Stichting: houding Japan verheugend

ROTTERDAM, 11 AUG. De Stichting Japanse Ereschulden is verheugd over de verandering in de Japanse houding over de Tweede Wereldoorlog. Dat betekent echter nog niet dat de stichting zal afzien van de voorbereidingen voor een proces tegen de Japanse staat voor de rechtbank in Tokio.

Op zijn eerste persconferentie als eerste minister van Japan heeft premier Hosokawa laten merken een opener houding aan te nemen tegenover Japans rol in de Tweede Wereldoorlog dan zijn voorgangers. “Persoonlijk geloof ik dat het een agressieve en verkeerde oorlog was”, aldus Hosokawa. Hij zei dat Japan zijn excuses zou aanbieden aan de landen die hebben geleden onder invasies van Japan. Tot nu toe was Japans grootste concessie een spijtbetuiging, die veel landen lang niet ver genoeg ging. Verwacht wordt ook dat Hosokawa niet de jaarlijkse herdenking van Japanse oorlogsslachtoffers zal bijwonen, op 15 augustus bij het Yasukuni-heiligdom in Tokio. Eerdere premiers die deze ceremonie wel bezochten haalden zich de toorn op de hals van landen die in de oorlog zwaar hebben geleden onder de Japanse bezetting.

“Het is voor het eerst dat Japan de oorlog een agressie-oorlog en een foute oorlog noemt. Dat vind ik een belangrijk punt”, zegt de voorzitter van de Stichting Japanse Ereschulden, S.A. Lapré. “De Japanse premier heeft gezegd zich sterk te zullen maken voor algehele verontschuldigingen aan de slachtoffers van de oorlog. Wij wachten af in welke vorm dat zal gebeuren.” De Stichting Japanse Ereschulden zet zich in voor al diegenen die als krijgsgevangene of als burger-ge¨nterneerde een tijd in Japanse gevangenschap hebben doorgebracht. De stichting hanteert daarbij drie eisen: spijtbetuiging, schulderkenning en compensatie.

De houding van Hosokawa heeft het gerucht in de wereld gebracht dat de Japanse regering oorlogsslachtoffers schadevergoeding zal betalen, hoewel de premier zich hierover niet heeft uitgelaten. In Indonesië veroorzaakte dit maandag en dinsdag een stormloop op een instituut dat juridische hulp verschaft aan oorlogsslachtoffers. Een recordaantal van bijna dertienduizend burgers liet zich registreren. De meesten zeiden als dwangarbeider of "troostmeisje' te hebben gewerkt onder de Japanse overheersing.

Voor de Stichting Japanse Ereschulden vormen de woorden van Hosokawa geen reden af te zien van de voorbereiding voor een proces bij de districtsrechtbank in Tokio. Lapré: “Als het niet nodig is, stoppen we daarmee. Maar wij hebben al te lang gewacht. Mijn achterban wordt oud.” Op 2 september - 48 jaar nadat Japan de capitulatievoorwaarden tekende - zal de stichting een protest organiseren voor de Japanse ambassade in Den Haag. Lapré: “Daar willen we de Japanse ambassadeur een petitie aanbieden met het verzoek om nu met voortvarendheid aan onze zaak te werken.”