Ziekbed

Het was een schokkend bericht, het verslag dat de Italiaanse correspondent van De Volkskrant gisterochtend gaf van de gebeurtenissen in de ziekenhuiskamer in Rimini waar Frederico Fellini was opgenomen na de beroerte die hem vorige week had getroffen.

Donderdag had kardinaal Achille Silvestrini er het Credo gebeden, de twaalf artikelen des geloofs. Half verlamd, nauwelijks in staat tot spreken, bad de zieke filmregisseur mee. Een half uur was Silvestrini aan zijn ziekbed gebleven, terwijl Fellini's beste vrienden slechts enkele minuten kregen toegewezen. Op bevel van de kardinaal bad sindsdien een vrouwelijke arts iedere middag voor Fellini het Ave Maria. Zij had de patiënt toestemming gevraagd. “Doe het maar”, had hij vermoeid gemompeld.

Hebben de zwartrokken de geniale vrijdenker dan toch te pakken gekregen? Hij zou er zelf een mooie scène van kunnen hebben gemaakt. Zoals aan het einde van Casanova, waar de ooit zo tierige levensgenieter verschrompeld was tot een uitgebluste bibliothecaris, verbannen in een ver kasteel. Maar het sinistere van het bericht was dat het de indruk wekte dat deze nieuwe scène niet meer gemaakt zou worden.

Was het geen doodsbed waar de kardinaal zijn slag probeerde te slaan, het traditionele slagveld waar de Kerk haar laatste offensief pleegt in te zetten? Verschrikkelijke gedachte. Geen Fellini-films meer. Hij had het toch al moeilijk de laatste jaren zijn films gefinancierd te krijgen, maar dat was anders, praktische moeilijkheden die konden worden overwonnen.

Er zijn een paar films van hem die ik niet heb gezien. Niet uit gebrek aan belangstelling, maar als een soort verzekering. Van alle kunstenaars van wie ik het werk als een deel van mijn persoonlijkheid beschouw, houd ik wat in reserve, zodat hun dood voor mij niet het eind van hun werk zal betekenen. Maar dat is voor straks, ik ben nog lang niet bereid om van Fellini de reserve aan te spreken.

Die kardinaal bracht me andere ziekbedscènes in gedachten. Zoals nu Fellini de bekendste Italiaanse kunstenaar is, zo was dat in 1957 waarschijnlijk de schrijver Curzio Malaparte. Fascist van 1922 tot de nederlaag van Italië in 1944. Vooral bekend door zijn oorlogsverslag Kaputt. Er is beweerd dat hij daarvan twee versies had gemaakt, één voor het geval Duitsland de oorlog zou winnen, een ander voor als de geallieerden zouden winnen.

Het meesterwerk dat wij kennen is die laatste versie. Zijn politiek opportunisme had niet verhinderd dat hij in 1957, het jaar van zijn dood, tot een soort nationaal orakel was gepromoveerd. Een krant had een verslaggever permanent in het ziekenhuis gezet om ieder woord van de zieke Malaparte op te tekenen en over alle details van het ziekteproces verslag te doen. Vertegenwoordigers van politieke partijen en maatschappelijke organisaties verdrongen zich om hem op het laatst nog bij zich in te lijven.

De voormalige fascist en anti-clericaal Malaparte koos voor de communisten en de katholieke kerk. De communistische partijleider Togliatti verscheen aan zijn bed en liet hem de partijkaart toekomen. De jonge energieke jezuët Rotondi, van wie werd gezegd dat hij Pius XII de biecht placht af te nemen, werd enige tijd met Malaparte alleen gelaten en boekte in die korte ogenblikken opmerkelijke successen. Malaparte bekeerde zich, biechtte, ontving de communie en zweerde zijn omstreden boek De Huid af.

Tenminste als we Rotondi mogen geloven. Helemaal zeker is dat niet. Rotondi toeterde de details van zijn onderhoud op de radio uit, een paar uur na de dood van Malaparte, toen die het niet meer tegen kon spreken. Rotondi zei toen ook: “Voor mijn ogen verscheurde Malaparte de communistische partijkaart. Ik kan het met een gerust geweten voor God zeggen.” Over de zielerust van deze biechtvader is weinig bekend geworden, wel over het lot van de partijkaart. Die werd later geheel intact teruggevonden. Malaparte had hem onder zijn matras verstopt, uit angst dat de barmhartige zusters van het ziekenhuis hem zouden laten verdwijnen.

Toen ik het angstaanjagende bericht over het ziekbed van Fellini las, bereidde ik me somber voor op een communiqué van Radio Vaticaanstad waarin zou worden meegedeeld dat de 73-jarige nog net op tijd zijn Dolce Vita had afgezworen. Was er geen uitweg meer? Misschien wel. Ik dacht aan iets dat ik in de autobiografie van Luis Buñuel had gelezen. Aan het eind van zijn leven dacht hij wel eens aan een laatste grap die hij zou kunnen uithalen. Op zijn sterfbed zou hij al zijn vrienden uitnodigen die even verstokt athe¨st waren als hij zelf. Bedroefd en vol medeleven zouden ze zich om zijn bed verzamelen. Dan zou hij een priester laten komen, vergiffenis voor zijn zonden vragen, het laatste oliesel ontvangen en sterven.

Dat zou inderdaad geen slechte grap zijn geweest. Wat zouden ze opgekeken hebben, die vrienden. Diep geschokt zouden ze in eerste instantie zijn geweest. Woedend zouden ze daarna zijn geworden om het verraad. Zo sterven zou waarlijk een daad zijn van een vrij individu, iemand die beseft dat de overtuigingen er voor de mens moeten zijn, en een mens niet de slaaf van zijn overtuigingen. Maar terecht vroeg Buñuel zich af of iemand op zo'n moment nog de kracht voor dat soort gekheid zou hebben. Het zou bij nader inzien ook wel erg ijdel en egocentrisch zijn om zo te sterven. Het is typisch een grap die leuk is om te bedenken, maar niet om uit te voeren.

Ik vermoedde dat Fellini dat boek van Buñuel ook wel zal hebben gelezen, en mijn bange gedachten namen een optimistischer wending. Fellini had Buñuel natuurlijk na willen doen. Zoals een filmer wel eens beelden gebruikt die ontleend zijn aan het werk van een bewonderde collega, als eerbetoon, zo had Fellini nu in zijn kamer in Rimini door de kardinaal te laten komen en daardoor zijn vrienden en bewonderaars te choqueren, slechts Buñuel willen citeren. Een insidersgrapje. En zoals Buñuel al had aangeduid, zulke geintjes maak je niet op een sterfbed.

De lucht klaarde op, ik besefte dat ik me waarschijnlijk voor niets schrik had laten aanjagen door dat Credo en Ave Maria. En ja, een paar uur later kwam met de avondkrant de verlossende bevestiging. Fellini's lijfarts had verklaard dat hij waarschijnlijk vandaag officieel buiten gevaar zal worden verklaard. Gered.