Overbevolking gevangenissen in België leidt tot publieke discussie; De dieren in de Zoo hebben meer comfort

Overbevolkte gevangenissen in België ter discussie na incidenten: bekommert de magistratuur zich wel over de kwaliteit en geloofwaardigheid van de strafuitvoering?

Gerard, 26 jaar oud, zit al bijna twee jaar in de gevangenis van Antwerpen, en hij zal de dertig zeker gepasseerd zijn als hij weer vrij komt. ""Ik weet wat ik heb gedaan en ik aanvaard mijn straf'', zegt hij.

Gerard weet ook dat het gevangenispersoneel zijn persoonlijke problemen niet kan oplossen, zoals de zorgen over de opvoeding van zijn dochter van acht. Maar het zou helpen als hij er af en toe eens over zou kunnen praten met een oudere, begrijpende bewaarder. Vroeger was daar ook de gelegenheid voor, tegenwoordig niet of nauwelijks meer. ""Iedereen heeft het druk en is opgejaagd. Nu is het gewoon zo: welterusten en deur dicht.''

Persoonlijke aandacht voor gevangenen is één van de zaken die de afgelopen jaren het eerst zijn gesneuveld door de sterk toegenomen overbevolking in de Belgische gevangenissen. Ook de bewaarders zelf, die worden geconfronteerd met een steeds hogere werkdruk, ervaren dat als een verlies. ""De gevangenis is ook bedoeld om de mensen voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij. Daar kom je natuurlijk helemaal niet meer aan toe. De bedoelingen zijn goed genoeg hoor, maar er is geen geld'', vat een bewaarder in de Antwerpse gevangenis zijn falen samen.

De gevangenis van Antwerpen - pal in het centrum van de stad, met een poort die uitkomt op een verveloze en verlaten winkelstraat - herbergt veel van de tekortkomingen die het Belgische gevangenissysteem anno 1993 kenmerken. De gevangenis is sterk verouderd, overbevolkt en er is te weinig personeel. Directeur Willy Verlinden van de gevangenis is de eerste om dat toe te geven. ""De dieren in de Antwerpse Zoo krijgen meer comfort en een menselijker behandeling dan onze gevangenen'', zei hij eerder dit jaar in een Antwerpse krant, nadat hij was gedwongen om groepen gedetineerden zelfs te laten slapen op matrassen in ruimten die in gebruik waren voor ontspanningsactiviteiten en waar geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn.

Zelf ervaart hij regelmatig de uitwassen waartoe dat kan leiden. ""Er is enorm veel vandalisme, en we zijn niet in staat om alle vernielingen te herstellen. Het personeel heeft geen tijd om cellen uitgebreid te inspecteren en met twee of drie man in een cel kun je nooit achterhalen, wie iets kapot heeft gemaakt. Als er iets stuk is, gooit men dat gewoon door de ramen naar buiten. Het lijkt soms wel een vuilstort, en je kunt het nauwelijks kuisen omdat je dan van alles op je kop krijgt'', beschrijft directeur Verlinden.

Ook zijn baas, inspecteur-generaal Harry van Oers van het Belgische gevangeniswezen, neemt geen blad voor de mond als hij de vergelijking maakt met de beroemde dierentuin. ""Terwijl men in de metropole de cultuurtrommel slaat en de dingen onsmakelijk bruin bakt, laten gerecht en politiek toe dat burgers er worden opgesloten in omstandigheden die onder het niveau van die in de zoölogie liggen'', zegt hij.

Faciliteiten

De gevangenis van Antwerpen is een zogeheten arresthuis waar gevangenen in principe slechts "tijdelijk' verblijven, te vergelijken met een huis van bewaring in Nederland. Maar behalve verdachten die worden opgesloten in afwachting van hun berechting, zitten in "de mengbak' Antwerpen ook mensen die al zijn veroordeeld tot korte gevangenisstraffen, illegale vreemdelingen die wachten op uitwijzing, en langgestraften, zoals Gerard, die wachten op overplaatsing naar de speciale inrichting voor strafuitvoering Leuven-Centraal met betere faciliteiten. Daarnaast is in Antwerpen een aparte vrouwenafdeling en is er een psychiatrische annex voor mensen met TBS.

Uitgaande van het in Nederland nog steeds gehanteerde principe van één man per cel, biedt de gevangenis van Antwerpen plaats aan ongeveer 160 personen. In werkelijkheid zitten er meer dan twee keer zoveel. En Antwerpen is geen uitzondering. Van Oers schat dat er in de 31 Belgische gevangenissen officieel plaats is voor ongever 5.800 gedetineerden. In werkelijkheid zitten er op dit moment rond de 7.000 mensen opgesloten. Er is dus sprake van ""een constante overbevolking'', vooral in de gevangenissen in de grote steden, aldus de inspecteur-generaal.

