"Wees voorzichtig, er is een staakt-het-vuren'

SARAJEVO, 31 JULI. De afgelopen maand heb ik in Sarajevo gewoond en veel gelegenheid gehad om de werkelijke toestand hier te vergelijken met de taal waarin Washington en de Verenigde Naties die beschrijven. De verschillen zijn enorm - veelal doelbewust - en ze verklaren de kloof die bestaat tussen wat men in het buitenland over Bosnië zegt en wat er ter plekke wordt gedaan, of liever, nagelaten.

Neem bijvoorbeeld het woord "moslim'. De mensen hier zeggen mij dat het grote verschil tussen moslims, Kroaten en Serviërs in onbezet Bosnië is, dat moslims niet naar moskeeën gaan, Kroaten niet naar katholieke kerken en Serviërs niet naar orthodoxe kerken. Sinds het begin van het conflict werd het woord "moslim' gebruikt om inwoners van Bosnië te beschrijven die Kroaat noch Serviër waren.

Dit is in twee opzichten verkeerd. Ten eerste: hoewel in het Ottomaanse Rijk sommige Slaven - Kroaten en Serviërs - in Bosnië zich tot de Islam bekeerden, zijn de meeste moslims nu seculier; de enige gelegenheid waarbij islamitische tradities in acht worden genomen is - droevig genoeg - bij begrafenissen. Toch portretteert de Servische nationalistische propaganda deze "moslims' als "fundamentalisten', "mujahedeen' en "Turken'.

Ten tweede: hoewel de bewoners van gebied dat nog onder controle staat van de regering in Sarajevo voornamelijk uit seculiere moslims bestaan, wonen daar ook etnische Serviërs, etnische Kroaten en mensen van andere nationaliteiten. Zelfs de paar honderd joden in Sarajevo worden moslims genoemd. (Door de gemeente van Sarajevo werd mij verteld dat het aantal gemengde huwelijken in de eerste zes maanden van 1992 gestegen is van vijftien naar 21 procent.) Deze mensen noemen zichzelf bosnaci, Bosniërs, wat etnisch gezien juister is. Deze mensen "moslims' noemen verscherpt alleen maar de bestaande scheiding tussen etnische groepen en de roep om deling van Bosnië-Herzegovina. [...] De term "safe havens' [beveiligde enclaves voor Bosnische moslims, red.] is de absurditeit van het jaar. In mei van dit jaar gaven de VN zes steden in gebied onder dat onder de Bosnische regering valt deze bestemming: Sarajevo, Tuzla, Srebrenica, Gorazde, Zepa en Bihac. Van deze ligt alleen Tuzla nu niet onder vuur en de andere zijn kleine enclaves, omsingeld door Servische nationalisten. De belangrijkste vraag - hoe deze zones te beveiligen - werd opnieuw niet beantwoord.

Wat de VN echter wel duidelijk maakten, is dat deze zones ontwapend worden. Voor de Bosniërs in de enclaves betekent dit dat zij hun wapens moeten neerleggen; voor de Serviërs eromheen betekent dit dat zij zich terugtrekken. Maar niets en niemand weerhoudt hen ervan weer op te trekken zodra de Bosniërs zijn ontwapend. De VN-macht zal niet tussenbeide komen, want zij mag niet schieten tenzij ze zelf wordt beschoten. Als de Serviërs zorgvuldig genoeg mikken en geen blauwhelmen raken, kunnen ze alsnog de ene enclave na de andere zuiveren. Natuurlijk onderhandelen de VN over bestanden, maar het vuren blijft niet gestaakt, alleen maar omdat er een paar papieren zijn getekend.

"Staakt-het-vuren' is een frase, waarvan ik de betekenis hier snel heb geleerd. Mensen in Sarejevo waarschuwden me: “Wees voorzichtig, er is een staakt-het-vuren”, met andere woorden: laat je waakzaamheid niet verslappen. Als het niet zo tragisch was, zou het grappig zijn: de talloze schendingen van bestanden waarover de journalisten dagelijks officieel worden voorlicht. Toen dit ritueel nog nieuw voor mij was, vroeg ik eens aan Barry Frewer, de VN-woordvoerder in Sarajevo, of hij bedoelde “het staakt-het-vuren stand hield ondanks zware beschietingen”. Met een uitgestreken gezicht antwoordde hij: “Nee, het staakt-het-vuren houdt stand ondanks haarden van intensief vuren.” [...] De lege woorden waarmee Westerse leiders krachteloos spreken over Bosnië - “nooit meer”, “dit is onaanvaardbaar”, enzovoorts - worden nog erger door de loze gebaren, die niets veranderen, maar goed ogen. Neem de instelling van een "vliegverbod' boven Bosnië, van kracht sinds oktober vorig jaar, maar er waren een half jaar en 500 schendingen voor nodig totdat de Veiligheidsraad van de VN er daadwerkelijk sancties aan verbond. Toen hadden de Servische nationalisten een forse zeventig procent van Bosnië-Herzegovina in handen en konden ze hun achtertuin probleemloos over land bereiken.

Het sturen van driehonderd Amerikaanse waarnemers naar Macedonië - geen buurland van Bosnië en niet in oorlog - is zeer vooruitziend, want het veronderstelt dat de Serviërs hun zuiveringswerk hier binnenkort afgerond zullen hebben en door kunnen gaan met hun volgende taak. Betekent dit dat de buitenwereld Bosnië heeft opgegeven? Waarschijnlijk, maar ik durf het mijn vrienden in Sarajevo niet te vertellen. Ik vermijd een antwoord op hun vraag waarom Amerika hen niet komt helpen. Ik kan het vermijden, dat is een van de voordelen dat ik niet de president van de Verenigde Staten ben.

© The New Republic