Koerden worden weer verraden

Twee jaar nadat de Verenigde Naties een "veilige haven' in Noord-Irak voor hen instelden om ze uit het grensgebied met Turkije terug te lokken, ziet de toekomst voor de Koerden er somber uit. Hun economische situatie verslechtert door geldgebrek van de VN en door afnemende belangstelling van de donorlanden. Bovendien worden zij nog steeds getroffen door economische sancties van twee kanten: het handelsembargo van de VN tegen Irak als straf voor Saddam Hussein, en de door Saddam Hussein toegepaste wurging van "Vrij Koerdistan'. Ook hun politiek-militaire situatie verslechtert door de voortdurende aanvallen van de kant van Saddam en sinds enige tijd ook van Iran. De door Saddam op afstand georganiseerde terroristische aanslagen - met name op medewerkers van de internationale hulporganisaties in Koerdistan - hebben al geleid tot het vertrek van Artsen zonder Grenzen. Nu ook het Iraanse leger steeds vaker de internationale grens overschrijdt, Koerdische dorpen bombardeert en vrijwel ongehinderd strafacties onderneemt wordt de vermoeidheid en de verbittering onder de bevolking steeds groter. “Wat de Turken een paar maanden geleden hier deden, doen de Iraniërs nu dunnetjes over”, vertelt een naaste medewerker van de Koerdische leider Jalal Talabani.

De Koerdische leiders sluiten dan ook niet langer de mogelijkheid uit dat zij nog dit jaar door hun eigen bevolking gedwongen zullen worden tot een vergelijk te komen met president Saddam, in Koerdistan kortweg "Het Beest' genoemd. Hun voorheen onwankelbare vertrouwen dat "Vrij Koerdistan' nog erg lang kan overleven, wordt met de dag geringer. Het is een nieuw fenomeen dat deze traditioneel veel te optimistische beoordelaars van hun eigen situatie zich nu openlijk zo pessimistisch tonen.

Een Koerdisch akkoord met Saddam zou in feite capitulatie zijn en een terugkeer betekenen van Saddams bestiale bestuur, dat vanaf 1988 naar schatting 200.000 Koerden door middel van gifgasaanvallen en massa-executies liet "verdwijnen'.

Er is een nog tweede mogelijkheid als de economische en politieke situatie niet verandert: dat de Koerdische bevolking wederom massaal op de vlucht slaat naar Turkije en Iran. Nu al proberen duizenden mensen over de grens te ontsnappen om te ontkomen aan de werkloosheid en de armoede. Want de regionale regering is door gebrek aan middelen niet in staat de door Saddam vrijwel geheel verwoeste infrastructuur weer op te bouwen. Nog steeds hebben 800.000 mensen, die uit Mosul en andere gebieden onder Iraaks bestuur gevlucht zijn, geen onderkomen.

De enige regeringsinkomsten bestaan uit douaneheffingen op importgoederen uit Turkije en Iran. Maar doordat de nood onder de bevolking steeds groter wordt, verminderen ook die importen. En wat er van de industrie is overgebleven, werkt nog maar voor vijf procent doordat er geen onderdelen en vervangingsmaterialen zijn. De Koerden hebben de beschikking over drie tot vier olieputten, maar zij hebben niet het noodzakelijke materiaal om de olie eruit te halen.

Dilshad Barzani, de vertegenwoordiger van alle Iraakse Koerden in Duitsland, verwacht dat over een half jaar, als het Westen verder weigert politieke en economische hulp te geven, de Koerdische bevolking de moed opgeeft.

De 32-jarige Dilshad is een jongere broer van Massoud Barzani, de leider van de Koerdistan Democratische Partij. Hij zegt, in navolging van vele andere Koerdische leiders: “Onze mensen hebben genoten van de vrijheid. Vorig jaar verwachtten zij na de eerste democratische parlementsverkiezingen in onze geschiedenis dat het leven, na al die jaren van vervolging en terreur, eindelijk beter zou worden. Zij zijn bedrogen uitgekomen. Want nu wij noch politiek noch economisch door het Westen worden geholpen, beginnen steeds meer mensen te denken: wat heeft de democratie ons opgeleverd? En als de komende winter opnieuw de kou en de honger toeslaan, zullen ze zeggen: Alles is beter dan dat, zelfs de dictatuur.”

Volgens Dilshad is Saddam uitstekend op de hoogte van deze malaise-stemming. Daarom heeft hij - mede na zware dreigementen van de geallieerden - voorlopig afgezien van grootscheepse militaire acties, waarmee hij nog in mei dreigde. In plaats daarvan heeft hij de psychologische oorlog opgevoerd. Elke dag verkondigen Radio Bagdad en de Iraakse televisie treiterig dat de Koerden democratie genieten en de steun van Amerika hebben. “Maar het gaat hun tegenwoordig toch niet zo goed. Vroeger, toen wij het bestuur over Koerdistan uitoefenden, ging het de Koerden veel beter”.

Nog maar een paar maanden geleden zou men in heel Koerdistan over dit soort uitspraken smakelijk hebben gelachen, nu worden zij sinds kort door steeds meer mensen overgenomen. Langzamerhand dringt het besef door dat het Westen stukje bij beetje opnieuw de Koerden verraadt.

