Zes etnische Vietnamezen in Cambodja gedood

PHNOM PENH, 11 AUG. Zes etnische Vietnamezen zijn gisteren in het midden van Cambodja gedood.

Dat heeft een woordvoerder van de vredesmacht van de Verenigde Naties in Cambodja vandaag bekendgemaakt. De slachtoffers, onder wie een dertienjarig meisje, kwamen uit families van vissers die wonen bij het Tonle Sap-meer in de provincie Kompong Chhnang. De aanvallers vluchtten na geld uit de huizen van de slachtoffers geroofd te hebben, aldus de woordvoerder. In de zeventien maanden dat de VN in Cambodja actief zijn om het vredesproces te ondersteunen zijn meer dan honderd etnische Vietnamezen gedood. De communistische guerrillagroepering Rode Khmer, die het vredesproces boycot, is beschuldigd van de meeste moorden.

Intussen weigert de nieuwe Cambodjaanse regering dertigduizend gevluchte etnische Vietnamezen terug te laten keren naar hun woongebied in midden-Cambodja. Het hoofd van de VN-missie in Vietnam, Yasushi Akashi, besprak de kwestie gisteren met de voorzitters van de nieuwe Cambodjaanse regering, Hun Sen en prins Norodom Ranariddh, maar kreeg te horen dat terugkeer uitgesloten was omdat Cambodja niet kon instaan voor de veiligheid van de vluchtelingen.

De Vietnamezen vluchtten in maart en april halsoverkop naar Vietnam toen leden van de guerrilla-organisatie Rode Khmer meer dan honderd etnische Vietnamezen vermoordden. Hoewel de Rode Khmer nog steeds in dagelijkse radio-uitzendingen ophitst tot racisme, willen de Vietnamezen terugkeren omdat ze in Vietnam geen enkel middel van bestaan hebben. De meesten zijn vissers en hebben de wateren in het gebied waar ze nu verblijven al helemaal leeggevist. Volgens een VN-rapport leven ze nu van kikkers, slakken, dagbloemen en waterratten. (Reuter, AP)