Zonder geduld geen kans bij het correspondentiedammen

HARDERWIJK, 31 JULI. Er zijn weinig sporten waarbij één speler tegelijkertijd zestig wedstrijden afwerkt, één partij soms tien jaar duurt en op hetzelfde moment twee wereldkampioenschappen gaande zijn. Weinig sporten ook waarbij tijdens de wedstrijd zo veel postzegels moeten worden geplakt en zo vaak de gang naar de brievenbus moet worden gemaakt. “Toch is correspondentiedammen een topsport”, zegt secretaris van de Internationale Correspondentiedambond en fervent postzegeldammer Freek van der Ploeg (54). “Zonder een overmaat aan geduld en de wil om dagenlang te studeren, maak je geen enkele kans te winnen.”

Het grootste verschil met gewoon dammen is, dat bij correspondentiedammen de spelers niet tegenover elkaar zitten maar soms duizenden kilometers van elkaar verwijderd zijn. Per brief worden de zetten aan elkaar doorgegeven.

Van der Ploeg die onlangs aftrad als secretaris van de "gewone' Nederlandse dambond, is bijna zeker van de titel in de West-Europa Cup, één van de vele kampioenschappen waaraan hij meedoet. “Kijk daar sta ik.” Trots wijst hij naar de ranglijst in het jongste periodiek van de Club International de Correspondence (CIC). “In de laatste twee partijen sta ik al maanden op winst alleen mijn tegenstander geeft maar niet op.” Van der Ploeg heeft voor dit laatste wel een verklaring. “Ik heb wel eens gehoord dat spelers hopen dat je onderwijl overlijdt zodat ze de partij alsnog op hun naam kunnen schrijven.”

Veel postzegeldampartijen duren jaren. Toch spelen de beoefenaars van deze sport wel degelijk met een tijdslimiet. Voor de Nederlandse competitie is die gesteld op 165 dagen per persoon per partij. De tijd tussen de poststempeldatum op de brief met de ontvangen en de verzonden zet, geldt als maatstaf. Bij internationale wedstrijden moeten tien zetten in twintig dagen worden gedaan. Dat lijkt een garantie voor een behoorlijk tempo maar de schijn bedriegt aangezien de tijd die de brief onderweg is, niet wordt meegerekend.

Niet in alle landen werkt de post even goed. “Tegen Russen spelen is een crime vanwege de uiterst moeizame communicatie”, weet Van der Ploeg. “Partijen waarin je hooguit één zet in de twee à drie maanden doet, zijn eerder regel dan uitzondering. Als je ervan uitgaat dat een partij zo'n vijftig zetten vergt, ben je zes jaar verder eer je klaar bent. Het is geen onwil bij de Russische tegenstander. De infrastructuur is gewoon erbarmelijk en daarnaast heb ik de indruk dat de Russische mafia brieven uit het westen onderschept. Ze kijken of er wat van waarde in zit en gooien de rest weg.”

Even naar Rusland bellen om aan alle verwarring een einde te maken, is vaak niet mogelijk. En als dit al wel kan, is het gebruik maken van de telefoon om zetten door te bellen volgens Van der Ploeg in het correspondentiedammen in sterke mate taboe. “Je kunt je tegenstander telefonisch wel vragen wat voor zet hij doet maar als hij achteraf bedenkt dat die betreffende zet toch niet zo verstandig was, kan hij altijd nog zeggen dat hij de zet niet heeft gedaan. Zonder brief heb je geen tastbaar bewijs. Een fax zou een uitkomst zijn en misschien moeten we daar in deze sport ook naar toe.”

Het correspondentiedammen is een uiterst marginaal verschijnsel. De Nederlandse correspondentiedambond heeft tweehonderdvijftig leden. De internationale club heeft er slechts honderdzestig. De top bestaat uit zo'n veertig postzegeldammers die elkaar regelmatig treffen.

Een correspondentiedammer weet eigenlijk nooit of een tegenspeler op eigen kracht speelt. In de lange bedenktijd, die via het sjoemelen met de ontvangstdatum met gemak verveelvuldigd kan worden, heeft hij de mogelijkheid alles en iedereen te raadplegen. “Ja, er zijn spelers die zich laten adviseren door sterkere spelers”, peinst Van der Ploeg. “Ik doe dat niet. Ik probeer mijn zetten op eigen kracht te vinden.”

Wel heeft Van der Ploeg honderden damboeken in de kast staan en zitten in zijn computer 25.000 partijen opgeslagen. “Ik kan daardoor precies nagaan hoe de grootmeesters een bepaalde opening spelen of een bepaald speltype hanteren.”

Sommige correspondentiedammers vrezen de opkomst van de damcomputer. Zij zien daarin een bedreiging van hun sport. Van der Ploeg denkt niet dat het zo'n vaart zal lopen. ""Het niveau van de damcomputers is nu nog niet zo hoog. Een beetje correspondentiedammer verslaat ze met gemak. Maar de damcoputers worden wel steeds beter. Als iedereen straks zo'n apparaat raadpleegt om een tegenzet te doen, is er geen lol meer aan.''

Hij besprak het probleem laatst met de voorzitter van de correspondentieschaakbond, waar ze al langer te maken hebben met computers. Die stelde hem gerust. “Het winnen met behulp van een computer wordt daar als onesthetisch beschouwd. Die erecode blijkt te werken.”

Echte damgrootmeesters kom je niet tegen in het postzegeldammen. “Deze damsoort vereist toch andere vaardigheden”, zegt Van der Ploeg. “Je moet nog meer geduld hebben en nòg meer kunnen studeren. De borddammers doen meer met het knappe koppetje. Wij halen meer uit boeken.”

Een uitzondering is Hans Vermin. De huidige nummer vierentwintig in de wereld van het "gewone' dammen, wordt waarschijnlijk de nieuwe wereldkampioen correspendentiedammen. Toen hij aan dit WK begon was de vorige WK-cyclus nog niet afgerond. In 1986 overlapten drie WK's elkaar. Vermin zal de titel niet krijgen na twee uur zweten aan een tafeltje maar na het jarenlang plakken van postzegels. Voor Van der Ploeg is deze eer nog niet weggelegd. “Ik verstuur zo'n vier brieven per dag. Per maand kost me dat zo'n kleine honderd gulden. Maar je moet wat over hebben voor je hobby.”