Marlboro-friday maakte Unilever alert op prijzen

ROTTERDAM, 14 AUG. De koppen in de kranten logen er de afgelopen maanden niet om: "A-merken onder druk door recessie', "Marlboro-friday bedreigt merkenproducenten', "Huismerken rukken op'. Van de ene op de andere dag leken merkfabrikanten als Unilever, Procter & Gamble en Philip Morris, ondernemingen die de recessie in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië betrekkelijk ongeschonden waren doorgekomen, hun glans verloren te hebben.

Het daaropvolgende bericht dat Unilever in de VS in een prijzenoorlog met Procter & Gamble was verwikkeld, joeg Nederlandse beleggers in deze multinational de stuipen op het lijf. De koers van Unilever, die na de bekendmaking van de gunstige cijfers over 1992 nog tot 215 gulden steeg, kelderde tot iets boven de 185 gulden. Hoewel de koers de afgelopen weken weer wat is hersteld, lijkt het vertrouwen nog niet terug: ondanks de bekendmaking gisteren van een winststijging van twee procent over het eerste halfjaar tot 1,86 miljard gulden, daalde de koers op het Damrak 1,80 gulden tot 190,50 gulden.

“Van een prijzenoorlog is geen sprake”, stelt het Unilever-bestuurslid H. Eggerstedt, financieel directeur bij het Brits/Nederlandse voedings- en wasmiddelenconcern gedecideerd. De schermutselingen met Procter & Gamble op de Amerikaanse markt voor wasmiddelen zijn “niets bijzonders” en komen volgens hem voort uit het feit dat Unilever een nieuwe supergeconcentreerde vloeibare wasmiddelvariant heeft ge¨ntroduceerd, die door marktleider P&G als zeer bedreigend wordt ervaren. De prijsverlagingen - tot 15 procent - die P&G nu heeft doorgevoerd, zijn bedoeld om marktaandeel te behouden. “Wij hebben in het verleden ook regelmatig zulke stappen genomen”, glimlacht de uit Duitsland afkomstige Eggerstedt. Unilever had volgens hem deze reactie van P&G ingecalculeerd en heeft zelf de prijzen ook verlaagd. “Wij verwachten dat de consumenten na verloop van tijd vanzelf gaan vragen om ons produkt en dan kunnen we de prijzen weer verhogen”, aldus de 55-jarige Unilever-bestuurder.

De gevolgen die analisten en beleggers verbonden aan de beslissing van het tabak- en voedingsconcern Philip Morris om de prijzen van hun grootste succesnummer Marlboro drastisch te verlagen, noemt Eggerstedt “overtrokken”. Het probleem van Philip Morris was volgens hem dat bij de merksigaretten de verhouding tussen de prijs en de waarde van het produkt in de ogen van de consument was verdwenen, waardoor ze marktaandeel begonnen te verliezen aan de goedkope "witte' merken. Hoewel Unilever zich volgens Eggerstedt in een andere situatie bevindt, is het concern door Marlboro-friday wel alert geworden op deze ontwikkelingen. Hij noemt het voorbeeld van het pastasauzen-merk Ragu, dat in de VS eveneens met sterke prijsconcurrentie te maken kreeg, en nu door Unilever ook goedkoper wordt geleverd. “Wellicht waren de marges op deze produkten toch iets te hoog”.

Unilever maakte gisteren bekend dat de winst over het eerste halfjaar met twee procent is gestegen, terwijl de omzet groeide van 37 tot 39,3 miljard gulden. Wanneer het effect van de wisselkoersen buiten beschouwing wordt gelaten, is de winst met negen procent gestegen tot 1,99 miljard gulden. Geen slechte prestatie, vindt Eggerstedt. “We hebben de recessie in de VS en Europa, gebieden waar we toch zo'n 75 procent van onze omzet realiseren, redelijk goed doorstaan, ook in vergelijking met onze concurrenten.” Tevreden is hij ook over de beslissing van Unilever om de activiteiten verder op te voeren in de rest van de wereld, met name in Zuid-Amerika en Azië. Deze regio, die het eerste halfjaar een omzetstijging van 24 procent en een winststijging van 30 procent genereerde, is in een paar jaar tijd zelfs van aanzienlijk meer belang geworden voor Unilever dan de Noord-Amerikaanse markt.

Bij internationale activiteiten behoort ook internationale financiering, een terrein waar Eggerstedt als financieel directeur verantwoordelijk voor is. Samen met een kleine groep collega's - op de centrale treasury op het hoofdkantoor werken zo'n veertien medewerkers - handelen zij alle grensoverschrijdende financiële activiteiten af, van het uitgeven van obligatieleningen en de financiering van nieuwe fabrieken tot het aan- en verkopen van valuta's. De bedragen zijn enorm: alleen al aan valutatransacties zetten de treasury-experts jaarlijks voor meer dan 60 miljard gulden om.

Van de recente crises in het Europese Monetaire Stelsel heeft Unilever volgens Eggerstedt weinig hinder ondervonden, al betreurt het concern, als “één van de weinige echt Europese bedrijven”, wel dat het systeem van stabiele wisselkoersen heeft gefaald. De nadelige gevolgen bleven voor Unilever beperkt, zegt Eggerstedt, omdat produktie van artikelen vaak plaatsvindt in het land waar ze ook verkocht worden. Het concern heeft zich volgens hem ook niet laten verleiden om met winstoogmerk met valuta's te speculeren. Eggerstedt: “Wij willen de beste zijn met het verkopen van ijs of thee, wij willen niet de beste bank zijn”.