"Meneer Cruijff is streng, vergeet dat niet. Hij houdt niet van kunstjes. Nee, dat wist hij wel'; Waarom ben je toch weggegaan, Romario? "Beetje koud hier, hé'

RODEN, 31 JULI. Hoe zal men zich straks in Nederland Romario herinneren? Als een verwende lastpost. Of als een begenadigd balkunstenaar? Waarschijnlijk toch het laatste.

Wie terugdenkt aan Romario herinnert zich vooral zijn weergaloze acties, zijn mooie, belangrijke doelpunten. Achtennegentig maakte hij er in 109 competitiewedstrijden voor PSV, een moyenne dat waarschijnlijk nooit meer zal worden verbeterd in de eredivisie. “De mensen in Nederland zullen me missen, zeker weten”, zegt Romario de Souza Faria zelf.

Als de nieuwste aanwinst van Futbol Club Barcelona maakt hij deze en een deel van volgende week een afscheidstoernee door Nederland. De Spaanse kampioen is een toeristische attractie. Zelfs de trainingen in het Drentse Roden worden door duizenden mensen bezocht. En Romario is veruit de populairste van het stel. Dat blijkt elke dag weer. Ze roepen zijn naam, slaan hem op de schouders en wensen hem succes.

In de rust van het oefenpartijtje tegen Buitenpost moet hij door een paar suppoosten worden ontzet temidden van een horde jeugdige handtekeningenjagers. Een fan in PSV-tenue: “Waarom ben je nou toch weggegaan, Romario?” Antwoord van de speler: “Beetje koud hier, hè.”

Het publiek meent al na luttele minuten van de training een metamorfose bij de 27-jarige Braziliaanse balkunstenaar te bespeuren. “Hé, Romario verdedigt mee. Het is een wonder.” Zelfs een bejaarde dame weet het zeker. “Zo hard heb ik 'm bij PSV nooit zien trainen.” Haar accent verraadt dat ze uit het hoge noorden komt en dus is het niet aannemelijk dat ze zelf ooit bij PSV is geweest. Maar ja, iedereen is ineens deskundige.

Een amateurfilmer richt tijdens de looptraining zijn videocamera op Romario. Hij roept de voetballer aan. Die kijkt op en steekt twee vingers in de lucht. “Zeg eens iets in het Nederlands”, vraagt de brutale filmer. Romario is gehoorzaam. “Ik ben moe”, reageert hij. Het publiek achter de hekken schatert het uit. Die Romario kennen ze. Het is pas de eerste training van Barcelona van dit seizoen.

Natuurlijk is hij niet plotseling veranderd. Hij is nog steeds een beetje lui, sjokt de meeste tijd in bejaardentempo over het veld. En hij raakt ook nog steeds geblesseerd. Op de tweede dag in Drente komt Romario tijdens het sprinten in botsing met Thomas Christiansen. Hij blijft liggen en grijpt naar zijn linkerenkel. “Hij zal eens niet wat hebben”, klinkt het vanaf de tribune.

Ploeggenoten en begeleiders buigen zich bezorgd over Romario. De spits krabbelt na een paar minuten op en maakt de training hinkend af. Hij kan de daaropvolgende dagen niet trainen en spelen. Dat is een fikse tegenvaller. Nu hoopt hij vanavond tegen Feyenoord eindelijk zijn debuut in het schitterende rood-blauwe shirt van Barcelona te maken. Al is het maar twintig minuten of zo.

Geblesseerd zijn betekent bij Barcelona niet dat hij op bed kan blijven liggen. Hij moet het krachthonk in en fietst met één van de fysiotherapeuten door het Drentse land. In Hotel Langewold in Roden is Romario een graag geziene gast. Hij verbleef er al drie keer eerder met PSV. Hij is altijd uiterst beleefd, zeggen ze. Ze hebben hem nog nooit zo vrolijk gezien als nu. Het geeft aan dat hij het naar zijn zin heeft bij zijn nieuwe club. Het is duidelijk meer zijn slag mensen. Spanjaarden en Brazilianen lijken ook meer op elkaar dan Nederlanders en Brazilianen.

Op privileges hoeft Romario bij Barcelona niet te rekenen. Dat is hem al duidelijk gemaakt. Maar bij Barcelona is het wel normaal dat een speler weleens niet met de ploeg terugreist van een uitwedstrijd om een familiebezoek te kunnen afleggen. Als er in Bilbao wordt gespeeld, blijven Zubizaretta en Salinas altijd achter, in Baskenland gebeurt hetzelfde met Begiristain. “Hier telt alleen wat je met de bal presteert”, heeft Romario al begrepen. “Bij PSV vonden ze het de laatste jaren belangrijker wat je buiten het veld deed. Goede voetballer of niet.”

