Gelijke behandeling VS

HOMOSEKSUALITEIT heeft waarschijnlijk een biologische basis volgens een recente Amerikaanse studie die verband legt tussen de samenstelling van het X-chromosoom en homoseksuele geaardheid. Deze studie lijkt een welkome doorbraak van de diepgaande polarisatie over dit verschijnsel binnen de Amerikaanse samenleving. Nederland heeft daar blijkens het verhitte debat begin dit jaar over de Wet gelijke behandeling met betrekking tot homoseksuele leraren op christelijke scholen trouwens ook weet van. Wanneer seksuele oriëntatie aangeboren is, geldt dezelfde rechtsbescherming als voor andere onveranderbare menselijke factoren zoals geslacht en ras.

De moeilijkheden die telkens weer opduiken om in geval van ras of geslacht gelijke behandeling te bevechten, geven evenwel reden tot scepsis over het effect van een biologische doorbraak op het gebied van homoseksualiteit - ook als die wetenschappelijk hard valt te maken. Een eenduidige verklaring aan de hand van het X-chromosoom voor een zo geschakeerd menselijk fenomeen als homofilie wekt veeleer ongeloof. Homo-activisten in de VS zijn dan ook bang dat een biologische verklaring voornamelijk leidt tot de roep om een therapie, of tot een strijd van getuigen-deskundigen voor de rechtbank.

De nieuw-gevonden verklaring voor de oorzaken van homoseksualiteit heeft geen indruk gemaakt op de Amerikaanse legerleiding. Deze bleef bij haar verzet tegen de belofte die president Clinton tijdens de verkiezingen gaf om het verbod op homoseksuelen in de krijgsmacht op te heffen. Vroeger bestond ook een dergelijke weerstand tegen de inlijving van etnische minderheden en vrouwen. Toch heeft president Truman in 1948 de krijgsmacht officieel ge¨ntegreerd en werd in 1991 vrouwen toegestaan oorlogsmissies te vliegen. Vanwaar dan dat hardnekkige verzet tegen homofielen?

EEN DEEL van de verklaring is dat Amerika behalve het land van een individueel nastreven van geluk, ook een land van stammen is. Binnen de Amerikaanse smeltkroes speelt etniciteit - in combinatie met sociale stratificatie - een belangrijke rol, brengt senator Moynihan, een gerespecteerd socioloog, in herinnering in een zojuist gepubliceerde reeks colleges over etnische conflicten. Deze vormen na het einde van de Koude Oorlog een verwarrende factor waarmee zijn land in de internationale politiek in toenemende mate wordt geconfronteerd. Op zoek naar een nieuw houvast krijgt groepsvorming een moreel karakter. Ook het politieke centrum Washington DC hangt van coalities tussen rivaliserende stammen aan elkaar. De term "stamrituelen' is een sleutelwoord gebleven in de federale hoofdstad onder de Clintons.

Stamvorming betekent conflict, luidt de boodschap van Moynihan. Wat dit betreft vroeg de president - die zelf de dienstplicht in Vietnam ontweek en een serie militaire bases wil sluiten wegens de bezuinigingen - om moeilijkheden met het militaire establishment. Dat de integratie op de keper beschouwd voornamelijk "een managementskwestie' is, maakt dat er voor de legertop niet gemakkelijker op. De controverse doorkruist in de VS overigens de geijkte politieke scheidslijnen, getuige een geharnast pleidooi van de conservatieve Republikein Barry Goldwater sr. voor opheffing van het verbod.

CLINTON heeft zijn verkiezingsbelofte niet waargemaakt. De uiteindelijk bereikte formule luidt “don't ask, don't tell, don't pursue” terwijl het verbod formeel in stand blijft. Dat is onmiskenbaar een compromis. Maar het is wel een stap op weg naar normalisering. En het is ongetwijfeld niet het laatste woord, zoals valt te concluderen uit een anekdote van een senator. Hij had de CIA gebeld om te vragen of deze homofiele militairen als veiligheidsrisico beschouwt wegens het gevaar van chantage. Als ze daar openlijk voor uitkomen is er geen probleem, was het antwoord, wèl als dat niet het geval is. Daar kwam geen woord biologie aan te pas.