TAGUIEFF

De confuse repliek van uw Parijse correspondent Jan Gerritsen, nadat lezers er terecht op wezen dat zijn voorstelling van zaken als zou men met de Franse auteur Pierre-André Taguieff in feite met een extreem-rechtse en racistische ideoloog te maken hebben (NRC Handelsblad, 17 juli), lijkt naar niets en mag in deze vorm niet het laatste woord van uw krant in deze kwestie zijn.

Wie dat artikel in Esprit, nu niet direct een orgaan dat racisme voorstaat, goed leest, kan het niet ontgaan dat het in de eerste plaats een opdracht heeft aan het adres van Léon Poliakov, welbekend als schrijver van een klassiek, meerdelig werk over de geschiedenis van het antisemitisme. Taguieff heeft trouwens zelf grote publikaties over hetzelfde onderwerp op zijn naam staan. Zo iemand in een verkeerd daglicht te stellen, ja wat racisme, respectievelijk antiracisme aangaat zo ongeveer op de kop te zetten, is opmerkelijk maar valt misschien te verklaren.

Er was eens een periode dat het woord fascist op dezelfde overvloedige wijze werd gebruikt als het woord racist tegenwoordig. Er kon geen enkele specifieke betekenis meer aan worden toegekend. Het woord racist gaat nu hard dezelfde kant op, en daarop heeft Taguieff in zijn Esprit-stuk, met de goede titel: Comment peut-on être anti-raciste? (dat woord gecursiveerd door mij), duidelijk willen attenderen. Ondoordacht belaadt uw correspondent hem daarvoor met het verwijt dat hij het antiracisme in de rug aanvalt. Alsof het niet de hoogste tijd is in dit opzicht van een allengs zinloos geworden woordgebruik afstand te doen.

Naschrift:

De heer Evenhuis beweert dat ik Pierre-André Taguieff heb afgeschilderd als een "racistische' ideoloog. Dit is niet het geval. Het woord racisme heb ik niet genoemd. Ik heb alleen gewezen op Taguieffs opvatting dat aan het begrip racisme geen enkele specifieke betekenis meer kan worden toegekend. Het verwijt behoef ik me echter niet aan te trekken omdat het volgens Evenhuis “de hoogste tijd is (...) van een allengs zinloos geworden woordgebruik afstand te doen”.

Taguieff heeft zich inmiddels verdedigd (Le Monde 27 juli) tegen de "ideologische misdaad' waarvan hij naar zijn oordeel ten onrechte werd beschuldigd in een artikel in dezelfde krant (13 juli), waarop ik mijn nieuwsbericht over de oproep tot waakzaamheid en "civiele luciditeit' van veertig Franse intellectuelen in NRC Handelsblad had gebaseerd. Ere wie ere toekomt: Taguieff noemt het racisme “een politiek verdacht verschijnsel” dat hij evenals extreem-rechts “sinds vijftien jaar bestrijdt”. En hij constateert dat in Frankrijk een “zachte verstatelijking (étatisation) van de xenofobie voortgaat”.

Blijft een probleem: wie het gebruik van woorden als racisme en impliciet anti-racisme als "zinloos' bestempelt, gaat voorbij aan het feit dat ze, zoals Roger-Pol Droit in Le Monde van 27 juli schreef, “niet tot de hemel van de ideeën behoren, maar gevolgen hebben voor de feiten”.

Jan Gerritsen