Overal zijn mensen met wie men boksen kan; Douglas Fairbanks en De Dief van Bagdad

De immer zonnig lachende Amerikaanse filmster Douglas Fairbanks reisde graag en overal waar hij kwam speurde hij naar talent en nieuwigheden in de cinematografie. Voor de film De dief van Bagdad deed Fairbanks inspiratie op in het Europa van de jaren twintig. Zijn belangstelling ging speciaal uit naar Duitse expressionistische produkties. De film wordt binnenkort opnieuw vertoond, met de originele muziek gespeeld door Het Brabants Orkest.

De voorstellingen van De Dief van Bagdad (1924), begeleid door Het Brabants Orkest o.l.v. Gillian Anderson zijn op donderdag, 26 augustus in het Casinotheater in 's Hertogenbosch en op vrijdag, 27 augustus in het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven.)

Een geruststellende tekst aan het begin van de film, geschreven over de volle breedte van het doek: "Bagdad, droomstad van de Oude Oriënt.' De muziek zwelt aan. Het begint nu pas goed, met een straatscène badend in een goudgele gloed. Onder in het beeld glijdt een draagkoets voorbij, mensen krioelen er omheen. Boven hen torent de stad. Er is veel te zien: koepels, terrassen, loopbruggen en trappen, ook doorkijkjes naar andere straten. Draperieën bewegen loom in de wind.

Bij een stomme film wordt de toeschouwer de tijd gegund een beeld als dit goed in zich op te nemen. De slordige kijker van nu ontgaat het misschien dat de dief uit de titel in dit gecompliceerde decor al aanwezig is. Via een snelle overvloeier komen we dichterbij: de hoofdpersoon van het verhaal ligt languit met naakt bovenlijf op een terras bij een fontein waar hij dorstige voorbijgangers van hun kostbaarheden berooft. De eerste en vrijwel enige close-up van de film geeft uitsluitsel over de identiteit van de dief. Voor de bioscoopbezoeker van 1924 was er geen misverstand mogelijk. Een opgewekte lach, twee rijen hagelwitte tanden en een messcherp snorretje, dat moet Douglas Fairbanks zijn. Hij was beroemd, schatrijk en bovendien getrouwd met Mary Pickford, bijgenaamd "America's sweetheart'. Het echtpaar liet trots publiceren dat hun gezamenlijke jaarinkomen rond de vier miljoen dollar lag.

Maar ook zonder die voorkennis komen we er snel achter dat we niet in Bagdad zijn, maar in Hollywood, droomstad van de wereld. Fairbanks (niet te verwarren met zijn zoon Douglas Fairbanks Jr die later eveneens in avonturenfilms actief was) doet geen enkele moeite er als een Arabische gauwdief uit te zien. Het snorretje is nog blijven staan van zijn vorige film, De Drie Musketiers. Hij is gewoon zichzelf, een optimistische, nooit door enige diepe gedachte gekwelde filmheld die een nieuw decor heeft uitgevonden voor zijn atletische toeren. De zoon schreef over de vader: "Hij had zo'n overtuigend talent om zijn ideaal zelfportret te projecteren dat hij het op den duur zelf begon te geloven.' Om de prinses die hij liefheeft te kunnen veroveren moet de Prins der Dieven een gevaarlijke reis ondernemen. Zonder een moment te acteren, maar met de gratie van een balletdanser en de lichaamsbeheersing van een acrobaat bestrijdt hij zeemonsters, draken en het leger van de perfide Mongoolse prins. Hij duikt tot op de bodem van de Middernachtszee, klimt in het Magische Touw, berijdt het Gevleugelde Paard en vliegt met het Tovertapijt over woestijnen en oceanen.