In België wordt naar verhouding jaarlijks nog niet de helft van het Nederlandse budget (800 miljoen gulden) voor het gevangeniswezen uitgegeven. Net als in de meeste andere landen is het in België heel gebruikelijk dat verscheidene gevangenen een cel delen. Pas als zich spectaculaire incidenten voordoen - zoals in mei bij de geweldadige ontsnapping van drie gedetineerden uit de Brusselse gevangenis van Sint-Gillis en bij de kort daarop volgende zelfmoord van de vermeende bendeleider Patrick Haemers in de gevangenis van Vorst - onstaat in België publieke opwinding en politieke discussie over het gevangeniswezen, en worden toezeggingen gedaan voor nieuwbouw. Maar de discussie beperkt zich vooral tot het aspect van de vluchtveiligheid van de inrichtingen, en gaat veel minder over het probleem van de overbevolking zelf.

Naar huis sturen

Justitie en zeker het gevangeniswezen worden al sinds jaar en dag stiefmoederlijk behandeld in België, zeggen de criminologen Sonja Snacken en Kristel Beyens, verbonden aan de Vrije Universiteit van Brussel. ""Zeker in vergelijking met Nederland, heeft men hier weinig geld over voor de opvang van delinquenten. De zorg voor gedetineerden in gevangenissen levert geen stemmen op.''

Illustratief is dat de voor het gevangeniswezen verantwoordelijke minister, Melchior Wathelet, behalve minister van justitie ook vice-premier en minister van economische zaken is. Ook zijn voorgangers combineerden die functies. ""Bij ons in België spreken we over "overbevolking' in de gevangenissen. In Nederland doet het ministerie van justitie al sinds de jaren tachtig wetenschappelijk onderzoek naar de toekomstige "capaciteitsnood' aan cellen. Dat verschil in woordgebruik geeft treffend het verschil in aanpak van de problemen aan'', aldus Snacken en Beyens.

Dat "cultuurverschil' leidt er ook toe dat in Nederland verdachten naar huis worden gestuurd omdat er geen plaats meer is in de gevangenis, terwijl in België nog een extra matras wordt bijgelegd op een plek waar nog wat ruimte is. Gevangenis-directeur Verlinden heeft geen andere keuze dan het op die manier ""opstapelen van mensen'', want anders dan zijn Nederlandse collega's mag hij geen personen weigeren die zijn gestuurd door de onderzoeksrechter. Hij heeft wel eens met magistraten gesproken over de problemen waarmee hij wordt geconfronteerd, maar dat leverde niets op. ""Men toont veel begrip, maar haalt vervolgens de schouders op en zegt: we kunnen ook niet anders doen dan ze te sturen. De rechters hoeven geen rekening te houden met onze problemen.''

Vergeleken met een Belgische collega is een Nederlandse gevangenisdirecteur "een luxe-paard', legt inspecteur-generaal Van Oers uit. ""Hij kan rustig discussiëren over de vraag: welk regime ga ik ze aanbieden? Hoe ga ik met mijn gevangenen om? Een Belgische directeur komt daar helemaal niet aan toe. Die zit met de vraag: waar ga ik ze stoppen. Hoeveel matrassen krijg ik uit Brussel, hoeveel hangmatten bij wijze van spreken, hoeveel kapstokken?''

Het ontbreken van een "wegzendbeleid' betekent dat verdachten onbeperkt toestromen tot de Belgische gevangenissen. Er kan alleen wat verlichting worden gebracht in de bestaande capaciteit door gedetineerden sneller te laten uitstromen. Dat gebeurt in België door bij speciale gelegenheden - zoals koninklijke jubilea of het bezoek van de paus - collectieve gratie te verlenen. Zo kwamen begin juli ruim 400 mensen vrij dank zij de collectieve strafvermindering van een half jaar die de Belgische regering uitdeelde als cadeautje ter gelegenheid van het Belgische voorzitterschap van de EG. Om dezelfde reden hanteert België de regel van "voorlopige invrijheidsstelling': straffen van een jaar of minder worden in de praktijk met de helft bekort. ""Dat zijn allemaal ontvolkingsmaatregelen, genomen uit politieke wanhoop'', zegt inspecteur-generaal Van Oers. Het wegzenden van gevangenen, zoals in Nederland gebeurt, beschouwt gevangenisdirecteur Verlinden evenmin als de oplossing: ""Je houdt de problemen buiten de gevangenis, maar de Nederlandse maatschappij zadel je op met een grotere onzekerheid en onveiligheid.'' Van Oers: ""Eén ding bereik je daarmee wel: je dwingt de beleidsmensen vlugger om maatregelen te treffen. Wij moeten onze gevangenen opstapelen, op een onmenselijke manier. Dat levert grote problemen op, voor de gevangenen én het personeel, maar alleen de direct betrokkenen kennen die problemen en weten dat de normen vervagen.''

