hoofiën, consul der Nederlanden in Tel Aviv, die zich reeds in 1912 in Palestina had gevestigd, waar hij directeur werd van de Anglo-Palestine Bank.

Uit Irgoen Olei Holland blijkt dat het Adviesbureau oorspronkelijk uitsluitend wegwijzer wilde zijn voor potentiële immigranten, en beslist niet een "hitachdoeth', een vereniging van Nederlanders in Palestina. De oprichters meenden juist dat nieuwkomers uit Nederland zo spoedig mogelijk in de joodse maatschappij moesten integreren, en zo weinig mogelijk contact met mede-immigranten uit Nederland moesten onderhouden.

ILLUSIE

De Duitse bezetting maakte een eind aan de verwachting dat het mogelijk zou zijn vele joden uit Nederland naar Palestina over te brengen, al drong dit nog niet direct tot de leden van het Adviesbureau door. Daar dacht men aanvankelijk dat de bezetting slechts van korte duur zou zijn, en dat in elk geval de emigratie van joodse kinderen uit Nederland mogelijk was. Hoewel zeer veel energie in dit plan werd gestoken, bleek het ten slotte een illusie.

In april 1943 werd het Adviesbureau omgezet in de Irgoen Oleh Holland, waarin alle uit Nederland afkomstige joden in Nederland vertegenwoordigd waren. In feite veranderde er niet al te veel. Het meeste werk werd nog altijd verricht door het echtpaar De Leeuw en het kantoor van de organisatie bleef gevestigd bij hen thuis in Jeruzalem.

Een van de belangrijkste werkzaamheden van de IOH in de jaren 1943-44, waaraan terecht in deze publikatie veel aandacht is geschonken, is de poging om joden in Nederland - met name die verblijvend in het concentratie-kamp Bergen-Belsen - naar Palestina te krijgen door uitwisseling met niet-joodse Duitse vrouwen en kinderen die daar door de Britse Mandaatsregering waren ge¨nterneerd. Deze uiterst ingewikkelde poging, die ook bij de autoriteiten in Palestina aanvankelijk op veel ongeloof stuitte, is reeds meer dan eens beschreven, onder andere in De Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden, en in Kroniek der Jodenvervolging door Abel Herzberg. Deze laatste stond overigens aanvankelijk in Bergen-Belsen met zijn echtgenote ook op de lijst van uit te wisselen personen, maar werd door de Duitsers hiervan weer geschrapt.

Ten slotte kwamen door deze uitwisseling nog in juli 1944 tweehonderdtwintig joden uit bezet Europa naar Palestina, onder wie honderd Nederlanders. Het was de bedoeling dat daarna een tweede groep zou volgen, maar daarvan is nooit meer iets gekomen. Onder de uitgewisselden bevond zich Sam de Wolff, die kort na het einde van de oorlog naar Nederland terugkeerde en de schrijfster Clara Asscher-Pinkhof, die in Palestina bleef.

Enige honderden anderen, die in Bergen-Belsen moesten achterblijven, hadden aan deze "Palestina-lijst' trouwens hun leven te danken. Velen van degenen die in het bezit waren gekomen van een bewijs van inschrijving op deze lijst, werden namelijk niet naar Auschwitz of Sobibor gestuurd, maar naar het 'Sternlager' in Bergen-Belsen. Hoewel daar vooral sinds begin 1945 velen ten gevolge van de ontberingen stierven, was de overlevingskans er toch groter dan in de eigenlijke vernietigingskampen.

In de eerste jaren na de oorlog bleef de opvang van nieuw-aangekomen immigranten uit Nederland en bemiddeling bij het vinden van onderdak en werk de voornaamste taak van de IOH. In die tijd had ook de grootste immigratie van joden uit Nederland, vooral jongeren, naar Palestina plaats, eerst vaak zogenaamd illegaal, daar lang niet voldoende immigratie-certificaten voor Nederland beschikbaar waren, en na de oprichting van de staat Israel in mei 1948 legaal. In zeer vele gevallen was het kantoor van de IOH (dat van de huiskamer van de De Leeuws verplaatst was naar een echte kantoorruimte) ook nu het eerste adres waarheen de nieuwkomers zich na aankomst begaven.

