Nederland verdroogt

Het klinkt ongeloofwaardig, maar het staat onomstotelijk vast. Alle overvloedige regenval en de grote rivieren die ons land binnenstromen ten spijt, blijkt Nederland te verdrogen. In grote delen is de grondwaterstand structureel gedaald. Binnen waterwingebieden ging het peil in enkele decennia met gemiddeld meer dan een meter naar beneden. Ongeveer 375.000 hectare natuur- en bosgebied dreigt te verpieteren. Vennen vallen droog en plant- en diersoorten verdwijnen.

Vooral op zandgronden, heeft ook de landbouw veel last van droogteschade. In de extreem droge zomer van '76 ondervonden boeren het resultaat van te weinig water aan den lijve; de oogst was toen maar half zo groot als normaal. In de jaren daarna zijn ze dit risico gaan beperken door in de zomermaanden op grote schaal kunstmatig te beregenen. Op het platteland zijn op zomerse dagen grote regenhaspels, die ieder uur tientallen kubieke meters water de lucht in smijten, een vertrouwd beeld gaan vormen.

De verdroging heeft diverse oorzaken. Allereerst zijn dat cultuurtechnische en waterbouwkundige ingrepen. De bouw van de Afsluitdijk en het leegpompen van polders hebben de grondwaterstand doen dalen. Op het oude land voeren sloten en kanalen het regenwater vliegensvlug af naar zee zodat het onvoldoende tijd krijgt in de grond te zakken. Hoe tegenstrijdig het ook moge klinken, deze ingrepen zijn ook in het belang van de boeren. Zij willen dat na een natte winter hun grond in het voorjaar weer snel opdroogt. Wanneer de akkers nog te nat zijn, kunnen de zware tractoren het land niet op. De banden trekken dan diepe sporen in de grond en ru¨neren de structuur van de bodem. Hoe eerder de akkers in het voorjaar droog zijn, des te vroeger kunnen de boeren zaaien en poten. Daardoor is het groeiseizoen langer en de opbrengst groter. Een ander nadeel van natte grond is dat gewassen minder diep wortelen en daardoor later meer schade ondervinden van drogere periodes. In het najaar kunnen natte akkers grote problemen veroorzaken met de aardappel- en de bietenoogst.

In de winter is er te veel water. In de zomer daarentegen als de gewassen vlot moeten groeien, is er vaak een tekort. Volgens weerkundigen van het KNMI wordt dit verschil alleen maar groter; zij voorspellen nattere winters en drogere zomers.

Niet alleen sloten en kanalen voeren het water snel af. Door steeds grotere oppervlakken voor wegen en steden verdwijnt veel water via goten en riool langs de kortste weg naar de zee. Kostbaar schoon water, dat eigenlijk terug in het natuurlijke systeem had moeten stromen.

De verdroging in Nederland verloopt snel omdat behalve de verminderde aanvoer van grondwater, er ook steeds meer wordt onttrokken. Grote industrieën gebruiken grondwater en ook drinkwaterbedrijven pompen grote hoeveelheden op. Een gemiddeld huishouden verbruikt iedere dag 135 liter water. Hiervan is overigens nog geen drie liter nodig voor koken en drinken.

“Nu nog kleine, maar in omvang sterk toenemende wateronttrekkers zijn saneringsprojecten van vervuilde gronden”, zegt Ingrid Meeuwissen, coördinator verdroging van de provincie Noord-Brabant. Om te voorkomen dat vervuilingen zich verspreiden wordt vaak veel grondwater weggezogen. De coördinator weet dat in '91 in de provincie Noord-Brabant 471 miljoen kubieke meter grondwater is opgepompt: 62 miljoen kubieke meter door de industrie, 236 voor de openbare watervoorziening, 45 miljoen kubieke meter door bronbemaling en sanering en 128 miljoen kubieke meter werd door de landbouw opgepompt voor beregening. Daarbij maakt zij de kanttekening dat de onttrekking door de landbouw zeer seizoensgebonden is. In droge zomermaanden kan daarom meer dan de helft van de totale grondwateronttrekking ten behoeve van de landbouw zijn.

