Oraal

Ze heet Marianne, ze is huisarts en we doen het spel dat in Nederland altijd en overal met grote inzet wordt gespeeld. Het wordt Wat Is De Wereld Toch Klein genoemd.

We zijn dus even oud en komen allebei uit Arnhem, zij van de Hoogkamp, ik van de Geitenkamp. We waren allebei christelijk. Als zij niet naar het Stedelijk Gymnasium was gegaan, hadden we beslist allebei op het Christelijk Lyceum gezeten.

Dan valt de naam van een jongen, met wie zij een poos samen de zondagsschool heeft geleid. Die kende ik heel goed. Die voerde bij ons het hoogste woord op Chrysostomus. Daar bespraken we poëzie (Slauerhoff), proza (die ene roman van Hubert Lampo) en een vrij onderwerp (het kwalijke van de doodstraf).

Na zo'n avond liepen we over de Utrechtseweg terug naar het station. Nog hoor ik zijn schallende stem: “Maar nu is er ook orale anticonceptie!” In 1963 ongeveer. Woorden die zo raadselachtig waren dat je ze onthield.

“Hm”, zegt Marianne, “ik heb hem nooit van kennis van dergelijke zaken verdacht.”

En lijn 2, niet te vergeten. Trouwe trolleybus. Door lijn 2 waren we onlosmakelijk met elkaar verbonden. Lijn 2 daalde af van de Geitenkamp, fatsoenlijke arbeidersmensen, en klom vervolgens op naar de Hoogkamp, de betere burgerij, door ons zowel gewantrouwd als benijd.

Stad op heuvelen, onverbeterlijk.