Visserij en toerisme lijden jaarlijks miljardenschade; Zwarte Zee is groot rampgebied

De Zwarte Zee, omringd door zes landen, behoort tot de zwaarste milieupatiënten ter wereld: een ecologisch rampgebied van formaat. Door de vervuiling lijden visserij en toerisme hier samen een miljard dollar schade per jaar. Er komt nu schoorvoetend hulp van buiten.

AMSTERDAM, 6 AUG. Hij ziet er uit als een kwal, maar valt onder een andere diergroep. In enkele jaren tijd is de Mnemiopsis leidyi, zeven à acht centimeter lang en fraai van kleur, uitgegroeid tot een regelrechte plaag voor de Zwarte Zee. Het beestje, afkomstig van de Amerikaanse oostkust, voedt zich met eieren en larven en brengt daarmee zware schade toe aan de visstand, die toch al te lijden heeft onder overbevissing en sterfte door vervuiling. Omdat de Mnemiopsis althans in deze omgeving geen natuurlijke vijanden kent, heeft het weekdier zich ongeremd kunnen uitbreiden met als gevolg dat het in delen van de Zwarte Zee aan de top van de voedselpiramide staat.

Het zijn sombere verhalen die dr. J. Dogterom over deze bijna-binnenzee in Oost-Europa afsteekt. Hij is directeur van het International Centre of Water Studies (ICWS) in Amsterdam, een raadgevend ingenieursbureau op milieugebied, dat voortkwam uit het Internationaal Watertribunaal van 1983. Sinds 1990 treedt hij op als adviseur van het UNDP (het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties) voor de Donau en sinds 1991 ook voor de Zwarte Zee, die uit deze en andere rivieren zoveel schadelijk materiaal toegediend krijgt, dat ze tot ecologisch rampgebied van de eerste orde is uitgeroepen.

De zes landen rondom - Bulgarije, Roemenië, de Oekra¨ne, Rusland, Georgië en Turkije - ontbreekt het ten enen male aan middelen om de vervuiling tot staan te brengen. Zelfs voor studies naar noodzakelijke investeringen in de vorm van zuiveringsinstallaties kunnen ze niet zonder hulp van buitenaf. Die wordt nu op bescheiden schaal geboden. Uit het zogenoemde groene fonds van de Verenigde Naties, beheerd door onder andere de Wereldbank, is ruim negen miljoen dollar beschikbaar gesteld. De EG en enkele afzonderlijke Westeuropese landen (waaronder Nederland) alsook de Oost-Europabank vulden de som aan tot twintig miljoen en daar moet in korte tijd nog tien miljoen bij komen. Over de besteding van dat bedrag hebben donoren en ontvangers kortgeleden overeenstemming bereikt.

Volgens Dogterom, die de omvang van de milieucatastrofe ter plaatse tot zich liet doordringen, lijden de gezamenlijke Zwarte-Zeestaten jaarlijks ongeveer een miljard dollar puur economische schade door de verstoringen in het ecosysteem. Tot de zwaarst getroffen sectoren behoort de visserij, die haar vangsten zag teruglopen van 900.000 ton in 1986 tot 100.000 ton in 1992. Hierdoor gingen rechtstreeks 150.000 arbeidsplaatsen verloren en indirect nog aanzienlijk meer.

Van de oorspronkelijk 26 vissoorten die het doelwit waren van commerciële vangst zijn er nog maar zes in winbare hoeveelheden overgebleven, onder andere de ansjovis, horsmakreel en rode poon. De steur komt hier in het wild praktisch niet meer voor. Deze soort, leverancier van kaviaar, wordt tegenwoordig voornamelijk gekweekt in de Zee van Azov, een uitloper van de Zwarte Zee.

Ook het toerisme krijgt harde klappen te verduren. Vooral aan de kust van Rusland en de Oekra¨ne zijn de bacteriologische omstandigheden dermate slecht dat regelmatig grote stukken van het strand voor badgasten - vrijwel uitsluitend afkomstig uit eigen land - moeten worden afgesloten. Dat gebeurt incidenteel ook in Roemenië, dat vanouds nogal wat vakantiegangers uit het Westen trekt, maar Bulgarije ontspringt de dans doordat de vuilstroom zich daar op grotere afstand van de kust beweegt.

