Spoor bijster

Iedere ochtend om half negen zijn wij op onze post. We houden de flappenkasten in het oog, we trachten de treinstellen af te determineren voordat ze stilstaan en we wegen elk woord dat uit de luidsprekers komt. Wij, ervaren forensen, en onbezoldigde perronwachters van de NS.

Afgelopen dinsdag bewezen we weer hoe onmisbaar we zijn. Het was op station Duivendrecht, een mooi station aan de Amsterdamse zuidtak. We stonden op spoor 8 te wachten op onze trein, de stoptrein naar Rotterdam van 8 uur 33. De flappenkast deelde mee dat de intercity naar Arnhem en Nijmegen van 8 uur 29 vijf minuten vertraging had. Een kleine tegenvaller als het waar was, want onze trein zou dan ook te laat komen. Gelukkig! Het was loos alarm. De 8 uur 29, een dubbeldekker, kwam gewoon op tijd. We keken om ons heen en we knikten een aarzelende reiziger bemoedigend toe:

'Stapt u maar in, dit is de trein die u moet hebben, hij heeft helemaal geen vertraging.' Op tijd reed de trein weer weg. De flappenkast bleef volhouden dat de 8 uur 29 vertraging had. De minuten verstreken, ke kast wist van geen wijken en de spanning liep op. Daar schalde een heldere microfoonstem door de glazen overkapping: 'Over enkele ogenblikken rijdt binnen op spoor 8 vertraagde intercity in de richting Arnhem Nijmegen van 8 uur 29. Herhaling: Over enkele ogenblikken rijdt binnen op spoor 8 vertraagde intercity in de richting Arnhem Nijmegen.' Even verstijfden we. Zouden we die aarzelende reiziger van daarnet de verkeerde trein in hebben gestuurd? Maar daar kwam de trein al. We zagen het meteen. Het was een stopper met jondekop, dus zonder twijfel de stoptrein van 8 uur 33 naar Rotterdam. Onze trein, en niet de intercity. Nu snel gehandeld. Die dame met die koffer leek ons geen Rotterdam-reizigster. 'Moet u naar Utrecht? Dan moet u deze trein niet hebben!' 'Maar het werd net omgeroepen!'

Dit is het moeilijkste deel van onze taak. Wij hebben het gelijk aan onze zijde, maar soms moeten we al onze overtuigingskracht aanwenden voordat de reizigers dat van ons willen aannemen. De conducteurs kunnen we met onze problemen niet lastigvallen, want die hebben het veel te druk. De perronopzichters genieten allang van een welverdiend vervroegd pensioen.

'Gelooft u me maar, dit is de trein naar Rotterdam!' Meer tijd kunnen we haar niet geven, want daar is een bejaard echtpaar dat gaat logeren in Nijmegen. Ze staan al met een been in de stoptrein naar Rotterdam. We rennen er op af, terwijl we uit onze ooghoek zien dat een collega een onwennige automobilist de trein uit trekt. Goed werk! Maar daar klinkt de fluit al. De conducteur kan niet eeuwig wachten! We springen de trein in. Door het raampje zien we nog een twijfelende heer met krant en paraplu. Hij moest naar Rotterdam, maar we hebben hem in de drukte over het hoofd gezien. Ach, hij heeft ook niet die arendsblik, die kennis van sprinters, hondekoppen, dubbeldekkers en koplopers die voor succesvol sporen tegenwoordig onontbeerlijk is.

Vroeger droegen de treinstellen nog een simpel bordje met de bestemming op hun flanken, maar met de komst van de flappenkasten zijn de bordjes afgeschaft. Die kasten zijn een grote hulp voor iedereen die wil weten hoe de dienstregeling nu eigenlijk in elkaar zit. Nieuwe treinreizigers menen vaak dat de kasten ook een relatie hebben met de werkelijke treinenloop, een misverstand waartegen we vaak moeten waarschuwen.

Ook de omroepsters weten natuurlijk niet welke treinen er over al die verschillende sporen rijden. Ze zitten ver weg, op het Centraal Station. Ze kijken in een donker kamertje naar lampjes die aan en uit gaan. Die lampjes stellen treinen voor, maar welke treinen? Als er een paar vlak achter elkaar komen, raken die omroepsters de draad kwijt, dat snapt iedereen.

Gelukkig heeft de NS een plan gemaakt voor een ander treinvolgsysteem. Het heet Post 21. De omroepsters krijgen dan op een schermpje te zien welke lampjes de 8 uur 29 voorstellen en welke voor 8 uur 33 moeten doorgaan. Een slim plan, en het treedt de volgende eeuw al in werking!. Maar tot die tijd kan de NS op ons rekenen. Geld vragen we er niet voor, maar een verzoek willen we hierbij toch doen: kunnen die luidsprekers zolang worden uitgezet? Ze maken het werk van de onbezoldigde perronwachters moeilijker dan nodig is.