In mei trok Saddam opeens alle bankbiljetten van 25 dinar terug. In Noord-Irak mochten ze niet ingewisseld worden, waardoor Koerden in één klap eenderde van hun spaargelden verloren. Sindsdien zijn de prijzen van levensmiddelen en alle andere goederen verdubbeld, vaak zelfs verdrievoudigd. Alle smeekbeden aan de Verenigde Naties en aan het Westen om "Vrij Koerdistan' althans gedeeltelijk vrij te stellen van de VN-sancties tegen Irak zijn tot dusver beleefd en welwillend aangehoord, maar nooit gehonoreerd. Het Westen wil er niet aan beginnen omdat de buurstaten van Irak doodsbenauwd zijn dat daarmee een politiek precedent zou worden geschapen en "Vrij Koerdistan' een eigen politieke status zou kunnen krijgen.

Dat gebeurt, terwijl alle internationale waarnemers en hulpverleners in Koerdistan het erover eens zijn dat zo'n gedeeltelijke opheffing van het handelsembargo voor "Vrij Koerdistan' dringend noodzakelijk is. Met het beschikbaar stellen van een deel van de door de VN bevroren Iraakse tegoeden in het buitenland zouden grondstoffen en machineonderdelen ge¨mporteerd kunnen worden.

Aangezien de regering in Bagdad vrijwel alle aanvoer naar "Vrij Koerdistan' tegenhoudt, wordt de situatie in dat gebied op korte termijn grimmig. Alleen de shi'itische Moeras-Arabieren in het zuiden hebben het nog moeilijker. Die worden dagelijks met artillerie gebombardeerd; hun wateren worden drooggelegd of vergiftigd, waardoor hun leefmilieu en hun middelen van bestaan worden vernietigd.

De Wereldvoedselorganisatie heeft onlangs het sunnitische midden van het land geklassificeerd als een gebied in “pre-hongersnood-toestand”. Daarvan is tot dusver in "Vrij Koerdistan' geen sprake. De Koerden hebben een uitstekende oogst gehad en in het gebied is er nog voldoende groente en fruit voor iedereen die het kan betalen.

Maar de meeste mensen hebben hun waardevolle bezittingen al verkocht om daarvoor eten te kopen. Vele tienduizenden stadsbewoners hebben geen werk en kunnen dus geen geld verdienen. En voor zover zij in vaste dienst zijn, kunnen zij niet van hun inkomsten rondkomen: de ingenieurs, beambten, leraren en onderwijzers, de ziekenverzorgers, politiemannen en veiligheidsambtenaren. Hun maandloon is het equivalent van een zak suiker.

Wie geen werk omhanden heeft, scharrelt wat of wordt door Saddams geheime diensten aangeworven om een terroristische actie te plegen: een bom hier, een moord daar.

Een ander probleem is dat de graanoogst die de Koerden voor hun overleven in de komende winter dringend nodig hebben, thans via tussenhandelaren door de centrale regering in Bagdad tegen relatief hoge prijzen wordt opgekocht: vijfduizend dinar per ton. De boeren kunnen de verleiding niet weerstaan, omdat de armlastige regionale Koerdische regering in Arbil slechts 2.700 dinar per ton kan bieden.

Daarnaast voert het Iraakse leger, zoals trouwens elke zomer, aanvallen uit op de boeren. Zij worden beschoten en moeten vaak onder militaire dreiging hun koren afstaan. De Koerdische strijders zijn niet sterk genoeg om daartegen op te treden en de geallieerden doen al lang niets meer tegen Saddams grondleger.

De geallieerden hebben evenmin gereageerd op de herhaalde aanvallen van Iraanse kant (luchtbombardementen, artilleriebeschietingen en terroristische acties) op dorpen in "Vrij Koerdistan', zomin als ze dat deden toen de Turkse strijdkrachten een halfjaar geleden hun oorlogshandelingen naar dat gebied verlegden.

Het staat vrijwel vast dat de Iraniërs met hun aanvallen niet zozeer "bases' van de Koerdistan Democratische Partij van Iran willen aanvallen, zoals zij beweren, want in het gebied bevinden zich heel weinig Iraanse peshmerga's (Koerdische guerrillastrijders). Het werkelijke doel is "Vrij Koerdistan' te destabiliseren en de bevolking te laten zien dat hun regering geen enkele macht heeft en hen niet kan verzorgen. Wat dat betreft voeren Saddam en zijn vijandige buren in Iran, Turkije en Syrië een identieke politiek.

Sommige agha's (grootgrondbezitters) die vroeger met Saddam hebben gecollaboreerd en toen - tegen vorstelijke beloningen - vlijtig hebben meegewerkt aan de verwoesting van 4.500 van de vijfduizend Koerdische dorpen, roeren zich onder deze omstandigheden opnieuw. Het gaat ook hen niet meer zo goed als voorheen. Dus laten zij zich thans volgens Dilshad Barzani door Saoedi-Arabië, Turkije en Iran onderhouden. Sommigen pleiten al publiekelijk voor "terugkeer' van de vilayat (de provincie) Mosul naar Turkije, waarmee de toestand van het Ottomaanse Rijk hersteld zou worden.

Het Westen speelt uit politieke overwegingen doofstommetje ten aanzien van de Koerdische noden.

“Ik krijg van mijn Duitse gesprekspartners altijd welwillende woorden”, vertelt Dilshad, “maar als het op daden aankomt verschuilt Duitsland zich achter de gemeenschappelijke politiek van de Europese Gemeenschap. En in de Duitse kranten lees ik dat die politiek niet bestaat.”