Zorgeloosheid

De gevangenis van Antwerpen - 1855 staat op de gevel - is gebouwd door Edouard Ducpetiaux, de eerste inspecteur-generaal van het Belgische gevangeniswezen. Zijn verre opvolger Van Oers citeert met instemming diens uitspraak: ""Het strafrecht speelt in de strijd tegen de immoraliteit en tegen de armoede een ondergeschikte rol. Men bestraft slechts de gevolgen van zijn eigen zorgeloosheid.'' Ducpetiaux ging bij het ontwerp van de gevangenis uit van een regime van totale afzondering in een cellulair systeem. Op die manier zou de morele invloed van het personeel op de gedetineerden het grootst zijn, meende hij.

Bijna anderhalve eeuw later draagt de Antwerpse gevangenis nog steeds de sporen van die cellulaire afzondering. De gevangenis heeft een stervormige constructie, waarbij vanuit controlekamers in het midden de verschillende vleugels in de gaten worden gehouden. Tot voor enkele jaren terug waren alle drie de vleugels open, waarbij men vanaf de begane grond aan beide zijden van de gang drie verdiepingen met rijen cellen boven elkaar kon zien, met daarvoor ijzeren trappen en looppaden. Dat traditionele beeld van een ouderwetse gevangenis is nog maar in één vleugel aanwezig. De cellen, die kleine getraliede ramen hebben die zo hoog zijn aangebracht dat je op een stoel moet staan om uitzicht te hebben op een grijze binnenplaats, zijn niet meer in gebruik.

Vooral personeelstekort heeft de gevangenisdirectie ertoe gebracht om eind 1991 alle gevangenen te verdelen over de twee overige vleugels. Die zijn gemoderniseerd. Tussen de verdiepingen zijn plafonds aangebracht en de ramen in de cellen zijn verlaagd. Om iedereen te kunnen herbergen, heeft directeur Verlinden in de cellen met een oppervlakte van ongeveer twee bij vier meter een houten stapelbed laten plaatsen, alsmede twee stoelen, twee tafeltjes en een wandkast. In enkele grotere cellen, bestemd voor twee of vier personen, verblijft nu het dubbele aantal gevangenen. De cellen zijn tegenwoordig wel voorzien van een wastafel met stromend water en een wc, die aan het oog wordt onttrokken door een houten scherm van ongeveer een meter hoog. In bijvoorbeeld Sint-Gillis en Vorst ontbreken die voorzieningen vaak.

Langdurig gestraften, zoals Gerard en ook de 21-jarige Johan, hebben in Antwerpen wel de beschikking over een eigen cel. Beiden hebben het "geluk' dat ze van 's ochtends half zes tot 's avonds half zeven in de keuken mogen werken. Daarmee verdienen ze 21 frank per uur (ƒ 1, 15), maar het geeft hen vooral de mogelijkheid om nog een beetje zinvol te functioneren binnen de gevangenismuren en om met anderen te praten.

Na afloop van elke werkdag gaan Gerard en Johan douchen. Daarna mogen ze maximaal vijf minuten naar huis bellen, en vervolgens worden ze weer opgesloten in hun cel. Doordat de ontspanningszaal op hun afdeling is ontruimd om de toestroom van nieuwe gevangenen op te vangen, zijn er 's avonds geen mogelijkheden meer om met anderen een kopje koffie te drinken of een kaartje te leggen. Er is trouwens ook niet voldoende personeel om daar toezicht op te houden, net zomin als de bewaarders tijd hebben om sportwedstrijden op de binnenplaats te begeleiden. Die zijn dus ook geschrapt. Er hangt wel een volleybalnet tussen twee palen, ""maar er is nooit een bal'', smaalt Johan.

Gijzelaar

Niet alleen de overbevolking op zichzelf, maar ook de veranderende samenstelling van de gevangenispopulatie maakt het werken voor iedereen in de inrichtingen steeds moeilijker, zegt inspecteur-generaal Van Oers. ""Het landschap van de gevangenisfauna en -flora ziet er heel anders uit dan pakweg vijtien jaar geleden: zeker niet mooier, en nog altijd even mistroostig en deprimerend. In elk geval moeilijker te beheren dan vroeger.'' Bijna 40 procent van de gevangenen in België is buitenlander, vooral de toestroom vanuit Oost-Europa is de laatste tijd gegroeid en zorgt onder meer voor extra taalproblemen. Ook het aandeel van de langgestraften neemt steeds meer toe. Daardoor blijven cellen langer bezet, en verslechtert ook het klimaat in de gevangenissen. Het gaat immers vaak om mensen die niet veel te verliezen maar juist veel te winnen hebben buiten de nor, aldus Van Oers. ""En dus smeden ze begrijpelijkerwijze plannen die de veiligheid in gevaar brengen.''

