Woelwater en kletsmajoor

Wat vooraf ging: Gerrit, de poes van mijn vriend Jan, heeft een nacht in Dierenhotel Kasteel Kroonjuweel gelogeerd. Als we Gerrit gaan ophalen, is hij verdwenen. We besluiten op de terugkeer van Gerrit te wachten en maken kennis met de andere gasten zoals de keizer van Gozo, zijn knecht Knasper, mijn broer Gerard en een wit konijn.

“Knasper, ik wil slapen. Waar is mijn pyjama?” zei de keizer van Gozo tegen zijn knecht.

“Welke pyjama?” vroeg Knasper.

“Mijn donderdagse pyjama natuurlijk.'t Is vandaag toch donderdag”, zei de keizer. Knasper opende de verhuiskist, die in de hoek van de kamer stond, en pakte er een hemelsblauwe pyjama uit die bedrukt was met donkerblauwe sterren. “Dat is mijn maandagse pyjama, oliebol! Weet je nu nog niet dat ik op donderdag uitsluitend in mijn roze nachtgewaad wens te slapen,” riep de keizer. Knasper liep opnieuw naar de verhuiskist en haalde er een pyjama uit van zuurstok-roze satijn. “Ik zie dat er een kreukel in de broekspijp zit. En als ik een gekreukelde pyjama draag, doe ik de hele nacht geen oog dicht”, zei de keizer. Knasper legde de zuurstokroze pyjamabroek op de grond en ging op de kreukel zitten. “Keizer, ik blijf hier zitten om de kreukel er even uit te persen”, zei Knasper.

“Hoeveel tijd heb je daarvoor nodig?” vroeg de keizer.

“Zeventwintig minuten en veertig seconden. Maar als ik de kreukel eerst nat maak en er dan op ga zitten, duurt het het maar zeventien minuten en twaalf seconden,” antwoordde Knasper.

“Maak de kreukel dan maar nat”, zei de keizer.

“Maar dan word ik zelf ook nat. 't Is een akelig gevoel om met een nat zitvlak op een kreukel te zitten”, zei Knasper.

“Knasper, dat geeft niets hoor. Zolang ik er maar geen last van heb. Weet je wat, ik ga vast heerlijk met Flop in mijn warme bedje liggen”, zei de keizer terwijl hij zijn speelgoedbeer pakte.

“Hoogheid, mag ik iets vragen?” zei ik tegen de keizer, “waar moeten mijn broer en zijn konijn vannacht slapen? In alle kamers van het dierenhotel logeren keizerlijke dieren. Als de keizerlijke brilslang en de keizerlijke vlo vannacht samen op één kamer zouden slapen, dan kunnen mijn broer en het konijn in de vrijgekomen kamer slapen.”

“Dat is onmogelijk”, zei de keizer. “De keizerlijke brilslang is een woelwater en de keizerlijke vlo is een geweldige kletsmajoor. Ik vind het niet verantwoord om die twee samen een kamer te laten delen.”

Het antwoord van de keizer maakte mij zo boos dat ik helemaal vergat dat ik tegen de keizer sprak. “Als er niet onmiddellijk een kamer wordt vrijgemaakt voor mijn broer en het konijn bel ik onze koningin op. Ze zal woedend zijn als ze hoort hoe haar onderdanen in haar eigen land door de keizer van Gozo behandeld worden”, zei ik op nijdige toon.

“Ach, die koningin van jullie is veel te aardig. En ik ben een ouderwetse wrede keizer. Je kunt ons niet vergelijken. Maar aangezien je broer een oude vriend van mij is, laat ik de kamer van Groot Geluk wel voor hem in orde maken”, zei de keizer en hij vervolgde: “Knasper, je hebt 't gehoord. Kom van die kreukel af en ga aan het werk.”

Nieuwsgierig liep ik achter de knecht aan naar de kamer van Groot Geluk. Groot Geluk zat naar een voetbalwedstrijd op de televisie te kijken. Ik had nog nooit zo'n raar beest gezien. Het had ronde, glanzende stuiter-ogen, een klein, lichtbruin sikje, grote lichtbruine hangoren, een lijf als een gestopte worst, een korte pluimstaart en vier poten. De poten van Groot Geluk waren heel kort en een beetje naar buiten gekruld zoals de poten onder een ouderwets bijzettafeltje. Toen Groot Geluk op zijn balpoten ging staan en met zijn pluimstraat begon te kwispelen, begreep ik pas dat hij een hond was. Een Tibetaanse hond, legde Knasper uit. Knasper pakte een roodfluwelen kussen met gouden kwasten en smeet het op de gang neer. “Lui varken, jij gaat vannacht lekker op de gang slapen”, zei Knasper terwijl hij Groot Geluk met de onderkant van zijn schoen de gang op duwde.

De hond begon eerst te grommen en zette toen zijn tanden in de broekspijp van de knecht. “Laat me los, lelijk mormel”, riep Knasper geschrokken. Maar Groot Geluk ging doodgemoedereerd op de grond liggen en hield Knaspers broekspijp stevig tussen zijn tanden geklemd.