Estafetteploeg komt niet uit dal

SHEFFIELD, 5 AUG. Na de opkikker van woensdag - het brons van Marcel Wouda - verkeerde de Nederlandse afvaardiging bij de Europese zwemkampioenschappen gisteren in een dal. De nationale estafetteploeg met topper Inge de Bruijn faalde in Sheffield op de vrije slag. Het kwartet verdedigde de twee jaar geleden in Athene veroverde titel. Maar van De Bruijn, Angela Postma, Patricia Stokkers en Karin Brienesse werden geen medailles verwacht. Daarvoor was de ontgoocheling van de eerste zwemdag, toen Nederland niet in de finale van het persoonlijke nummer was vertegenwoordigd, nog te vers.

De Nederlandse vier lieten zien terecht naar de buitenste baan te zijn verbannen. De zevende plaats is een van de zwakste verrichtingen uit de geschiedenis. De neergaande lijn was al ingezet bij de laatste Olympische Spelen, waar Oranje als vijfde eindigde. De Bruijn had de opdracht als startzwemster alleen de Duitse Franziska van Almsick te laten voorgaan. Toen dat falikant mislukte, was een klassering in de buurt van de medailles al verkeken. De Barendrechtse weet niet waarom ze zo wisselvallig is. “Ik voel me prima. Mijn starts zijn goed, maar ik verzuur ontzettend snel. Gek.”

In de finale van de 400 meter vrije slag, gewonnen door de Duitse Dagmar Hase, speelde Kirsten Vlieghuis geen rol van betekenis. De zwemster uit Borne eindigde als zevende in 4.17,16. Alleen de Britse veterane Sarah Hardcastle was langzamer. Met de finaleplaats herstelde ze zich van een zwak optreden op de 200 meter vrij. “Na een gesprek met bondscoach René Dekker heb ik alles van me afgezet. In de series ging ik zo hard mogelijk.”

Na drie dagen Europees topzwemmen is in Sheffield pas één wereldrecord gesneuveld. Alexander Popov, Krisztina Egerszegi en Franziska van Almsick deden gisteren aardige, maar vergeefse pogingen sneller te zwemmen dan ooit tevoren. De Rus Popov had reden het uiterste te doen, want hij werd stevig op de huid gezeten door gretige opponenten. De Hongaarse Egerszegi voelde zich ook uitgedaagd, want zij werd genoemd in een dopingverhaal dat in de Duitse media was verschenen. Het supertalent Van Almsick had reden op jacht te gaan, doodeenvoudig omdat ze nog niet in het bezit is van een wereldrecord.

Met 49,15 incasseerde Popov de titel op de 100 meter vrij. Halverwege de sprint moest de 21-jarige snelheidsduivel de Duitser Christian Tröger nog even voorrang verlenen, onmiddellijk na het keerpunt nam Popov het initiatief over. Wereldrecordhoudster Egerszegi bleef in de finale van de honderd meter rugslag de sterke Russin Nina Zjivanevskaja net voor. Over de dopingbeschuldigingen aan het adres van de Hongaarse zwemmers hield zij zich op de vlakte. “Wat moet ik daar nu van zeggen?”

Net als op de twee voorgaande dagen bleven wereldrecords ook buiten het bereik van Van Almsick. Als startzwemster in de winnende estafetteploeg opende de Berlijnse razendsnel maar moest dat in het tweede deel bekopen. Met 54,62 was ze vijfhonderdste langzamer dan op het persoonlijke nummer. Veertienhonderdste scheidde Van Almsick, ongetwijfeld dè zwemster van het toernooi, van Jenny Thompsons wereldrecord.