Als opperhoofd van de hele produktie liet de 40-jarige Fairbanks ervoor zorgen dat zijn magnifieke tors, tachtig procent van de film bloot, steeds zo voordelig mogelijk uitkomt. Fysieke uitbundigheid was nu eenmaal zijn handelsmerk. In de publiciteit wierp hij zich ook eerder op als fitness-expert dan als filmster en zijn gratis adviezen werden overal gepubliceerd. Zo raadde hij de lezers van Cinema en Theater aan alle gymnastiektoestellen "in de oceaan' te werpen. Immers, "overal vindt men tafels waarop men den hoogstand kan maken, overal platformen waar men af kan springen, overal menschen met wie men boksen of worstelen kan. Als de conducteur van de trein mij in mijn compartiment vindt op het ogenblik dat ik mij aan het bagagenet omhoog trek, dan mag hij mij voor gek houden, maar dat is toch maar een zeer ongevaarlijke vorm van waanzin.'

Cultuurschok

Het komt bij al die opborrelende levenslust en oppervlakkige filosofietjes ("Happiness must be earned' is het motto van de film) als een soort cultuurschok als je in de geschiedenisboeken leest dat Fairbanks, bijgenaamd "de man met de zonnige lach', zijn inspiratie voor De Dief heeft opgedaan in het Europa van begin jaren twintig, zuchtend onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. De nieuwbakken miljonair reisde graag en overal waar hij kwam speurde hij naar nieuw talent en technische of stilistische nieuwigheden in de cinematografie.

Zijn belangstelling ging speciaal uit naar de films die in Duitsland werden gemaakt. Daar kwamen spektakels tot stand van een omvang die taboe was in Hollywood, sinds de financiële ramp met Intolerance in 1916. Maar in het door inflatie geteisterde Duitsland waren de produktiekosten laag. Er was een leger van werklozen beschikbaar voor massa-figuratie en massale decorbouw. Cynische spektakelfilms van Ernst Lubitsch als Madame Dubarry maar vooral de expressionistische beeldcomposities in de sombere drama's van Robert Wiene en Fritz Lang zag Fairbanks als voorbeelden die heel goed konden worden nagevolgd, zolang misère en noodlot maar vervangen werden door actie, humor en een happy-end.

De Europese huwelijksreis van Mary en Doug, zoals het koppel steevast werd genoemd, moet voor deze inspiratie bepalend zijn geweest. De eerste drie dagen in Londen waren zo'n uitputtende ervaring, met duizenden mensen op de been die afzettingen bestormden en de popperige Mary bijna onder de voet liepen, dat het echtpaar besloot naar het vasteland uit te wijken. Nederland was in de zomer van 1920 het eerst aan de beurt.

In haar autobiografie Sunshine and Shadow schrijft Pickford dat ook bij ons de belangstelling overweldigend was, al geeft ze toe dat de menigten kleiner waren. Dit moet als een understatement worden opgevat. De enige menigte die op de been was bestond uit het voltallige bestuur van de Bond van Bioscoopdirecteuren, dat bovendien naar het vliegkamp Schiphol was gereisd terwijl de filmsterren op de boot naar Hoek van Holland waren gestapt. In kranten werd bericht dat Doug en Mary bij hun aankomst in de Hoek "door verschillende fotografen werden gekiekt' om vervolgens naar Den Haag te sporen waar zou worden gelogeerd in Hotel des Indes. De volgende ochtend meldde het bondsbestuur zich alsnog in het hotel waar kinderen van filmpionier Willy Mullens bloemen aanboden en niet minder dan drie filmcamera's opnamen maakten voor bioscoopjournaals.

Robert Wiene's Das Kabinett des Doktor Caligari, aangekondigd als "de eerste expressionistische film', had enkele weken tevoren met veel artistiek gedruis en weinig succes aan de kassa zijn Nederlandse première beleefd. De historie vermeldt niet of Fairbanks van deze groteske griezelfilm, die pas een jaar later in Amerika ging draaien, kennis heeft genomen. Vast staat alleen dat hij met zijn bruid in alle rust het internationale cabaret van het Scala Theater aan de Gedempte Gracht heeft kunnen bezoeken.