EIGEN OMGEVING

De IOH, en speciaal het echtpaar De Leeuw, nam ook het initiatief tot het oprichten van Bejaardentehuizen, voor oudere immigranten uit Nederland, vaak personen die moeite hadden met het Hebreeuws en zich vooral onder hun leeftijdgenoten uit hun eigen omgeving thuis voelden. Het eerste was het Beth Joles in Haifa, geopend in 1956 en gebouwd met geld van het na 1945 niet heropende Joles-Ziekenhuis in Haarlem. Een tweede Ouderthehuis werd in 1976 in de buurt van Tel Aviv geopend, het Beth Juliana, eveneens ten dele gefinancierd met gelden van joodse instellingen in Nederland die na 1945 geen reden van bestaan meer hadden.

In 1977 overleed Mirjam de Leeuw-Gerzon. Haar echtgenoot zou haar nog acht jaar overleven. Hun erfenis bestaat behalve uit de Oudertehuizen en de Extra-Murale Bejaardenzorg uit nog een aantal andere instellingen ten bate van immigranten uit Nederland. Zo is er een fonds dat beperkte leningen verstrekt voor het overbruggen van kortstondige financiële problemen. En er is een Stipendia-Fonds voor beurzen aan immigranten uit Nederland voor studiedoeleinden, waarvan de kosten in Israel veel hoger zijn dan in Nederland. Met behulp van de IOH werd verder in 1979 de Stichting Elah opgericht voor psycho-sociale hulp aan hen die tijdens de Tweede Wereldoorlog bloot stonden aan vervolging, en aan hun kinderen.

HOGE POLITIEKE FUNCTIES

Ten slotte is er het in het Nederlands geschreven kwartaalblad Aleh, dat naast mededelingen van belang voor de leden veel nieuws uit Nederland bevat. In het het onlangs verschenen jubileumnummer wordt gememoreerd dat van de ongeveer 7.000 personen die zich in de loop der jaren vanuit Nederland in Israel vestigden, er thans 1.262 lid zijn van de IOH. Twee van hen drongen door tot hoge politieke functies: wijlen Fritz Bernstein, die overigens in Duitsland werd geboren en pas als volwassene naar Nederland kwam, werd minister van handel en nijverheid, en Jaap van Amerongen (Yaakov Arnon), die staatssecretaris van financiën werd, en zich na zijn pensioen zeer links opstelde. Anderen stegen tot belangrijke wetenschappelijke posities: zo waren André de Vries en Simon Gitter, beiden medici, rector van de Universiteit van Tel Aviv, en is Menno Tov van de Hebreeuwse Universiteit de redacteur van de nieuwe uitgave van de Dode Zee Rollen.

Dat er overigens wel degelijk - in tegenstelling tot wat de oprichters dachten - behoefte bestaat aan een Vereniging van Immigranten uit Nederland, waar men "onder elkaar' is bleek uit het succes van de Holland Dag, die op 1 juni dit jaar ter viering van het 50-jarig bestaan van de IOH werd gehouden. Meer dan duizend oud-Nederlanders, waren uit alle delen van Israel samengekomen. Hoewel er op deze Holland Dag ook jongeren waren, was de gemiddelde leeftijd der aanwezigen overigens zeker hoger dan die van de IOH zelf. Weliswaar komen er nog steeds immigranten uit Nederland naar Israel (een kleine honderd per jaar), maar zij worden vaak geen lid meer van de Irgoen Olei Holland.

"Irgoen Olei Holland' is verkrijgbaar bij Boekhandel Joachimsthal, Europaplein 85, Amsterdam, tel. 020-6640017