Deze Brabantse cijfers mogen niet vertaald worden naar landelijke gemiddelden want op de droge zandgrond van Brabant wordt erg veel beregend. Bovendien beregenen de Brabantse boeren weer meer dan 75 procent met grondwater. In kleigebieden wordt veel minder beregend en in de kustprovincies beregenen boeren voor meer dan 75 procent uit oppervlaktewater.

De grote verschillen binnen Nederland en de vele betrokkenen maken het touwtrekken om water ingewikkeld. Op nationaal niveau houden zich drie ministeries met water bezig; LNV (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), VROM en Verkeer en Waterstaat. Het beheer van water heeft de overheid gedelegeerd. De verantwoordelijkheid voor het grondwater ligt bij de provincies, terwijl Waterschappen het bewind voeren over het oppervlaktewater. Waterdeskundige dr. Han Vermeer van de directie Natuur, bos, landschap en fauna van het ministerie van LNV noemt de verdroging dan ook meer een politiek dan een technisch probleem: “De verantwoordelijkheid wordt veel van de een naar de ander geschoven. Men is bang voor schadeclaims vanuit de landbouw.” Hij pleit daarom voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de verschillende belangen afgewogen kunnen worden.

Diverse provincies proberen paal en perk te stellen aan het oppompen van grondwater, maar Noord-Brabant heeft als eerste de grondwateronttrekking sterk aan banden gelegd. Boeren moeten een vergunning aanvragen voor beregenen. Bovendien heeft de provincie verbodsbepalingen ingesteld. Brabantse veehouders mogen bij voorbeeld hun grasland pas na 1 juni beregenen en dan alleen nog maar tussen 17.00 uur 's middags en vóór 11.00 uur 's morgens. Deze beperking moet leiden tot een besparing van circa 10 miljoen kubieke meter. Onderzoek wijst uit dat overdag beregenen minder efficiënt is. Door de hogere temperatuur verdampt er meer water en bovendien waait het overdag meer. Het gevolg is wel dat boeren 's nachts hun bed uit moeten om toezicht te houden op hun beregeningsinstallaties. Ook krijgen ze soms te maken met klachten van burgers die last hebben van het lawaai van de pompen.

Het verbod treft de ene boer harder dan de ander. Allereerst zijn er grote verschillen tussen grondsoorten. Hooggelegen zandgronden met een laag humusgehalte houden weinig water vast en verdrogen snel. Boeren op deze gronden worden daarom meer gedupeerd door een beregeningsverbod dan collega's op lager gelegen gronden. Ook de teelt bepaalt in hoeverre de boer is veroordeeld tot de regenspuit. Conservenerwten bij voorbeeld hebben eerder last van droogte dan granen.

Waterschappen buigen zich over de vraag hoe zij kunnen voorkomen dat water te snel wordt afgevoerd. Water moet meer tijd krijgen om in de grond te zakken. “Het effect van peilverhoging in grote beken en sloten moeten we niet overschatten. Vooral de snelle detail-ontwatering via drainagekanalen en kleine slootjes veroorzaakt de verdroging”, zegt ir. Pieter Bos, watergraaf van het Gelderse Waterschap IJsselland-Baakse beek. Hij legt uit dat wanneer sloten minder diep worden gegraven, ze een minder drainerende werking hebben op de aangrenzende akkers. Als ze bovendien breder worden gemaakt behouden ze bij wateroverlast toch voldoende capaciteit. Deze ingreep vraagt wel offers van moderne landbouwers, die in voor- en najaar weer moeten leren leven met nattere grond. Bos ziet ook andere mogelijkheden zoals het aanleggen van waterbuffers door gerichte infiltratie. “Technisch is het probleem van de verdroging wel oplosbaar, er hangt alleen een prijskaartje aan”, aldus de watergraaf.

“Gelukkig hebben de boeren zelf ook last van de droogte en zien ze de noodzaak van dergelijke maatregelen”, zegt droogtecoördinator Meeuwissen. “Door allerlei milieuregels staat de landbouw al met de rug tegen de muur en dan is het niet leuk als je de boeren ook nog eens moet dwingen weer in nattere grond te werken.”