Lagere franc en kroon ongunstig voor export

DEN HAAG, 31 JULI. Het exporterende bedrijfsleven zal nadeel ondervinden van een eventuele devaluatie van de Franse franc en de Deense kroon. Produkten uit Nederland worden duurder als de munten van Denemarken en Frankrijk goedkoper worden.

Zowel in de handel met Frankrijk als in die met Denemarken heeft Nederland een overschot. De uitvoer naar Frankrijk bedroeg vorig jaar 26 miljard gulden, waar een invoer van 19 miljard gulden tegenover stond. De uitvoer naar Denemarken bedroeg 3,7 miljard gulden tegenover een invoer van 3,1 miljard gulden. Ter vergelijking, de totale export van Nederland bedroeg vorig jaar 245,9 miljard bij een import van 236 miljard gulden.

Bij een koersdaling van de kroon en de franc wordt de import van allerlei produkten goedkoper. Doordat Nederland echter meer uitvoert dan invoert, is Nederland per saldo echter niet gebaat bij eventuele koersverlagingen. De winstmarges op de uitvoer zullen minder worden en juist de dalende winstmarge op de export baart het ministerie van economische zaken zorg.

Het Centraal Planbureau denkt dat de nadelige effecten voor de export van korte duur kunnen zijn, als ons land op de juiste wijze reageert op de ontwikkelingen. Een sterkere gulden zet een rem op de inflatie en dat kan ook bij exporterende bedrijven leiden tot een vermindering van kosten.

Meer zorgen maken zakenlieden en beleidsambtenaren zich dan ook om de gevolgen van de valuta-onrust op langere termijn. De toenemende kapitaalsstromen in de wereld en ook Europa heeft de macht van de valuta-handelaren de laatste jaren drastisch vergroot. Het is voor de monetaire autoriteiten steeds moeilijker om de diverse munten met kleine aanpassingen in het beleid - het opkopen of verkopen van valuta's door centrale banken en het verhogen en verlagen van rentetarieven - in het gareel van het Europese Monetaire Stelsel te houden.

Het bedrijfsleven is gebaat bij stabiele wisselkoersen die de kans op verrassingen kleiner maken. De laatste maanden beklagen bedrijven zich bij de presentatie van de jaarcijfers over de valuta-schommelingen in de relatie met landen waarmee zaken worden gedaan. Zo worden de tot voor kort zwakke dollar en de gedevalueerde Scandinavische munten vaak genoemd als reden voor zwakke prestaties van Nederlandse bedrijven. Bedrijven als Akzo, DSM, Fokker en Nedlloyd krijgen veel (lagere) opbrengsten in dollars. KNP BT worstelt met de nu veel goedkopere concurrenten in Zweden en Finland. Kantoorinrichter Ahrend krijgt voor zijn spullen veel minder geld in landen als Italië en Groot-Brittannië, die vorig jaar hun munt in waarde verlaagden.