Komiek Rowan Atkinson maakt ernst van grappen

Laughing matters, zondag, Ned.3, 22.50-23.40u.

Het grappige van de eerste aflevering van de serie Laughing matters, zondagavond te zien bij de VPRO, is het contrast tussen wat er in beeld verschijnt en welke tekst daarbij wordt uitgesproken. Die tekst is een volstrekt serieuze verhandeling over de verschillende soorten visuele komedie die er bestaan, een uit louter verstandige taal bestaand referaat met tientallen overtuigende voorbeelden. Maar het is in de mond gelegd van een zelfgenoegzame universiteitslector, met vilein raffinement gespeeld door Rowan Atkinson als een man in een bruin studeervertrek met een globe, een ruim gevulde boekenkast en parket op de vloer. Wat hij zegt, is volkomen juist. En hoe hij het zegt, is grappig.

Laughing matters is een zesdelige serie programma's over de komische sector. De VPRO zendt er de komende weken vijf van uit: over het moeizame bestaan van een Amerikaanse komiek, de onderlinge verhoudingen in komische duo's, de produktie van komische speelfilms en een comedy over het maken van een documentaire over comedy. De zesde, achter de schermen bij de comedy-serie Roseanne, wordt hier weggelaten. De reeks werd geproduceerd door de Britse firma Tiger Television, waarvan Rowan Atkinson één van de directeuren is. Zelf treedt hij alleen in de eerste aflevering op, in de rol van de lector èn als de jonge acteur Kevin Bartholomew die het didactische verhaal met komische scènetjes illustreert.

Het programma puilt verder uit van de historische voorbeelden, met flarden uit Monty Python en Fawlty Towers, fragmenten uit slapstick-films, stukjes magie van filmpionier Georges Méliès en visuele grappen van Jacques Tati, Laurel & Hardy en Peter Sellers als inspecteur Clouseau. Fraai is de demonstratie van oude grappen die weer als nieuw kunnen flonkeren: zelfs de oudste filmgrap uit de geschiedenis - de scène met de tuinslang - kan in opgepoetste vorm nog dienst doen. En als Atkinson zich tenslotte afvraagt waarom Chaplin nog wel wordt bewonderd, maar allang niet meer grappig wordt gevonden, is zijn antwoord het overdenken waard: omdat we ons niet meer kunnen identificeren met het mannetje dat hij speelt.

Het is allemaal zo educatief als een Teleac-cursus, kortom, maar vele malen leuker.