Sterrenregen is weer in aantocht

Zoals ieder jaar omstreeks 12 augustus ontmoet de aarde ook nu weer in haar baan om de zon "de Perse¨den', een stofgordel van minieme kosmische lichaampjes, bestaande uit steen of metaal met meestal geen grotere diameter dan die van een zandkorrel.

Deze stofgordel draait net als elk ander hemellichaam binnen ons zonnestelsel in een baan om de zon. De deeltjes waaruit de gordel is opgebouwd, zijn vrijwel altijd afkomstig van staart of kern van een komeet. Omdat onze planeet ieder jaar één omloop rond de zon maakt, kruist zij daarbij deze zwerm. Lichtsporen aan de hemel, "vallende sterren' in de volksmond, zijn het resultaat.

Het is niet te voorspellen wanneer zich het verschijnsel het meest frequent voor zal doen. De aarde heeft meer dan vijf weken nodig om de gehele stofgordel in de ruimte te doorkruisen. Vandaar dan het dan ook zeer goed mogelijk is dat al eerder Perse¨den, zij het dan sporadisch, kunnen worden gesignaleerd.

De te verwachten Perse¨den zijn afkomstig van de komeet 1862 III Swift Tuttle. Reeds in het begin van deze eeuw legde de befaamde Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli (1835-1910) verband tussen de jaarlijks verschijnende Perse¨den en de komeet 1862 III Swift Tuttle.

In 1862 namen de Amerikaanse astronomen Lewis Swift en Horace Tuttle onafhankelijk van elkaar het hemellichaam waar en gaven er hun naam aan. De baan is zeer langgerekt en na vele uitvoerige berekeningen in die jaren met de daarbij behorende onzekerheden kwam men tot de conclusie dat het object een omlooptijd moest hebben van 120 jaar. De Amerikaanse astronoom Brian C. Marsden heeft dit getal gecorrigeerd: niet 120, maar ruim 130 jaar. En inderdaad, de komeet werd op 26 september 1992 door de Japanse amateurastronoom T. Kiuchi voor het eerst waargenomen. Hier in Nederland werd de Perse¨denkomeet in de avond van 29 september door twee leden van de werkgroep "Kometen' van de Ned. Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde in het sterrenbeeld de Grote Beer waargenomen.

De Perse¨den danken hun naam aan het feit dat zij uit éénzelfde punt aan de hemel, radiant geheten, schijnen te komen. Dit punt is gelegen in het sterrenbeeld Perseus, te vinden aan de noordoostelijke nachthemel tussen het welbekende sterrenbeeld Cassiopeia en de horizon. De waarnemingen kunnen het best gedaan worden in de nanachten van 11, 12 en 13 augustus. De radiant bevindt zich dan zeventig graden boven de horizon. In de avonduren, bij het vallen van de duisternis, bedraagt dat slechts twintig graden.

Voor het waarnemen van meteoren is geen enkel optisch hulpmiddel nodig. Het waarnemingsinstrument bij uistek is het blote oog. Wil men echter gerichte observaties doen dan zijn een goed werkend horloge voor het juiste tijdstip van de waarneming, een zaklantaarn en potlood en papier nodig om de gedane waarneming te kunnen noteren.

De werkgroep "Meteoren' van de Ned. Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde zal de verkregen resultaten, alsmede eventuele foto's, niet alleen in dank aanvaarden, doch ook voor een verdere bewerking zorgdragen.

De omstandigheden voor het waarnemen van deze belangrijkste meteorenzwerm van het jaar zijn redelijk gunstig te noemen. Van maanlicht, dat dit soort waarnemingen kan hinderen, is dit keer nauwelijks sprake. Het is 10 augustus laatste kwartier en in de nachten van 12 en 13 augustus, waarin de grootste frequentie wordt verwacht, verschijnt de nauwelijks nog lichtgevende maansikkel eerst enige uren na middernacht aan de oostelijke horizon.