Wasbenzine

Geen stuk in de kampeeruitrusting leek zozeer het eeuwige leven te hebben als de benzinebrander. Tweedehands aangeschafte branders, volgens voorschrift met loodvrije benzine, dus wasbenzine, gevuld bewezen twintig jaar trouwe dienst zonder dat er ooit één keer reden tot klagen was. Zelfs het doorprikken van de sproeier was niet nodig.

Tot vier jaar geleden het kwakkelen begon. De Favorit haperde, de Juwel kwam niet op druk en anderen modderden met de Svea. Een gloednieuwe Optimus 8R liet het al vanaf de eerste dag afweten. Alternatieven genoeg: er is spiritus, er is het laffe gas, dus acuut werd het probleem niet en de branders aten geen brood. Ze werden opzij gezet voor nader onderzoek en kwamen al gauw onder het stof te zitten.

Deze week was er plotseling het gevoel dat het zo niet langer ging. Echte mannen koken niet op campinggas en het kon toch geen toeval zijn dat al die branders tegelijk uitvielen. Was het niet het waarschijnlijkst dat er iets mis was met de wasbenzine? Daar moest nu maar eens antwoord op komen.

Zoveel was snel duidelijk: de wet - de Warenwet en de Wet milieugevaarlijke stoffen - stelt nauwelijks eisen aan wasbenzine. Er zijn wat voorschriften voor de verpakking en de etikettering, zegt de Keuringsdienst van waren, meer niet. Controle op de samenstelling van wasbenzine is er niet.

De Shell industrie chemicaliën gids rangschikt wasbenzine onder de "kookpuntenbenzines'. Kookpuntenbenzine is het destillaat (de gecondenseerde damp) van een kokend mengsel koolwaterstoffen dat uit aardolie is gewonnen. Zo'n mengsel verliest in de loop van het inkoken steeds meer vluchtige (lichte) bestanddelen en krijgt een steeds hogere kooktemperatuur. "Wasbenzine' is het destillaat dat wordt opgevangen als het kokende mengsel in temperatuur stijgt van 100 naar 140 graden.

Is er de laatste jaren iets aan "100/140' veranderd? “Niets”, zegt het afvulbedrijf Sel Chemie in Aalten dat Albert Heijn zijn wasbenzine levert. “Dat zouden we aan de specificatie gemerkt hebben.” De 100/140 van Sel komt van Esso en de voorlichting van Exxon Chemical onderstreept dat de kookpunten de laatste vijf jaar onveranderlijk tussen 101 en 138 hebben gelegen. Hij zegt het zo: de wasbenzine is niet veranderd maar verbeterd. Gevaarlijke aromaten als benzeen en tolueen worden er zoveel mogelijk uit verwijderd.

De doorbraak komt bij Shell Chemie, in een gesprekje dat even buiten de voorlichting om ging. Het is eenvoudig, zegt de openhartige olieman, Shell heeft een balancing refinery, een raffinaderij die de output voortdurend aanpast aan de gesignaleerde vraag. Dat heeft zijn weerslag op het gehele produktenpakket. Wat nu nog benzine 100/140 heet zouden we eigenlijk al lang 108/140 moeten noemen. Het initiële kookpunt is verschoven naar 108 graden.

Shell heeft ongeveer twee jaar geleden de lichtste fractie uit haar wasbenzine gehaald! De woordvoerder sluit niet uit dat de verzadigings-dampspanning van de wasbenzine bij 50 graden (de werktemperatuur van een benzinebrander), die voorheen bij 0,12 bar lag, daarvan een geduchte knauw heeft gekregen. Het zijn de lichtste fracties die de druk in het brandertankje bepalen en zoiets als een benzine 140/165 (een terpentine) heeft bij 50 graden maar een druk van 0,03 bar. Wie weet dat 0,12 bar al weinig meer is dan de (over)druk in een luchtballon begrijpt dat een beetje drukverlies een brandstof al gauw onbruikbaar maakt voor het kamperen.

Hebben dan de verkopers van benzinebranders al die tijd niets gemerkt? Bever Zwerfsport in Den Haag in ieder geval niet, de catalogus ademt het volste vertrouwen in wasbenzine. Maar aan Carl Denig in Amsterdam is het "verbeteren' van de wasbenzine niet zomaar voorbijgegaan. Anderhalf jaar geleden kwamen de klachten van de kampeerders die benzinebranders-zonder-pompje bezaten. “Het heeft ons veel moeite gekost om de informatie van de heren fabrikanten los te krijgen.” Ook bij Demmenie in Amsterdam is het vertrouwen in wasbenzine een jaar of drie, vier geleden aan het wankelen geraakt. Niet alle branders branden op alle soorten benzine, schrijft de catalogus aarzelend. “We zijn aangewezen op Coleman Fuel”, zei Demmenie deze week beslist, met een misprijzend gebaar naar een indrukwekkende voorraad plastic flessen waarin, volgens het etiket, ook al kookpuntbenzine zit.

Coleman Fuel: sinds de introductie, tien jaar geleden, altijd gedacht dat dit gewone wasbenzine was met een ongewone prijs. Helemaal fout: het Shell-destillaat dat een afvulbedrijf in Enschede in flessen stopt, is volgens de specificatie die Coleman Deutschland - Depot Holland opstuurt een straight run, light petroleum naphta met een kooktraject 45-170. Het is een heel "breed' destillaat, dat, net als autobenzine (kooktraject 30/220), zowel erg lichte als erg zware bestanddelen bevat. Om precies te zijn: Coleman Fuel bestaat voor meer dan de helft uit lichtere fracties dan in klassieke wasbenzine voorkomen. Niet zonder effect: in de afgeschreven benzinebranders ontwikkelde de brandstof een druk die het potentieverlies geheel herstelde. De Favorit brult als nooit tevoren.

Demmenie en Bever rekenen 3,95 per liter, Denig 4,50. Wie dat teveel vindt en stank kan negeren laat gewone autobenzine in zijn benzinefles gieten, die is tegenwoordig immers ook loodvrij. In principe verhindert het veiligheidsventiel in de vuldop van het tankje dat de druk tot gevaarlijke waarden oploopt.