Het is vaak crisis binnen Arafats PLO

Miljoenen Palestijnen wonen onder erbarmelijke omstandigheden in de door Israel bezette gebieden en in Arabische landen. Jaar in jaar uit is hun ingeprent dat alleen de vernietiging van de staat Israel hun een betere toekomst bood. Later hielden hun leiders hun voor dat vredesonderhandelingen toch misschien een betere oplossing vormden. Die kwamen er uiteindelijk ook, twee jaar geleden, nadat diezelfde leiders nog de Iraakse leider Saddam Hussein hadden omhelsd, de man die alle aandacht op zich had gevestigd door eerst te dreigen Israel met chemische wapens te vernietigen en vervolgens de Golfstaat Koeweit te bezetten, een van hun eigen beste geldschieters. Heel verwarrend allemaal.

De onderhandelingen met Israel hebben tot dusverre niets opgeleverd. In elk geval niets tastbaars voor de Palestijnen in de vluchtelingenkampen van Libanon of van Jordanië of van de Gazastrook. De Palestijnen in de bezette gebieden hebben het in de tussentijd eerder slechter gekregen. Het Israelische leger treedt onverminderd hard op tegen de intifadah en de afsluiting van de bezette gebieden van het eigenlijke Israel heeft tienduizenden Palestijnen van hun werk en hun inkomen beroofd. Bovendien hebben de Arabische Golfstaten de financiële steun als straf voor de omhelzing van Saddam aan de belangrijkste Palestijnse organisatie, de PLO, opgeschort, waardoor deze haar geldstroom naar de Palestijnen toe - salarissen, uitkeringen, subsidies - aanzienlijk heeft moeten beperken.

Onder deze omstandigheden is het nauwelijks verwonderlijk dat het idee van grote concessies een storm van protest ontlokt. Te meer als die concessies - PLO-leider Yasser Arafat is nu bereid in een eerste fase van een regeling autonomie in de Gazastrook en de stad Jericho op de Westelijke Jordaanoever te accepteren en het hete hangijzer Jeruzalem naar een later stadium door te schuiven - binnen een klein groepje worden beslist en er geen geld meer is om de bittere pil te vergulden. Maar is er nu sprake van een grote crisis binnen de PLO; staat Arafats positie op het spel?

“De PLO is voorbij; Arafats sluwheid zal hem niet redden”, kopte in 1983 The Washington Post. “Arafats misstappen drijven de PLO naar ineenstorting”, luidde woensdag een voorpaginakop in de International Herald Tribune.

In de tussentijd zijn Arafat en de PLO nog enkele malen naar de ondergang geschreven, met name na de vernietigende nederlaag van Saddam in 1991, die werd geacht de Jordaanse koning Hussein en Arafat in zijn val mee te slepen. Maar elke keer weer bleek Arafat handiger dan zijn tegenstanders en vaak ook werden zijn tegenstanders overschat.

In 1983 kwam een integere guerrillacommandant in Libanon, kolonel Abu Musa, in opstand tegen Arafat nadat deze twee bekend corrupte en niet al te standvastige officieren op hoge functies in Libanon had benoemd. Voor Abu Musa, die niets moest hebben van de zorgeloze corruptie in leidende Palestijnse kringen, was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Maar zijn strijd ging verder: hij verzette zich tevens tegen een politieke oplossing van de Palestijnse kwestie, en vond daarvoor onder de gemiddelde guerrillastrijder veel steun. Met de hulp van de Syrische president Assad, die hoopte de gehate PLO-leider te wippen en de Palestijnse beweging zelf in zijn greep te krijgen, slaagde Musa erin Arafat en zijn aanhangers uit hun laatste Libanese bolwerk, Tripoli, te verdrijven. De PLO-leider leek zijn positie vervolgens nog verder te ondermijnen door na zijn evacuatie uit Tripoli op bezoek te gaan bij de Egyptische president Hosni Mubarak, die toen in de Arabische wereld nog verschrikkelijk uit de gratie was wegens zijn vredesverdrag met Israel. Een splijting van de PLO leek onvermijdelijk.

Maar Syrische steun maakte Abu Musa en de zijnen uiteindelijk verdacht in de ogen van veel Palestijnen. Arafats internationale status en het ontbreken van een gelijkwaardige opvolger - zoals nu - gaven de doorslag. Niet alleen zouden corruptie en financieel wanbeheer tot de dag van vandaag doorwoekeren - nu weer een heel belangrijk punt van Arafats tegenstanders - ook had het idee van een politieke regeling met Israel de overhand gekregen.

