Koopkracht daalt in 1994 2 à 3 procent

DEN HAAG, 13 AUG. Het kabinet lijkt erin te slagen de koopkrachtdaling voor iedereen volgend jaar tot ruim 2 à 3 procent te beperken. Dit blijkt uit voorlopige en nog vertrouwelijke berekeningen van het Centraal Planbureau.

Uitgangspunt daarbij is dat het voornemen van het kabinet, om de salarissen volgend jaar met het oog op de werkgelegenheid in het geheel niet te laten stijgen, wordt gerealiseerd. Dit plan was en is echter voor de vakbonden niet aanvaardbaar, zo liet FNV-voorzitter J. Stekelenburg vanochtend desgevraagd weten. Het kabinet komt volgende week voor het eerst na de vakantie weer bijeen om over de begroting van volgend jaar en in het bijzonder de inkomensmaatregelen te praten.

De inkomensverhoudingen gelden als een politiek gevoelig thema, in het bijzonder voor de PvdA. De partijtop heeft dit jaar weliswaar eerder erkend dat een achteruitgang, ook voor de laagste inkomens, onvermijdelijk is, maar heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de pijn zo evenwichtig mogelijk over alle inkomensgroepen moet worden verdeeld. Het kabinet heeft een zelfde standpunt ingenomen.

Pag.3: De laagste inkomens leveren het meest in

Volgens de huidige berekeningen leveren de laagste inkomens procentueel nog steeds meer in dan de hoge inkomens. Het Tweede-Kamerlid Melkert van de PvdA achtte het vanochtend niet opportuun al op de cijfers te reageren.

Zonder nadere maatregelen zou de inkomensachteruitgang volgend jaar voor de laagste inkomens (uitkeringen, minimumloon) tot 3,6 à 3,8 procent oplopen en voor de hogere inkomens (twee keer modaal) tot 1,3 procent beperkt blijven. Dit berekende het CPB eerder deze zomer, ervan uitgaande dat de lonen gemiddeld met 2,3 procent zouden stijgen. Voor de PvdA, maar eigenlijk ook het CDA, waren deze inkomensverhoudingen niet aanvaardbaar. Behalve door middel van een nullijn wil het kabinet de hogere inkomens ook laten inleveren door bij de inkomstenbelasting volgend jaar de inflatiecorrectie (opnieuw) te beperken. De CDA-fractie heeft hier grote moeite mee.

De CPB-berekeningen bevatten verder voor het kabinet een meevaller voor dit jaar van één miljard gulden, omdat er meer belastingen binnen lijken te komen dan eerder geraamd. Dit betekent dat minister Kok dit jaar het financieringstekort waarschijnlijk toch tot 3,75 procent kan beperken en in 1994 tot 3,9 procent.

De inkomensachteruitgang wordt, behalve door de prijsstijgingen, vooral veroorzaakt door stijgende premies als gevolg van de hogere werkloosheid.

Volgens de CPB-berekeningen stijgt de werkloosheid bij het achterwege blijven van salarisverhogingen volgend jaar met 65.000 in plaats van 75.000 personen. FNV-voorzitter Stekelenburg vindt de inkomensachteruitgang echter te groot. “Bijna drie procent achteruit, dat is heel zwaar en stevig.” De vakcentrales FNV en CNV hebben de aangesloten vakbonden een voorlopig plan gepresenteerd, waarin staat de prijscompensatie volgend jaar de bovengrens voor de onderhandelingen over loonsverhogingen zou moeten vormen. Van belang is in dit verband dat het CPB de inflatie voor volgend jaar op 2 procent raamt, een half procent lager dan eerder verwacht. Voor dit jaar hanteerden de bonden nog het uitgangspunt dat de prijscompensatie de ondergrens was. Naarmate met werkgevers betere afspraken over werkgelegenheid kunnen worden gemaakt, moeten de looneisen volgens de vakcentrales worden gematigd.