Desondanks werd Den Haag te vermoeiend bevonden, schrijft Mary Pickford, vooral omdat het lastig was vragen van journalisten te beantwoorden die eerst vertaald moesten worden. Besloten werd daarom door te reizen naar Duitsland waar ze beiden òf volslagen onbekend òf wel onnoemelijk gehaat moesten zijn. Had Mary niet tijdens de oorlog anti-Duitse propagandafilms gemaakt met beestachtige Hunnen als verkrachters van Amerikaanse verpleegsters? Doug had het misschien minder bont gemaakt, maar zijn publieke optredens in de campagne om oorlogsleningen te verkopen aan het Amerikaanse publiek waren wereldnieuws geweest. Per auto op weg naar de Duitse grens deden de filmsterren Doorn aan, om het verblijf van de daar mede dankzij hun inspanningen verbannen ex-Keizer Wilhelm in ogenschouw te nemen. Op de verdere tocht langs de Rijn, door de Britse, Franse en Amerikaanse bezettingszones, vonden ze de rust waarnaar ze hadden verlangd. Ook iets van de haat. Mary noteerde: "Arme kleine ondervoede Duitse schoolkinderen staarden ons met openlijke afkeer aan, beseffend, neem ik aan, dat wij weldoorvoede buitenlanders waren.' Omstreeks deze tijd werd in Duitsland Der Müde Tod in produktie genomen, een film van Fritz Lang met een soort happy-end: de jongen en het meisje vinden elkaar in de dood. Ontwerpers die voor Caligari hadden gewerkt kregen opnieuw de kans decors te maken, die niet zomaar een monumentale achtergrond waren voor de handeling, maar die een functie hadden voor de actie. Het werd een episodenfilm met verhalen die speelden in Venetië, China en Bagdad.

Kassakrakers

Terug in Hollywood besloot Douglas Fairbanks Der Müde Tod aan te kopen. (Mary, handiger in zaken dan haar echtgenoot, importeerde op haar beurt Ernst Lubitsch). Douglas bestudeerde de film, toonde hem aan zijn medewerkers en hield hem weg uit de Amerikaanse bioscopen. Twee kassakrakers, The Three Musketeers en Robin Hood kwamen uit zijn studio, voor hij eind 1923 aan The Thief of Bagdad begon. Het gepubliceerde budget van twee miljoen dollar was het hoogste ooit voor een Hollywood-film uitgetrokken. Zelfs The Ten Commandments van Cecil B. DeMille was goedkoper geweest.

Voor de bouw van Bagdad in Hollywood engageerde Fairbanks de toen nog onbekende, 28-jarige William Cameron Menzies, die later naam zou maken als art director van Gone With the Wind en regisseur van de SF-fantasie Things to Come. Hij gebruikte voornamelijk de Chinese episode uit Der Müde Tod als voorbeeld voor zijn decorontwerpen.

De opnamen duurden negen maanden. Regisseur was Raoul Walsh, toen al niet bepaald een groentje. De Dief gaf zijn carriëre een flinke duw in de goede richting, maar het is twijfelachtig of zijn bijdrage aan het eindresultaat groot is geweest. Menzies' ontwerpen waren zo precies en gedetailleerd, dat niet alleen het bewegingstraject van de acteurs, maar ook de plaats van de camera's en de brandpuntsafstand van de lenzen werden voorgeschreven. De meest gehoorde kritiek op de film, dat het decor overheerste ten koste van het verhaaltempo, kwam uit deze rigiditeit voort. Toch had Walsh later goede herinneringen aan De dief: "Fairbanks was de beste all-around atleet die ik ooit gekend heb. Hij en ik gingen elke dag hardlopen en boksen en naar de sauna. Hij deed al zijn eigen stunts. Hij kon hand over hand in een touw klimmen, twintig meter hoog tegen een muur op. In Bagdad, or some goddamned place, vloog hij op een tapijt dat met dunne staaldraden aan een hoge kraan driehonderd meter boven de grond werd voortbewogen, zonder vangnet.'

