"Het koninklijk huis eet hier ook'

Een baken van licht doemt op voor de automobilist die 's nachts Den Haag binnenrijdt. Op het viaduct boven de Utrechtse Baan branden de lampen van "snackcar' De Vrijheid. Pal naast het ministerie van buitenlandse zaken. “Toen ze het ministerie aan het bouwen waren, dacht iedereen dat dit de bouwkeet was”, zegt eigenaar Joop van der Spek. In een hoek van de snackbar zit hij tegen de gokkast geleund.

“Weet je waarom het De Vrijheid heet?” zegt een beveiligingsbeambte van de spoorwegen. Hij neemt een hap van zijn broodje karbonade. “Hij heeft hem gekregen van de reclassering. Toen hij uit de bak kwam.”

Van der Spek glimlacht. “Ze zeggen zoveel.” Hij trekt de mouwen op van zijn suède vest. “Allemaal kinnesinne. Ik heb altijd - afkloppen - bereikt wat ik wilde.” Met zijn ring klopt hij op de gokkast. Toen Van der Spek er net stond, zeiden zijn vrienden: Joop, jongen, waar begin je aan. “Allemaal lachten ze me uit.” Nu rijden hij en zijn vrouw "een knappe wagen' en woont hij in een groot landhuis ("residence' staat op zijn visitekaartje).

De kantoorgebouwen op de Bezuidenhoutseweg zijn verlaten. Voetgangers en fietsers zijn er niet om drie uur 's nachts. Snackcar De Vrijheid is gevuld met tl-licht en discomuziek. Twee zwervers rekenen uit hoeveel bier ze nog kunnen kopen. In de koelvitrine liggen "kibbelingetjes', roti's, hotdogs en een stapeltje gebakken eieren met spek. Die hoeven alleen nog even in de magnetron.

“Je verwacht het niet hè?” zegt Van der Spek. “Maar het koninklijk huis eet hier ook.” Hij draait zich om naar de man achter de patat. “Wie was hier een maand geleden?” vraagt hij. “Willem Alexander”, antwoordt de man. “En twee weken daarvoor?” “Z'n broertje.” Van der Spek gaat verzitten. “Kun je het je voorstellen?” Vanessa, Tjeu la Ling, Erica Terpstra, Ed Nijpels met zijn zoontje, minister Braks - allemaal hebben ze volgens Van der Spek bij De Vrijheid gegeten. “Hoe heet die fluitiste ook alweer, die de melk te duur vond... Berdien Stenberg.” Vijf gulden rekende hij voor een pak. “Moet je 's avonds maar geen melk vergeten, ja toch?”

Op een plastic tuinstoel naast de sigarettenautomaat kijkt de Zweed Stefan Adolfsson de nacht in. Hij is kok in het restaurant van de Tweede Kamer. De Vrijheid is volgens hem de beste snackcar van Den Haag. “Altijd alles vers.” Vandaag heeft hij twee voortanden laten trekken. Nu lust hij wel “een biertje of twee”.

De ene auto na de andere rijdt uit het donker op de snackbar af. Uit een kleine auto stappen vijf jongens. Ze knijpen met hun ogen als ze het licht van de snackbar binnenstappen. Nelis bestelt een hotdog met kaas. Hij heeft last van zijn maag. “Je moet toch wat.” Niet dat hij honger heeft, maar dan kan hij er weer even tegenaan.