Voornaamste oorzaak van de toeristische schadepost, begroot op 400 miljoen dollar per jaar, is de lozing van ongezuiverd rioolwater in het Zwarte-Zeebekken: de gezamenlijke stroomgebieden van de rivieren die in de Zwarte Zee uitmonden. Daar wonen bij elkaar 160 miljoen mensen. Van hen zijn er ruw geschat 120 miljoen wier vloeibare afval zonder tussenkomst van een zuiveringsinstallatie richting zee stroomt. Dogterom: “Alleen in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije is de zaak goed geregeld, maar elders gebeurt er weinig of niets. Een stad als Odessa met 1,2 miljoen inwoners heeft wel zo'n installatie, maar die functioneert niet.”

Dit alles leidt ook regelmatig tot beperkte uitbarstingen van cholera en hepatitis (leverontsteking), vooral in de Oekra¨ne, Rusland en Roemenië. De schade die deze ziektes aan bijvoorbeeld ziekenhuiskosten teweegbrengen is nog niet eens in het totaalcijfer van één miljard dollar per jaar begrepen.

Behalve de golven bacteriën en ziektekiemen uit het rioolwater hebben ook meststoffen als fosfaten en nitraten een verderfelijke invloed op het Zwarte-Zeemilieu. Deze stoffen, afkomstig uit de landbouw maar ook weer uit het riool, geven in oppervlaktewater een overdadige bloei van algen, die bij hun afsterven tot ernstige zuurstoftekorten leiden, wat weer een massale vissterfte tot gevolg heeft. Hier komt de vraatzucht van de Mnemiopsis leidyi nog bovenop, terwijl ook dit explosief in aantal toegenomen weekdier de zuurstofhuishouding verstoort. Dogterom: “Vanaf 150 à 200 meter onder de waterspiegel is de Zwarte Zee vanouds en van nature zuurstofloos door de geringe verversing met zeewater van elders, maar het beangstigende is dat nu ook in de ondiepe delen zuurstofgebrek optreedt.”

Opvallend is dat de Zwarte Zee minder dan bijvoorbeeld de Noordzee te lijden heeft onder puur industriële lozingen. “De vervuiling met zware metalen en gechloreerde koolwaterstoffen speelt hier niet zo'n grote rol”, aldus de ICWS-directeur. Daar komt bij dat dit soort verontreinigingen zich aan rivierslib hecht, dat pleegt neer te slaan in de vele stuwmeren. Zo komt het dat de radioactieve isotopen van Tsjernobyl (1986) nog nauwelijks via de Dnjepr tot de Zwarte Zee wisten door te dringen: ze zijn met het sediment bezonken in de stuwmeren van deze rivier.

Het is voor de Zwarte Zee een heel klein geluk bij een reusachtig ongeluk dat eindelijk aandacht van internationale organisaties trekt. Het programma van 30 miljoen dollar, waarover men een akkoord bereikte, voorziet onder meer in onderzoek naar waterzuivering en afvalverwerking, ook bij enkele olieraffinaderijen en -terminals in Georgië en Rusland. Er worden trainingsprogramma's voor beter kustbeheer opgezet en een deel van het geld is bestemd voor de aankoop van laboratoriumapparatuur.

Dogterom beschouwt deze financiële bijdrage als een stimulans voor de betrokken landen om zelf, al dan niet met "zachte' leningen van de Wereldbank, het heft in handen te nemen als het op de echte investeringen aankomt. Investeringen die een veelvoud zullen vergen van de één miljard die op het ogenblik aan schade wordt geleden. Of het er ooit van zal komen? Dogterom onthoudt zich wat dit betreft van voorspellingen: “We willen alleen als vliegwiel fungeren en de Zwarte-Zeelanden een steun in de rug bieden.”