De inspecteur-generaal (""Er is heimwee naar de oude, eerlijke boef'') weet waar hij over praat. Bij de recente ophefmakende ontsnapping uit Sint-Gillis werd hij door de drie betrokken misdadigers een dag lang als gijzelaar meegevoerd. Die ""enorm verrijkende belevenis'' heeft hem woedend gemaakt: niet op zijn ontvoerders, maar op de politieke wereld in België die het gevangeniswezen steevast heeft verwaarloosd en die nu plotseling heel huichelachtig minister Wathelet tot gemakkelijke zondebok heeft uitgeroepen. En hij is woedend op de magistratuur in België die maar mensen blijft straffen zonder zich te bekommeren over de kwaliteit en daarmee de geloofwaardigheid van de strafuitvoering. Na zijn ontvoering heeft Van Oers bezworen dat hij niet meer zal zwijgen. En daarom vuurt hij zijn pijlen af op elke bijeenkomst waar hij wordt gevraagd. ""Treedt uit de waan van de dag, makkers staakt je wild geraas en geroep om een hardere aanpak of een strenger strafrechtelijk klimaat, want dat is vragen om blind geweld en geweld lokt sowieso geweld uit en niemand wordt ermee getroost. De slachtoffers zullen daar geen baat bij hebben.''

Van Oers wil meer aandacht van de politiek voor het Belgische gevangeniswezen. Meer betrokkenheid van de mensen uit de praktijk bij het formuleren van het beleid. En meer geld. Daarmee kan nieuw personeel worden geworven en kunnen de bestaande inrichtingen worden opgeknapt. Net als de Brusselse criminologen Snacken en Beyens bepleit hij een radicale ombuiging van het Belgische strafrechtbeleid, die concreet moet leiden tot minder opsluitingen, meer alternatieve straffen en het niet langer bestraffen van sommige zaken, zoals het gebruik van drugs. ""Ik heb daar niets over te zeggen natuurlijk. Het parlement moet zich daar over uitspreken. Maar wat mij zo tegen de borst stuit is, dat dat debat helemaal niet wordt gevoerd. Dat is in feite een beschavingsdebat, waar men nu met een grote boog omheen loopt.''

In het snel uitbreiden van het aantal gevangenissen ziet de inspecteur-generaal in ieder geval geen heil. Dat is economisch niet verantwoord, zegt hij. Bovendien levert die weg geen fundamentele verbeteringen op. ""Nederland heeft de afgelopen jaren vele miljarden guldens genvesteerd in de bouw van nieuwe gevangenissen, terwijl er bij ons nauwelijks iets is gebouwd. En wat is het resultaat in Nederland: een recedive-cijfer van rond de 60 procent. België komt daar ook in de buurt, het cijfer ligt bij ons zeker niet hoger. Wat is er dus gebeurd? Er zijn miljarden gespendeerd en de misdadigheid in Nederland is nog niet opgelost. Iedereen weet: als je cellen bouwt, vul je cellen. De minister heeft nu aangekondigd dat er een nieuwe gevangenis bijkomt. Je weet nu al dat die onmiddellijk zal vollopen.''

Ook de bouw van zwaarbeveiligde inrichtingen voor zware criminelen, zoals in Nederland gebeurt en binnenkort ook in België, vindt Van Oers een volstrekt verkeerde ontwikkeling. ""Het blijft volksverlakkerij'', aldus de inspecteur-generaal, die verwijst naar de vele gewelddadige ontsnappingen uit de zogeheten Extra Beveiligde Inrichtingen (EBI's) in Nederland. ""Je kunt geen bunkers om mensen heenbouwen. Dat is vragen om escalatie. Ik heb de plannen gezien van staatssecretaris Kosto voor een speciale gevangenis voor zeer vluchtgevaarlijke gedetineerden. Nou, dat is niet om te lachen hoor. Dat heb ik ook tegen Kosto gezegd. Ik vind het een sarrend systeem. Ik denk dat daarmee de grenzen die liggen tussen beheren en sarren worden overschreden. Elke gevangenis heeft wel een sectie die extra is beveiligd. Maar het moet menselijk blijven. Dat zie ik niet bij die EBI's. Het enige wat je bereikt is dat je de mensen naar huis stuurt met een valies vol haat en nijd.''