Spook van de crisis waart rond

ROTTERDAM, 31 JULI. Het had de Renaissance van het Westen moeten zijn. Ronald Reagan en Margaret Thatcher waren als helden de jaren tachtig uitgestapt: ze hadden de belastingen verlaagd, op sociale voorzieningen gekort, de macht van de Britse bonden was gebroken en op Wall Street verdienden speculanten een vermogen met financiële spelletjes. In het wilde kapitalisme van de yuppies en van types als Michael Milken zetten hebzucht en ongebreideld winstbejag de toon.

Toen aan het einde van het decennium Russen en andere Oosteuropeanen Lenin van zijn sokkel trokken, beleefde de markteconomie haar definitieve triomf.

De Koude Oorlog was voorgoed voorbij. De hereniging van de twee Duitslanden haalde de wereldorde van Jalta omver, de weg lag open voor vrede en welvaart, nieuwe markten en nieuwe mogelijkheden. Maar de revolutie van 1989 had zich nog niet voltrokken, of de zegevierende markteconomieën werden curieus genoeg in een diepe recessie gezogen. Het begon in Amerika, en Groot-Brittannië volgde. Zelfs het protectionistische Japan bleek gevoelig voor de prikkels van de vrije markt. Nu moeten ook Duitsland en Nederland er aan geloven.

Het crisisspook waart door het Westen. De produktie loopt terug, bedrijven snijden hardhandig in eigen vlees, honderdduizenden banen verdwijnen. IBM, Volkswagen, Philips, DAF, DSM, vrijwel geen onderneming ontkomt aan saneren. Een winstgevend bedrijf als het Amerikaanse Proctor & Gamble zet dit jaar 13.000 man aan de kant. Ze bereiden zich voor op het ergste, meldde The New York Times. Bij de snel groeiende Amerikaanse winkelketen Wal-Mart zijn de werknemers die elke dag de streepjescode van de produkten aanpassen aan de jongste prijzen, niet meer nodig. De kassameisjes moeten dat er nu bij doen.

De OESO, de organisatie van Westerse industrielanden, schat dat de werkloosheid volgend jaar oploopt tot 36 miljoen mensen, van wie alleen al 23 miljoen in West-Europa. Dat is meer dan de bevolking van Portugal, Denemarken en Zwitserland bij elkaar. Eén op de tien Westeuropeanen zit dan zonder werk.

Pag.13: Overheid moet in nieuwe orde niet alles uit handen geven

Geen wonder dat de muziek van de vrije markt al heel wat zachter klinkt, nu teruglopende groei en toenemende werkloosheid voeding hebben gegeven aan nationalisme en protectionisme. Zelfs EG-voorzitter Jacques Delors heeft volgens het blad Der Spiegel een plan in zijn koffer voor een "nieuw Europees economisch model', waarin de vrijhandel vaarwel wordt gezegd. En in Amerika, Japan en sommige Europese landen neemt de roep om "industriepolitiek' steeds harder toe als antwoord op het verdwijnen van te veel banen.

De belangrijkste oorzaak van de huidige malaise is het gebrek aan economische groei. De huidige terugval is de meest pijnlijke en meest langdurige sinds de Tweede Wereldoorlog nu de groei van de westerse industrielanden is gezakt van 4,4 procent in 1988 naar 1,7 procent in 1992. Te weinig om de stijging van het aantal werknemers te kunnen bijhouden. De groei van de vroegere planeconomieën, de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, is nog dramatischer gedaald, van 4,5 procent in 1988 naar een negatieve groei van 12 procent in 1992. Volgens de Amerikaanse econoom Leonard Silk is dat een sterkere neergang dan welk land ook in de Grote Depressie van de jaren dertig heeft beleefd. Sommigen noemen de langdurige periode van langzame groei “een beheerste depressie”.

De voormalige hoofdredacteur van The Times, Lord William Rees-Mogg zei het in The Observer als volgt: “Een wereldeconomische crisis is een soort wereldrevolutie. Het vernietigt oude structuren, economische en politieke. De Sovjet-Unie was de eerste die met zijn rigide karakter niet in staat was zich aan te passen. Zij moest vallen voordat de storm volop zou gaan waaien. Zo'n crisis tast het respect aan voor regeringen omdat de bevolking ontdekt dat hun leiders de gebeurtenissen niet kunnen beheersen.'

