De happy few wilde graag begraven worden in Sakkara; Oudheidkundige Schneider over zijn opgravingen in Egypte

In het Egyptische Sakkara hebben Leidse archeologen een "eigen plekje' waar ze bij opgravingen al veel hebben gevonden. Onlangs kwam een graf uit de tijd van Toetanchamon te voorschijn waarin een hoge ambtenaar lag. “Van eisen tot teruggave van monumenten is geen sprake.”

“Je vindt eigenlijk nooit rommel,” zegt prof. dr. Hans D. Schneider, conservator van de Egyptische afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. “Alle Egyptische kunst is mooi, uitgebalanceerd, er is altijd goed over nagedacht.” Enkele maanden geleden keerde de 53-jarige Schneider terug van het jaarlijkse opgravingsseizoen in Egypte, dat succesvol werd afgesloten met de vondst en aansluitend de restauratie van een graf uit de tijd van de farao's Toetanchamon en Horemhoreb, ongeveer 1300 voor Christus.

Plaats van handeling was de woestijn bij het dorp Sakkara, waar het Leidse museum samen met de Egypt Exploration Society uit Londen sinds 1975 ieder jaar van januari tot half maart opgravingen doet in de vroegere necropool van de oude hoofdstad Memphis. In zijn Leidse werkkamer noemt Schneider de Egyptische site “ons eigen plekje”; belangrijke delen van de collectie die het museum in de vorige eeuw verwierf zijn immers uit dit gebied afkomstig. Onder tonnen woestijnzand kwam dit jaar in Sakkara het graf van een hoge ambtenaar tevoorschijn, een zekere Inioeia, drager van tot de verbeelding sprekende titels als Opziener van de Runderen van Amon, Opperrentmeester in Memphis, en Schrijver van het Schathuis van Zilver en Goud van de Heer der Beide Landen (de farao).

De vondst van het 9,5 bij 8,5 meter grote graf is feitelijk een herontdekking, want in de vorige eeuw waren er al voorwerpen uit verwijderd die inmiddels over de hele wereld verspreid zijn. Zo bevinden Inioeia's sarcofaag en een mini-piramide die een kapel in het graf bekroonde zich in het Parijse Louvre; het Bode Museum in Berlijn herbergt twee zuilen; het Egyptisch Museum in Kairo bezit drie wandreliëfs en een grote stele; in het Museum of Fine Arts in Boston bevindt zich het dekseltje van een mini-sarcofaag voor de lijkbeeldjes die in het hiernamaals op afroep voor Osiris moesten werken, de zogeheten shabtis of oesjebtis; en in Leiden ten slotte bevindt zich de lotusvormige knop van een stok die toebehoorde aan de vrouw van Inioeia, Ioey.

De vondst van het ambtenarengraf komt na een reeks successen die het museum sinds 1975 in de woestijn bij Sakkara heeft geboekt. Het opgravingsproject is een initiatief van de vroegere directeur van het Rijksmuseum van Oudheden, prof. dr. A. Klasens, die ondanks weinig bemoedigende voorspellingen besloot in Sakkara onderzoek te doen. Aanvankelijk was het doel de herontdekking van het graf van Maya en zijn vrouw Merit. Van dit hooggeplaatste echtpaar heeft het Leidse museum drie schitterende beelden in huis, afkomstig uit de woestijn bij Sakkara. Dit graf werd pas na elf jaar, in 1986, aangetroffen. Maar in de tussenliggende jaren kwamen veel andere schatten aan het licht.

Sleuven

Men stuitte op het spectaculaire graf van Horemhoreb, opperbevelhebber van de legers van Toetanchamon en tevens diens plaatsvervanger, de man die na het overlijden van Toetanchamons opvolger Eje zelf farao werd. Horemhoreb is uiteindelijk begraven in de Vallei der Koningen in Thebe, maar het graf in Sakkara was toen al vrijwel klaar en zijn vrouw is er waarschijnlijk wèl begraven.

