WILHELMINA

Met enige aarzeling reageer ik op de brief van H. van 't Hoogerhuijs van 27 juli, maar ik meen toch enige punten te moeten rechtzetten.

Mij wordt in de mond gelegd dat Wilhelmina in 1896 kroonprinses was, terwijl ik juist het omgekeerde zei (niet “beweerde”, want de Grondwet is duidelijk dienaangaande). Zij was koningin, ook al oefende Emma tijdens haar minderjarigheid de koninklijke macht uit. Emma werd koningin door haar huwelijk met Willem III en bleef dit na diens dood. In tegenstelling tot wat de schrijver/schrijfster meent, stond haar titel dus geheel los van het grote respect dat zij verwierf tijdens haar regentschap en daarna.

Maar ere wien ere toekomt: de gemeenzame uitdrukking in mijn brief (NRC Handelsblad, 19 juli/): “(Wilhelmina) werd weer prinses” had ten rechte moeten luiden “zij liet zich weer prinses noemen”. Uit "Eenzaam maar niet alleen' (blz. 439) kan ik daarover aanhalen: “De laatste maanden voor mijn achtenzestigste verjaardag bekoorde mij de gedachte mijn leven onder dezelfde naam te eindigen als ik het begonnen was, de naam die ik droeg als kind bij mijn ouders: Prinses Wilhelmina. Zo besliste ik.”