Arafats volgende dieptepunt, zijn associatie met Saddam, droeg het zaad voor de huidige crisis in zich. Veel Palestijnen steunden Arafats omarming van Saddam, immers in veler ogen de enige Arabische leider die het tegen het Westen en Israel opnam, maar anderen spraken hun afschuw uit. “Hoe kòn hij, de leider van een bezet land, de bezetting van een ander Arabisch land goedpraten,” vroeg een Palestijnse persoonlijkheid zich af. “Hij is een verrader!” Belangrijker was dat de Arabische Golfstaten in 1991 hun financiële steun aan de PLO staakten. Dat scheelde honderden miljoenen dollars - plus de salarissen die de vele Palestijnse gastarbeiders naar familie stuurden. Want die Palestijnen werden er ook in groten getale uitgegooid. Palestijnse zegslieden onderstreepten deze week nog dat er geen enkel teken is van een snelle hervatting van de hulp, al zijn enkele Golfstaten, waaronder Saoedi-Arabië, weer begonnen een heffing van 5 procent van salarissen van Palestijnse arbeiders naar de PLO over te maken.

Het resultaat: het budget van de PLO is volgens PLO-functionarissen met 70 procent verminderd in de tijd sinds de Golfcrisis. De salarissen van tienduizenden guerrillastrijders worden al maanden niet meer uitbetaald. Uitkeringen aan behoeftige vluchtelingen, aan verwanten van "martelaren' van de strijd tegen Israel, zijn stopgezet. De Jeruzalemse pro-PLO-krant Al-Fajr is er vorige maand uit geldgebrek mee opgehouden. De Bir Zeit universiteit, een Palestijns paradepaard, krijgt bijna niets meer. De gebouwen, gefinancierd door Golf-Arabieren, kunnen niet meer worden onderhouden, de docenten klagen over achterstallige salarissen en de studenten zien met woede een aanzienlijke verhoging van het collegegeld tegemoet, die hun aantal aanzienlijk zal uitdunnen.

De PLO had meer vertegenwoordigingen in het buitenland dan welk ander land dan ook, op de VS na. Daarvan zijn er al tientallen gesloten, en de resterende hebben deze week te horen gekregen dat ze met een kleinere staf moeten gaan werken. De onderhandelingsdelegatie die volgende week naar Washington gaat om met Israel te praten, wordt weer kleiner. Er gaan nog maar 12 man naar de VS, onder wie zeven onderhandelaars - de helft van het oorspronkelijke aantal. De geldnood was in januari van dit jaar al zo nijpend, dat Uitvoerend-comitélid Abu Mazen naar Saoedi-Arabië reisde om de excuses van de PLO aan te bieden voor haar politiek in de Golfcrisis. De missie ontlokte scherpe kritiek in PLO-kring, en leverde niets op.

Al enige tijd doen geruchten de ronde dat Saoedi-Arabië hervatting van de financiële steun afhankelijk heeft gesteld van een Palestijns akkoord met Israel. Arafat zou zijn omstreden concessies onder druk hiervan hebben gedaan. Misschien - maar aan de andere kant zijn de Saoediërs en de Koeweiti's tot het diepst van hun ziel getroffen door Arafats "verraad' en dat zullen ze niet snel vergeten. En bovendien raakt ook in de rijke olielanden het geld op, door de Golfoorlog en door de ongebreidelde wapenaankopen.

Waarschijnlijker is dat Arafat inziet dat het tij voor een regeling verloopt, en dat het beter is nu houvast te krijgen in bezet gebied, voor dat nòg verder wordt gekoloniseerd (de Westelijke Jordaanoever) dan wel radicaliseert (de Gazastrook). Met in het achterhoofd het idee van Europese hulp - voor de PLO echt financieel in elkaar stort.

Maar aan een verkommerende achterban is zó'n piepklein begin moeilijk te verkopen, vooral aan degenen die nu of permanent buiten een regeling zullen blijven. Daarom eiste een militaire commandant in Libanon, wiens “strijders in bedelaars zijn veranderd”, Arafats aftreden. De 300.000 Palestijnen in Libanon verarmen niet alleen, ze beseffen dat hun toekomst niet in een Palestina maar temidden van tienmaal zoveel vijandige Libanezen ligt. Hun droom is voorbij. Daaruit komt ook de aanval op Arafat voort van de PLO-vertegenwoordiger in Beiroet, Shafiq al-Hout, het eenzame overblijfsel van de eens bloeiende PLO-staat in Libanon.

Op enkele figuren als de dichter Mahmoud Darwish - het "geweten van de Palestijnse revolutie' - na zijn de huidige protesteerders verder voornamelijk te zoeken onder oude tegenstanders van Arafat. Het zijn mensen die rekeningen te vereffenen hebben of mogelijkheden zien bredere steun te vinden voor hun verzet tegen èlk vergelijk met Israel.

Maar de drie topleiders van de Palestijnse delegatie - Faisal Husseini, Saeb Erekat en Hanan Ashrawi - die deze maand in Tunis hun ontslag kwamen aanbieden omdat ze zich door Arafat en zijn naaste adviseurs gepasseerd voelden, draaien inmiddels bij. Ze kregen meer zeggenschap en ze gaan volgende week gewoon in Washington onderhandelen. In de wetenschap dat er uiteindelijk zicht is op een tastbaar resultaat.