PARIJS OP DE RAND VAN DE VULKAAN

Fireworks at Dusk. Paris in the Thirties door Olivier Bernier 351 blz., Little, Brown and Co 1993, f 59,75 ISBN 0 316 09275 4

De dans op de vulkaan is een mooi maar gevaarlijk thema voor historici. Het contrast tussen de schittering van een ondergaande cultuur en de dreiging van naderend onheil geeft kleur aan het verhaal, of het nu gaat om het oude Rome, Byzantium, Frankrijk voor de Revolutie of de Weimar-republiek. Zijn echter het onderwerp en de benadering gekozen, dan wordt de geschiedschrijver de gevangene van zijn onderwerp: de afloop is bekend, de ondergang is onafwendbaar, het oordeel daarover is vervat in de benadering en verrassende wendingen zijn uitgesloten.

Dit blijkt overduidelijk uit Fireworks at Dusk, het nieuwe boek van de Amerikaanse historicus Olivier Bernier over Parijs in de jaren dertig. Bernier, die eerder over verscheidene periodes uit de Franse geschiedenis publiceerde, heeft een boek geschreven dat een sieraad is voor de boekenkast. Het is prachtig uitgegeven en het is ook goed geschreven. Tegen de dreigende achtergrond van het opkomende nazi-Duitsland en de grote economische crisis, beschrijft Bernier de politiek van de Derde Republiek en het Parijse culturele leven.

Het boek is een feest van herkenning: Picasso, Josephine Baker, Cocteau, Malraux, Breton, Céline, Dal, Gide, Maurice Chevalier en nog vele andere bekende namen passeren de revue. De politici zijn in Nederland minder beroemd, maar wie iets weet van Franse geschiedenis kent toch namen als Léon Blum, Edouard Daladier, Pierre Reynaud, Pierre Laval en Edouard Herriot.

Bovendien wordt het leesgemak bevorderd door het ontbreken van onverwachte tournures of ingewikkelde beschouwingen. De lezer weet immers dat de politiek van de Derde Republiek geen daadkracht bezat, aan elkaar hing van schandalen en corruptie en dat de levensverwachting van een kabinet er extreem kort was. Evenmin onbekend is dat de Franse politiek geen antwoord had op Hitler of de economische problematiek. The Tout Paris, zoals Bernier het noemt, liet zich daardoor natuurlijk in het geheel niet van de wijs brengen. Wat er ook in binnen- of buitenland gebeurde, de soirées gingen door. En ieder jaar presenteerde Chanel de mode die gedragen werd in de salons en tijdens de eindeloze partijen en tuinfeesten.

VOLKSFRONT

De formule van het boek - beschrijving van politiek tegen een culturele achtergrond - voorkomt dat het verhaal ontaardt in een litanie van gebroken kabinetten. Soepel wordt de politieke geschiedenis afgewisseld met het relaas van het culturele leven. Het hoogtepunt van het boek wordt gevormd door de kortstondige regering van het Volksfront - socialisten, communisten en burgerlijke radicalen - die werkelijk probeerde iets te veranderen in het land. Aan het hoofd van de regering stond de enige held uit Berniers boek: de galante, gematigde en integere socialist Léon Blum. Temidden van politieke fortuinzoekers, speculanten en kleine geesten, was hij de enige figuur van formaat. Terwijl Bernier in zijn bijschriften bij foto's onveranderlijk adjectieven als middelmatig, zelfgenoegzaam of erger hanteert, bezit Blum ""ogen die fonkelden van intelligentie'' en ziet hij eruit als ""een van de beschaafdste mensen op aarde''. Terwijl hij werkelijk in toneel was genteresseerd, ging het andere politici slechts om de actrices. Na de verkiezingsoverwinning van Blums Volksfront leek heel even alles anders te worden.

Als metafoor van die verwachting beschrijft Bernier hoe kort na Blums aantreden de bijna failliete excentrieke markiezin Casati, die natuurlijk ooit een schitterende schoonheid was geweest, een gecostumeerd bal hield voor the tout Paris. Het feest vond plaats in een prachtige gelegenheid die zich echter in een volksbuurt bevond. Een stel dat gekleed was als Marie Antoinette en haar begeleider had moeite de ingang te vinden, en terwijl het paar zijn weg zocht, deden de spot en de hoon van de buurtbewoners vermoeden dat de tijd van na 1789 was teruggekeerd. Het regende pijpestelen, het bal verliep en de volgende morgen werd mevrouw Casati door de deurwaarders bezocht.

Met deze theatrale herhaling van de geschiedenis had het boek kunnen eindigen. De regering van het Volksfront viel echter, haar sociale hervormingen werden goeddeels ongedaan gemaakt en de Derde Republiek sleepte zich voort tot 1940; net als Berniers boek.

De dans op de vulkaan is een gevaarlijk thema. Bernier blijft zich erover verbazen dat Franse politici niets deden om Hitler tegen te houden, dat tout Paris onbekommerd doorfeestte, dat minister na minister niet wilde zien hoe slechts met Keynes iets tegen de economische malaise was aan te vangen. Het probleem is echter dat hij weet wat er in 1940 zou gebeuren en dat zijn publiek het ook weet. Daarom verrast zijn ironie niet; in het licht van wat volgde, lijkt het politieke en culturele leven van de tijd al snel futiel.

Van de weeromstuit begon ik me af te vragen of er misschien een ander verhaal te vertellen zou zijn over het mondaine politieke leven van de vooroorlogse jaren. Waren de politici van de Radicale Partij - het establishment van die tijd - werkelijk allemaal kleine mannetjes met kleine ideeën en grote ambities? En past het niet te mooi in het verhaal, dat achter ieder mannetje een matresse stond die niet alleen een frivole salon bestierde maar ook de strenge regisseuse van zijn ambities was? Zou het bovendien niet juist vreemd zijn geweest als de feesten in de jaren dertig opeens waren gestaakt?

Bernier is een historicus van een slag dat in Nederland bij gebrek aan voldoende afzetmarkt nauwelijks bestaat. Hij schrijft zijn boeken allereerst voor een groot publiek; pas daarna voor zijn vakgenoten. Fireworks at Dusk biedt de lezer daarom geen nare verrassingen waarover diep moet worden nagedacht, maar een bekend en kundig verteld verhaal over de chique Franse geschiedenis. Bovendien vindt het Amerikaanse publiek (waarvoor dit werk is geschreven) nogal wat informatie over de Amerikaanse ambassadeur in Parijs en is een van de meest geciteerde bronnen de kroniek van het Parijse leven die Janet Fletcher regelmatig in de New Yorker schreef.

Ik heb het boek met plezier gelezen, maar met het plezier waarmee ik als jongetje ouderwetse geschiedenis las: de hoofdpersonen zijn flat characters en het oordeel over het verloop van de geschiedenis staat niet ter discussie. Wat betreft zijn uitstraling heeft het boek iets van een klassiek werk uit het verleden, misschien wel uit de besproken periode. De inhoud ervan is echter vanaf de eerste bladzijden te voorspelbaar.