Hij weet precies wat er bij Barcelona van hem wordt verwacht. Hij moet scoren. Hij moet Barcelona punten bezorgen. Lanterfanten is er niet meer bij, want hij moet met andere buitenlandse toppers, Koeman, Laudrup en Stoichkov, concurreren om drie plaatsen in het elftal. Niet trainen betekent dus onherroepelijk niet spelen. “Ik moet hard trainen, hard werken”, beseft Romario. Harder dan bij PSV? “Zeker weten.”

Romario is in zijn eerste dagen bij Barcelona een voorbeeldig leerling. Hij is ruim op tijd aan de eettafel en hij meldde zich zelfs twee dagen eerder in Barcelona dan nodig. “Hij heeft ons nog niet teleurgesteld”, zegt Tonnie Bruins Slot, Cruijffs trouwe assistent. Maar het is nog te vroeg voor een definitief oordeel, weet de trainer ook. Bij PSV was er in het begin ook geen sprake van problemen. Iedereen kan zich natuurlijk vergissen”, houdt zelfs Johan Cruijff nog een slag om de arm over het slagen van deze aankoop.

Volgens Bruins Slot heeft Cruijff de gevoelige snaar bij Romario geraakt. De assistent-trainer voerde namens de technische staf uitvoerige besprekingen met de Braziliaan. Telefonisch en tête-à-tête. Hij liet toen namens Cruijff weten dat die Romario wilde helpen een wereldtopper te worden, want die status verkreeg hij nog niet tijdens zijn periode bij PSV. “Ik zag dat het hem raakte”, vertelt Bruin Slot. “Heeft meneer Cruijff dat echt gezegd, vroeg hij. Ja, zei ik, maar meneer Cruijff is streng, vergeet dat niet. Hij houdt niet van kunstjes. Nee, dat wist hij wel.”

Zijn eerste ervaringen met Cruijff zijn zeer positief. “Hij praat simpel, zoekt de makkelijkste oplossing”, zegt Romario over zijn nieuwe trainer. Bovendien zal het hem zijn bevallen dat Cruijff vindt dat hij te veel loopt. Hij grijnst van oor tot oor. Zie je wel, lijkt hij te denken. “Ik loop te veel, ja. Heb ik dus al meteen iets van hem geleerd.” Hij is blij dat Cruijff hem wil laten spelen zoals hij zelf ook het liefst speelt, hij moet snelle, flitsende acties maken vlak voor het doel van de tegenstanders.

Cruijff moest wel een goede trainer worden, oordeelt Romario. Omdat hij zelf een fantastische voetballer is geweest. Cruijff is een held in Brazilië, vertelt de ex-PSV'er. Hij zag zelf via de videorecorder maar één hele wedstrijd van Cruijff, de WK-finale van '74, en verder alleen maar een paar flitsen. Toch vindt Romario zijn trainer de op één na beste speler aller tijden. Achter Pélé, uiteraard.

Romario praat Spaans met Cruijff en Bruins Slot. Die taal leerde hij tijdens zijn omgang met Spaanse vrienden in Eindhoven. Alleen met Koeman wisselt hij bij Barcelona af en toe nog wat woorden in het Nederlands. “Ik denk niet dat ik het Nederlands snel zal vergeten. Ik zal hier nog veel terugkomen. Ik heb er veel geleerd, veel vrienden gekregen. En mijn dochter is er geboren. Ik heb helemaal niets tegen Nederland.” Heeft Romario ooit aan een transfer naar Ajax gedacht? Dat had hij niet. Maar na een moment van overdenking: “Ik had het best leuk gevonden om daar te voetballen. Het is toch één van de grote clubs van Europa.”

Bij PSV neemt Romario volgende week op de open dag in Eindhoven afscheid van spelers en supporters. Hij zal iedereen van de selectie een hand geven, echt niemand uitgezonderd. “Ik heb viereneenhalf jaar bij PSV gezeten. Dat is genoeg voor één club. Het was tijd om te gaan. Ik heb mijn best gedaan. Soms lukte het wel, soms niet. Oké, ik heb mijn problemen gehad met spelers en bestuur, maar die probeer ik altijd te vergeten. Dat is niet moeilijk. Ik heb voor 95 procent een goede tijd bij PSV gehad. Aan die andere vijf procent denk ik niet meer.”

“Luister”, zegt hij tot slot, “bij PSV denken ze dat ik me de laatste zes wedstrijden heb ingehouden. Omdat ik al zeker was van een contract bij Barcelona. Maar dat was niet waar. De mensen denken verkeerd over me. Ik wilde topscorer worden, ik wilde kampioen worden.”