Suriname mag voorstellen doen voor nieuwe hulp

DEN HAAG, 31 JULI. Suriname mag nieuwe voorstellen doen voor de besteding van Nederlands ontwikkelingsgeld. Dit heeft Nederland via de Nederlandse ambassadeur in Suriname P. Koch laten weten aan de regering Venetiaan.

Het moeten projecten met een humanitair karakter zijn of projecten ter versterking van de afspraken die bij het Raamverdrag in juni 1992 tussen Den Haag en Paramaribo zijn gemaakt. Suriname heeft nog 1,3 miljard gulden ontwikkelingsgeld te goed van Nederland krachtens een verdrag dat bij de onafhankelijkheid werd gesloten.

Maandag werd bekend dat Nederland de betalingsbalanssteun aan Suriname tot nader order opschort, omdat de EG niet bereid is de rol van "begeleider' bij de uitvoering van het economische aanpassingsprogramma op zich te nemen. De Surinaamse regering zal zich volgens Nederland nu moeten wenden tot de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds om samen een programma op te stellen om de staatshuishouding in orde te maken en de economie te revitaliseren.

Suriname wordt tegelijk met het intrekken van betalingsbalanssteun uitgenodigd om voorstellen te doen voor hulp op het terrein van onderwijs, gezondheidszorg, de ontwikkeling van het binnenland, een urgentieprogramma voor volkshuisvesting en voor dringende sociale noden. Nederland is ook bereid fondsen ter beschikking te stellen voor versterking van de belastingdienst, de thesaurie-inspectie en de begrotingsdienst. Sectorsteun is vooralsnog uitgesloten, maar Nederland wil wel missies financieren die het voorbereidend werk doen om straks plannen klaar te hebben als het nieuwe economische aanpassingsprogramma wordt uitgevoerd.

Tot slot heeft de Nederlandse regering te kennen gegeven dat zij ontwikkelingsgeld wil besteden aan de versterking van de rechtsstaat, waaronder het defensie- en het overheidsapparaat. Begin oktober gaat minister Ter Beek van defensie naar Paramaribo om te onderhandelen over verdere Nederlandse steun bij de opbouw en de herstructurering van het Surinaamse leger.

Tijdens het beleidsoverleg in oktober 1992 heeft Nederland een groot aantal projecten goedgekeurd. In het totaal gaat het om en kleine 190 miljoen gulden. De grootste posten zijn 26 miljoen gulden voor de elektriciteitsvoorziening van Groot Paramaribo, 9 miljoen voor apparatuur voor het onderwijs, 41 miljoen voor de watervoorziening in Groot Paramaribo, en een garantiestelling van 24 miljoen gulden voor een commerciële lening voor de bouw van een olieraffinaderij.

Uit hetzelfde overzicht van Ontwikkelingssamenwerking blijkt dat de KLM 18 miljoen gulden heeft gekregen uit de verdragsmiddelen om een claim bij de Surinaamse overheid in te lossen. In het overzicht wordt gesproken van een "betalingsregeling tot deviezenachterstalligheden'. De KLM heeft enkele maanden geleden gedreigd de lijn met Paramaribo op te zeggen als de Surinaamse regering het uitstaande bedrag niet zou betalen. Minister Pronk heeft daarop besloten die Surinaamse schuld af te betalen met ontwikkelingsgeld.