Clinton wint...

HET IS VERLEIDELIJK om de nipte overwinning van president Clinton vanochtend in de Senaat als een Pyrrus-overwinning af te doen.

Zo'n krappe meerderheid, zoveel verdeeldheid in de Democratische gelederen voor zo'n gehavend plan - dat voorspelt weinig goeds voor de uitvoering ervan. Het regionalisme en de macht van de belangengroepen zijn de afgelopen maanden sterker gebleken dan de samenbindende kracht van een president die onder het motto "Verandering' is gekozen en die op papier een meerderheid van Democraten in het Congres achter zich wist. Van de benzine-lobby tot de bejaarden-lobby hebben de particuliere groeperingen zich doen gelden en Clinton heeft de ene na de andere senator de afgelopen dagen met financiële douceurtjes voor de specifieke achterban over de streep moeten trekken. In zoverre heeft de verkiezing van Clinton niet gezorgd voor een nieuwe gloed van collectieve dynamiek, maar heeft zij slechts de democratie als afkoop-en-uitruil-machine voor belangengroeperingen herbevestigd. Het is waarschijnlijk inherent aan democratieën die al lange tijd van grote nationale rampspoed zijn gevrijwaard.

ELKE SENATOR heeft zichzelf in het zonnetje gezet, heeft zich als staatsman op het Witte Huis laten fêteren en heeft zijn eisen gesteld. Wie thuis herkozen wil worden, moet ginds in Washington als outsider lastig zijn en geld voor thuis in de wacht slepen. Dat is nog altijd het devies. Het gevolg is dat plannen voor een realistischere belastingheffing op benzine zijn geschrapt, dat er weinig is overgebleven van de investeringen voor infrastructuur, dat de bezuinigingen in de gezondheidszorg goeddeels cosmetisch zijn en ook overigens het totaalbedrag van bijna 500 miljard over een periode van vijf jaar een staaltje boekhoudkundige goochelarij bevat dat menig heuse goochelaar bescheiden maakt.

Desondanks is de zege van vannacht een groot succes voor president Clinton en ook van grote betekenis. Clinton is gekozen als binnenlandse president door kiezers die zich over de financieel-economische toekomst van zichzelf, hun kinderen en hun land zorgen maakten. Men kan het derhalve omdraaien: een nederlaag nu zou dit presidentschap in een versukkeling hebben geduwd die al maanden dreigde en die Clinton zulke slechte cijfers in de opiniepeilingen heeft bezorgd. Het zou Amerika een jarenlange gezagscrisis bezorgen en de wereld een onberekenbaar zigzaggende partner.

DIE ONBEREKENBAARHEID en dat zigzaggen zijn in het buitenlandse beleid van Clinton tot nu toe weliswaar herhaaldelijk te bezichtigen, maar in elk geval krijgt Clinton nu in eigen land na een klein half jaar wat vaste grond onder de voeten en dat kan de besluitvaardigheid alleen maar ten goede komen. Op papier althans. Want Clintons presidentschap blijft een wonderlijk fenomeen van een jongeman vol elan en goede moed en tegelijkertijd voortdurend in een vertraagde take-off.

Terwijl Helmut Kohl zich naar de verkiezingen sleept, Mitterrand versleten is en Major tegenslagen slechts van zich afschudt met behulp van nieuwe tegenslagen, zou één zelfverzekerd leider in het Westen zo slecht nog niet zijn. Die kans is er nu. De winst van vannacht is dat een beginnende Amerikaanse president van een binnenlands-politieke nachtmerrie is bevrijd.

...496 miljard

BEGROTINGSDISCIPLINE is in twaalf jaar Republikeinse bewoning van het Witte Huis en een overwegend Democratisch Congres in Washington een leeg begrip geweest. President Reagan beloofde in 1981 om de tekorten van zijn voorganger weg te werken maar liet door de combinatie van belastingverlaging en verhoogde defensie-uitgaven de federale boekhouding uit het lood slaan. Opeenvolgende versies van de Gramm-Rudman-Hollingswetgeving voor een sluitende begroting werden in de jaren tachtig aangenomen, maar nooit nagekomen. President Bush was gedwongen om zijn belofte van "geen nieuwe belastingen' in te slikken en eindigde zijn ambtsperiode desondanks met een record-tekort van 290 miljard dollar.

De politieke bereidheid om orde op zaken te stellen ontbrak in Washington. De Verenigde Staten, het rijkste land en de grootste economie ter wereld, trokken jaarlijks enorme bedragen aan besparingen uit de rest van de wereld aan ter financiering van hun tekorten. Aanhoudende pleidooien van de economische partners van de VS en plichtmatig herhaalde toezeggingen van Washington hebben niet verhinderd dat de staatsschuld sinds 1981 is verdrievoudigd tot vier biljoen dollar. De Amerikaanse bevolking maakte zich daar geleidelijk toch zorgen over: met een campagne die vrijwel uitsluitend hamerde op de omvang van de Amerikaanse staatsschuld behaalde een stoorzender, H. Ross Perot, vorig jaar 19 procent van de stemmen in de presidentsverkiezingen.

DE REGERING-CLINTON verlegt dus de bedding van het begrotingsbeleid nu vannacht de Senaat een compromis heeft goedgekeurd dat over een periode van vijf jaar ombuigingen van 496 miljard dollar zal opleveren. Ook dan zal, in 1998, de federale schuld nog altijd met één biljoen dollar zijn toegenomen. Maar uitblijven van actie zou negatieve gevolgen hebben voor de Amerikaanse rentestand, wellicht voor de stabiliteit van de dollar en het zou slecht nieuws zijn voor andere belangstellenden voor de internationale besparingen die in de wereld beschikbaar zijn.

De Houdini van het budgettaire bedrog is de president door de Republikeinen genoemd. Ook al kleeft aan het begrotingspakket veel opportunistisch lapwerk, dat is geen goed getroffen vergelijking. Clinton en een krappe meerderheid van het Congres hebben een gedurfde stap gezet om de federale huishouding gezond te maken en daarmee bewijzen ze niet alleen de Amerikanen, maar de internationale economie een dienst.