TEGEN HITLER

Geheimakte Gerlich/Bell. Röhms Pläne für ein Reich ohne Hitler door Hans-Günther Richardi en Klaus Schumann 230 blz., gell., W. Ludwig Verlag 1993, f 41,40 ISBN 3 7787 2135 6

Twee Kuifjeachtige figuren, een fascistisch geheimagent en een katholieke krantenman, nemen het in het begin van de jaren dertig op tegen Herr Hitler, daarover handelt het recent verschenen Geheimakte Gerlich/Bell. Röhms Pläne für ein Reich ohne Hitler. Een verhaal van Zivilcourage in het duistere Beieren. De lezer weet dat het avontuur slecht zal aflopen, want het monster vreet alles en iedereen op, inclusief zijn eigen gedrochtelijke voortbrengsel, de SA-chef Ernst Röhm. Maar hadden de helden van dit boekje, George Bell en Fritz Gerlich, beter kunnen weten?

Hun verzet tegen de nazi's ontsproot grotendeels uit hun afkeer van de Rijkspolitiek die Hitler voerde waarin geen plaats meer was voor de betrekkelijke onafhankelijkheid van de Duitse Länder. In begin 1933, na de machtsovername, waren alleen Würtemberg en Beieren nog tamelijk zelfstandig en vormden dus een steen des aanstoots voor de nazi's. Dat gold des te meer voor Beieren omdat in München Hitler zijn eerste politieke schreden had gezet. George Bell en Fritz Gerlich behoorden tot degenen die zich verzetten tegen de dreigende gelijkschakeling, maar hun wapens bestonden louter uit krantestukken en samenzweringen met de oude patricische elite van de beide Länder. Geen schrikwekkende argumenten tegenover de met radio en keurtroepen uitgeruste NSDAP, en Bell die een vriend en agent van Röhm was geweest, moet dat beseft hebben. Is het mogelijk dat Gerlich, de journalist die begonnen was als geestelijk leidsman bij de Freikorpsen, de militaire bendes die het begin van de Weimarrepubliek onveilig maakten, zich illusies over het keren van het tij maakte?

Afgezien van hun kans van slagen tegen de nazi-politiek is het de vraag af we eigenlijk wel met verzetsstrijders te maken hebben zoals het boek fortissimo beweert. Richardi en Schumann slagen er redelijk in dat aannemelijk te maken voor Gerlich, die na een lange flirt met de katholieke reactie in Beieren in niet mis te verstane bewoordingen van leer trok tegen de nazi's in zijn krant Der gerade Weg, maar de schrijvers zijn, terecht, wat vager over de democratische verdiensten van Fritz Bell. Hij was een avonturier die zich van Röhm en zijn SA afkeerde toen die geen belangstelling meer voor hem hadden. Uit ressentiment, en allerminst uit republikeinse gezindheid, leverde hij vervolgens alle plannetjes en kuiperijen waar Röhm hem in gekend had uit aan Gerlich die de onthullingen voor zijn anti-nazicampagne gebruikte.

Die plannetjes zijn de aanleiding voor de schrille titel die de auteurs het boek hebben meegegeven. Maar moge de Geheimakte al nieuw zijn, veel nieuws levert het allemaal niet op. Alle wrijvingen tussen de populistische SA en de opportunistische politiek van Hitler zijn sinds jaar en dag bekend, en de onlangs ontdekte opdrachten van Röhm aan Bell om in het buitenland propaganda te bedrijven en geld te zoeken voor de goede zaak voegen aan die wetenschap niets toe. Ook de interesse van de Shell-man Deterding voor de SA was al lang bekend. (Men sla het in 1959 verschenen Opmars naar de galg. Verslag van het Neurenbergse proces er op na.)

In de tweede helft van het boek volgen de auteurs de overrompeling van de Beierse regering in München in maart 1933 door de nazi's van uur tot uur, en dit deel vormt de echte raison d'être van dit boek, dat overigens geen moment kan ontsnappen aan het odium een opschepperig gepresenteerde lokale geschiedschrijving te zijn. De hijgerige toon doet in ieder geval veel meer dienst bij de jacht van de nazi's op hun tegenstanders in stad en land dan in het eerste gedeelte waarin de hoofdrolspelers worden gentroduceerd, alvorens zij onafwendbaar hun ondergang tegemoet gaan.

Toch laat de lezer geen traan over de dood van de twee 'Widerstandskämpfer'. Daarvoor is de politieke verwantschap tussen de beulen en hun slachtoffers in het geval van Gerlich en Bell te groot. Daar veranderen de vrome katholieke praatjes van de auteurs weinig aan. Integendeel.