Het einde van de Koude Oorlog zou veel mensen in veel landen voordeel opleveren, maar tot nog toe heeft het vredesdividend alleen geleid tot verlies aan banen en inkomen.

Normaal gesproken had de "warme vrede' moeten leiden tot vertrouwen, stabiliteit en meer consumptie en toenemende investeringen. Maar dat kan alleen als er nieuwe banen zijn voor werknemers en financiële middelen om die banen te scheppen. Daar zit het probleem.

Terwijl de groei in het Westen afnam, kwamen in Azië nieuwe vrije markteconomieën op: de "vier tijgers' Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong en Singapore in de kopgroep, op afstand gevolgd door China, Indonesië, Maleisië, Thailand en Vietnam.

Deze landen ontwikkelen een miraculeuze groei van gemiddeld vijf procent in de laatste vijftien jaar. Ze weten macro-economische stabiliteit te scheppen, er wordt enorm genvesteerd, vooral in de exportsector. Alle economische wijzers staan bij deze snelle groeiers zo gunstig dat de Wereldbank een diepgaande studie heeft laten verrichten naar de oorzaken van hun aanhoudende groei. Kern van het onderzoek: wat kunnen wij van hun leren?

Het exportsucces van deze landen begint onvermijdelijk met de uitbuiting van het voordeel van lage lonen, die er honderden procenten lager liggen dan in het Westen. Basistechnologieën, arbeidsintensieve industrieën zoals kleding en textiel, leer en voedsel, elektronische assemblage, zijn een eerste fase in de industriële take-off. Zover zijn ze al, waarbij de "vier tijgers' voorop lopen. Deze landen hebben inmiddels efficiënte industrieën ontwikkeld die in produktiviteit die van de ontwikkelde economieën gemakkelijk evenaren.

Nu de moderne onderneming steeds mobieler wordt, net als het kapitaal om haar te financieren, vertrekken almaar meer westerse ondernemingen naar Azië. Een tendens die de huidige minister van sociale zaken in Amerika, Robert Reich, enkele jaren geleden al signaleerde in zijn boek The Work of Nations, toen hij nog hoogleraar op Harvard was.

Juist deze ontwikkeling speelt het Westen parten en leidt tot een massale internationale herverdeling van werk. De winnaars zitten in Azië, de verliezers in Europa dat zijn concurrentiepositie flink ziet aangetast door hoge lonen en verouderde produktietechnieken in zwaar gesubsidieerde maar overleefde industrietakken. Er gaat geen dag voorbij of een Duitse, Amerikaanse, Nederlandse onderneming maakt bekend dat het een vestiging in Azië opent. Omdat niet alleen de lonen daar lager zijn, maar in tegenstelling tot de jaren zeventig ook de gewenste kwaliteit kan worden geleverd. KLM overweegt een deel van de vervoersadministratie naar India over te brengen en Philips besloot onlangs het hoofdkantoor van de audio-groep naar Azië te verhuizen.

De vier tijgers ontwikkelen high-tech industrieën door middel van technologie-overdracht van de industriële wereld waardoor ze nog aantrekkelijker worden. Al sinds 1986 laat Texas Instruments software en chips maken in India en Marlborough heeft deskundigen op de universiteit van Gdansk gevraagd communicatie-software te schrijven tegen salarissen die variëren van 7000 en 18.000 dollar per jaar, een fractie van dat van Amerikaanse programmeurs.

De nieuwe economische orde dwingt de industriële wereld tot een massale herstructurering van het bedrijfsleven. Rationalisering, lean-production en een flexibele arbeidsmarkt zijn het credo van de sanerende managers. IBM gaat bovenop de 25.000 werknemers die er dit jaar uitgaan, nog eens 60.000 man ontslaan. Dat is de regel, eerder dan de uitzondering. Met de operatie Centurion snoeide Philips het personeelsbestand met meer dan 70.000 terug naar 240.000 man. Dat is nog niet genoeg. Organisaties worden platter, middenkader verdwijnt en voor de vele jonge managers-in-opleiding is straks geen personeel meer over om leiding aan te geven.