“Toen wisten we dat we goed zaten,” zegt Schneider over de vondst van het graf van Horemhoreb. “Vervolgens hebben we ons niet laten verleiden om hier en daar een gat of grote sleuven te graven, zoals dat in de vorige eeuw wel gebeurde, maar we hebben systematisch verder gezocht.” Zo werd ook het graf aangetroffen van prinses Tia, een zuster van farao Ramses II. En verder kwam een reeks grafmonumenten aan het licht van lager geplaatste ambtenaren. Deze zijn iets kleiner dan de bouwwerken van hun superieuren, en bestaan uit twee of drie met reliëfs versierde kapellen en een binnenhof. Ook het dit jaar ontdekte graf van Inioeia behoort tot deze categorie. Schneider omschrijft de necropool van Sakkara als een begraafplaats voor de elite. “Sakkara was voor the happy few, men wilde daar graag begraven worden.”

Het Leidse onderzoek in Egypte is niet iets van de laatste jaren. Reeds de eerste directeur van het in 1818 door koning Willem I gestichte museum, C.J.C. Reuvens, tevens de eerste hoogleraar archeologie van Nederland, had als programma dat het museum niet alleen zoveel mogelijk schatten moest zien binnen te halen, maar ook meer diende te weten over de achtergronden van de stukken in de collectie. Behalve bestudering van de scheepsladingen objecten die het museum in de eerste jaren te verwerken kreeg (en waarvoor eigenlijk geen plaats was) bepleitte Reuvens daarom het onderzoeken van de vindplaatsen, de staat waarin de objecten waren aangetroffen, en veldwerk. “We werken nog steeds in de traditie van Reuvens,” zegt Schneider.

De graven in Sakkara dateren zoals gezegd uit ongeveer 1300 voor Christus, dat wil zeggen uit de tijd die bekend staat als het Nieuwe Rijk, de periode van de achttiende tot en met de twintigste van de in totaal 31 dynastieën die de oude Egyptenaren hebben gekend. De koningen lieten zich in deze welvarende tijd voor het eerste farao noemen en benadrukten hun goddelijke status. Het was ook de tijd van Achnaton, de farao die een godsdienstige revolutie ontketende door te bepalen dat er voortaan nog maar één god mocht worden vereerd, de zonneschijf Aton.

Deze "in waarheid' levende koning, in zekere zin de uitvinder van het monothe¨sme, bepaalde ook dat er een andere, meer realistische kunst moest worden gemaakt. Personen mochten niet langer idealiserend worden afgebeeld volgens de eeuwenoude afspraken (bij voorbeeld altijd in de bloei van hun leven, de jeugd) maar volgens de wetten van de natuur. Deze kunst staat bekend als de Amarna-kunst. “Het was in de ogen van de Egyptenaren een overdreven naturalistische kunst. Ook wat dat betreft was Achnaton inderdaad een echte ketter,” aldus Schneider.

Achnaton werd opgevolgd door Toetanchamon, die de religieuze orde herstelde. Toch lijkt het graf van Inioeia, dat enige tijd na de dood van Achnaton is gebouwd, nog sporen van die Amarna-kunst te dragen, dat wil zeggen dat de invloed van Achnaton op de kunst wellicht toch niet zo plotseling ophield als wel is verondersteld.

Het Rijksmuseum van Oudheden hoopt intussen zijn opgravingen in de Egyptische necropool “tot in lengte van dagen” te kunnen voortzetten. Toestemming van de autoriteiten ligt daarbij voorlopig voor de hand, de relaties in Egypte zijn uitstekend. Schneider: “De Egyptenaren zijn heel redelijk. Ze zien het belang van onderzoek in, en van eisen tot teruggave van monumenten is geen sprake. Een ambassadeur van Egypte in Nederland zei eens: "Dat de westerse musea vol staan met Egyptische kunst is de beste reclame die we ons kunnen wensen.' ”