Toen een ruwe montage van de film gereed was, kwam componist Mortimor Wilson aan de beurt. Met twee jaar studie onder Max Reger had ook hij een Europese achtergrond. Zijn partituur voor De Dief van Bagdad was volgens vakbroeders een moeilijk stuk voor groot orkest, dat speciaal veel vergde van de strijkers, de virtuoze solo's voor trompet en hoorn nog daargelaten.

Harempakjes

De stomme film met live muziek als onmisbare component, heeft met de podiumkunsten gemeen dat de opvoeringen van stad tot stad en in mindere mate ook van dag tot dag kunnen verschillen. Uit de recensies van die tijd is op te maken dat bij De Dief van Bagdad de verschillen hemelsbreed waren. Na de première in Los Angeles verschenen, wat de muziek betreft, sarcastische kritieken. Een van de recensenten vroeg zich af waarom niet gewoon de Bolero van Ravel werd gespeeld in plaats van het speciaal gecomponeerde rommelzooitje. Had het orkest daar gefaald?

In New York, waar het niveau van muziekbeoefening beduidend hoger lag, werd van een meesterwerk gesproken, van een "vitale emotionele symfonie'. Bovendien waren de ouvreuses in het Liberty Theatre gekleed in harempakjes. Arabische parfums werden met ventilatoren de zaal in geblazen.

Deze franjes zullen wel achterwege zijn gelaten bij de Nederlandse première in de Kerstweek van 1924 in Scala in Den Haag, hetzelfde theater - nu is er een parkeerplaats - waar vier jaar tevoren Doug en Mary zich met cabaret hadden vermaakt. Directeur Willy Mullens, ook dezelfde, trok echter op zijn manier alle registers van de publiciteit open. In advertenties gewaagde hij van "een Oosterse legende - ALLES in grootsheid, mise-en-scène en techniek overtreffende. Ouderen van dagen, Volwassenen, Haagse Jeugd, geheel de familie zonder uitzondering, trekt gedurende deze feestdagen op naar Scala.' Het orkest onder leiding van de vaste dirigent Adriaan Blokland werd voor de gelegenheid uitgebreid tot dertig man, zodat recht kon worden gedaan aan "de heerlijke orkestratie die zo ernstig en zo inspannend is voor het orkest dat wij ons moeten beperken tot twee grote voorstellingen daags.' Mullens voegde eraan toe dat de musici zich in dagenlange repetities hadden voorbereid op hun schier onmenselijke taak bij deze ruim twee uur durende film. De recensent van De Haagsche Courant was desondanks van mening dat het orkest tijdens de première weliswaar de muziek van Wilson "in de regel haar recht doet wedervaren,' maar dat "een repetitie méér het geheel ten goede zou komen.'

De destijds gebruikelijke vriendelijke toon van filmrecensies in aanmerking genomen, was dit een vernietigend oordeel. De partituur was zo veeleisend, dat ze bij de Amsterdamse première, met Pasen 1925 in Tuschinski, koelbloedig terzijde werd geschoven. Dirigent Max Tak stelde uit bekende thema's een eigen muzikale illustratie samen, die door het vaste Tuschinski-orkest werd uitgevoerd, afgewisseld met bespeling van het Wurlitzer-orgel.

De compositie van Mortimer Wilson is van A tot Z bewaard gebleven. Ze wordt tegenwoordig beschouwd als een van de best geslaagde scores uit de tijd van de stomme film. Alle kans dus dat De Dief van Bagdad eind deze maand voor het eerst in ons land de vertoning krijgt die de film verdient. Het Brabants Orkest zal onder leiding staan van de Amerikaanse dirigent Gillian Anderson. Zij is als musicologe verbonden aan de Library of Congress in Washington en heeft zich, evenals Het Brabants Orkest trouwens, in de begeleiding van films gespecialiseerd.

Hoe komt iemand aan gevoel voor stijl?