Nu het water veel bedrijven tot de lippen is gestegen worden alle middelen ingezet om de produktiviteit te verbeteren waardoor in sommige gevallen (bij voorbeeld bij re-engineering) tussen de veertig en tachtig procent van het personeel overbodig is geworden.

Werknemers zijn gewaarschuwd. Veiligheid en stabiliteit worden vervangen door flexibiliteit en freelancing. De toekomst zal het Westen minder banen brengen, vooral voor de lagere en midden-klassen. Een levenslange carrière wordt zeldzaam en voortdurende herscholing een vereiste. Met 35 jaar hoef je bij de meeste werkgevers niet meer aan te komen en werknemers "met een krasje' kunnen het wel vergeten - als de vrije markt niets ontziend haar gang blijft gaan.

Het probleem is dat het na de val van het communisme zo bejubelde laissez-faire geen antwoord heeft op de sociale en maatschappelijke problemen die de nieuwe economische orde met zich meebrengt. Ze leidt - vooral in West-Europa - tot nationalisme, protectionisme, massale immigratie en toenemende vreemdelingenhaat uit vrees dat de schaarse laag betaalde banen die er nog zijn naar anderen gaan.

Moeten de ontwikkelde landen kiezen tussen goede banen of meer banen, vroeg Robert Reich zich onlangs af in een artikel in The New York Times. Nederland heeft gekozen voor goede banen. Daarom staan nu 1,7 miljoen mensen aan de kant - werkloos, ziek of afgekeurd. Gedoemd tot nietsdoen, afgeschreven. Als er geen actief arbeidsmarktbeleid komt waarbij mensen aan een baan in plaats van een uitkering worden geholpen, heeft straks, volgens een waarschuwing van staatssecretaris Wallage (sociale zaken), één werkende ten minste één uitkeringsgerechtigde te onderhouden.

In tegenstelling tot West-Europa is Amerika er de laatste tien jaar in geslaagd veel nieuwe banen te scheppen, twee keer zo snel als Japan en ruim vijf keer zo snel als Duitsland, Frankrijk en Engeland. De laatste twintig jaar kwamen er in Amerika meer dan dertig miljoen banen bij, in Japan elf miljoen en in de Europese Gemeenschap slechts tien miljoen. Volgens het laatste Oeso-rapport over werkgelegenheid is slechts zes procent van de werklozen in Amerika langer dan twaalf maanden zonder baan, in de hele EG is dat vijftig procent.

Nederland staat helemaal onderaan de lijst van landen die proberen werklozen actief aan een baan te helpen. “In Nederland is dertig procent van de arbeidsbevolking met instemming van vakbonden op een uitkering gezet. Op voorwaarde dat ze niets doen”, zei de econoom Sweder van Wijnbergen tegen deze krant. Hoe integreer je ze weer, is de grote vraag.

Hierbij is een nieuwe rol voor de overheid weggelegd. In de verzorgingsstaat is zij in diskrediet geraakt; het stelsel is uit de hand gelopen en als reactie daarop dreigt de staat zich helemaal terug te trekken. In het nieuwe technologische tijdperk waar we middenin zitten - ook wel de vijfde golf van Kondratieff genoemd - is het zaak dat een actieve overheid niet alles uit handen geeft.

Zij kan een stimulerende rol spelen bij het ontwikkelen van nieuwe industrieën, bijvoorbeeld door nieuwe initiatieven op het gebied van onderwijs, waaronder her-, om- en bijscholing. Alle inspanningen dienen erop gericht te zijn werknemers aan het werk te houden - ook in lagere sectoren. In plaats van krampachtig vast te houden aan het bestaande stelsel van minimumlonen, collectieve arbeidsovereenkomsten en een sociaal stelsel dat elk risico uitbant, moet taboe-doorbrekend worden opgetreden. Het is daarbij wel zaak het bestaansminimum van de allerzwaksten te garanderen. Dat is een kwestie van beschaving.

Dit is de ware uitdaging voor politici op de drempel van de 21ste eeuw.