Mijn charme was tijdelijk

Wie nadenkt over zijn verloren voorkeuren ziet gemakkelijk de mogelijkheid over het hoofd dat hij zelf de verloren voorkeur van iemand anders was. Dat is een beklemmende gedachte, die zelfs bij de realiteit dat je toevallig nooit iemands voorkeur was, haar benauwend karakter niet verliest. Je behoorde misschien ooit tot de favorieten van Heidegger of Max Pam maar Max Pam en Heidegger maken er ineens geen geheim meer van dat je al een tijdje behoort tot hun gepasseerde smaak. Zij zien dat ook als een blijk van intellectuele groei. Heidegger en Max Pam zijn volwassen geworden. Op verzoek willen zij ook graag vertellen waarom zij oorspronkelijk zo aan jou verknocht waren en dat het in de loop der jaren steeds duidelijker werd dat je slechts voorzag in een zielige behoefte. Toen Heidegger en Max Pam eindelijk op eigen benen konden staan - misschien omdat zij toch nog gingen trouwen - doorzagen zij ineens het illusoire karakter van je voorbeeldigheid.

Ik vind dat een vrij onsmakelijke gedachte en wat mij betreft hoeven Heidegger en Max Pam daar ook geen verhelderend stukje over te schrijven. Waarom moet ik opgevoerd worden als overwonnen voorkeur nu duidelijk is dat ik niet zoveel bijdraag aan de ontwikkeling van hun capaciteiten als Lolle Nauta of Richard Rorty. En waarom moet dat worden vermeld. Is het wel zo interessant dat mijn charme tijdelijk was. Ik geloof niet dat ik dat aan Max Pam of Heidegger heb verdiend. Zoiets kun je ook voor je houden en we zien wel wie niet meer op wiens verjaardag komt. Eerlijk gezegd vind ik door deze gratuite onthulling Heidegger en Max Pam een beetje een klootzak en vooral van Heidegger - die toch iets hoort te weten van de geborgenheid van ons bestaan - valt het mij behoorlijk tegen. Maar mij hoor je niet.

Mijn god, ik zou een gepasseerd station zijn voor die jongens. Eerlijk gezegd bedank ik er voor het onderwerp te zijn van hun nostalgie. Ik heb niet gevraagd om hun aanvankelijke gretigheid in mijn gezelschap te verkeren en deze verachtelijke Pam en Heidegger lijken beiden te vergeten dat ik vaak heb afgerekend als het op betalen aan kwam. Ja, deze heren gaan in hun meedogenloos egosme nog een grote toekomst tegemoet. Het is bijzonder leuk en interessant - gevoelig beschreven ook - dat zij mij achter zich hebben gelaten. Ik lijk wel gek dat ik mij dit laat welgevallen. Mijn invloed zou tijdelijk zijn, kom nou. Dat ben ik helemaal niet gewend. Ik ben geen Simon Vinkenoog of Nooteboom. Zeggen die namen van Pam, Lolle, Rorty en Martin Heidegger u iets? Nou dat verbaast mij niet. Zij zouden mij overwonnen hebben. Als mijn moeder het wist zou zij de deegrol van onze alerte buurvrouw lenen.

Zelf ben ik heel anders dan Pam en Heidegger. Een voorbije voorkeur is voor mij nooit definitief voorbij. Ik onderga nog dagelijks de charme van mijn gepasseerde smaak. Zonder die gepasseerde smaak zou ik geen identiteit hebben. Ik zou niet weten wie ik was. Eerlijk gezegd, betreur ik het ook dat zoveel al weer verleden tijd is. Wat heb ik mij niet vermaakt met Freud en Jezus Christus, en niet omdat ik zelf zo gevat en geestig was. Zij waren het, maar zij zijn nu te oud. Het gaat gewoon niet meer. Ik verloochen niet mijn verleden maar mijn verleden verloochent mij. Zo zit dat. Ik geloof graag dat de ideeën van Sigmund en Jezus achterhaald zijn, maar wiens ideeën zijn dat niet. Sterker nog, wiens ideeën niet aantoonbaar achterhaald zijn, speelt geen rol van enige betekenis in onze cultuur. Probeer dat maar eens aan Max Heidegger duidelijk te maken.

Mijn trouw aan mijn verleden blijkt eigenlijk maandelijks, zo niet wekelijks. Zo verdraag ik het niet dat mijn vrouw plotseling op zondag gaat stofzuigen, omdat ik weet dat Jezus dat niet op prijs stelde. Die dierbare herinnering aan hem doet mij besluiten dat stofzuigen met enig gezag te verbieden. Ik vind het trouwens heel moeilijk om te begrijpen, dat iemand op zondag zou willen stofzuigen. Ook heb ik al mijn stiefkinderen verboden te vloeken. Ik zeg altijd tegen hen “Waarom zeg je niet Walt Disney, Van Hanegem of Tom van Deel in plaats van Jezus”, als je deze maand niets bij de Febo krijgt. Maar dat zegt hun niets. Maar ik stel met genoegen vast dat ik van mijn piëteit getuigenis heb afgelegd. Ook voor een robbertje Freud of Sartre ben ik altijd te vinden. Het verheugt mijn trouwens dat Rudy Kousbroek heeft aangetoond dat Sartre heel behoorlijk kon fietsen. Nu Freud nog.

Mijn probleem met Freud en ook met Sartre is eigenlijk dat ik door een eigentijdse onhebbelijkheid van de academische wereld verplicht ben hun illuminerende ideeën te bewijzen. Waar zij zelf nooit aan hebben gedacht. Die onsmakelijke eis tot bewijsvoering leidt uiteindelijk tot een afscheid van de jeugd en tot een afscheid van de geest. Dat is wat ik van het verleden het meest vrees.