Kinderen op drift door desintegratie Sovjet-Unie; Oliver Twist in Leningrad

De zwerfkinderen van de postcommunistische maatschappij wonen in kelders en op zolders, ze hokken in de warmte van de metro of in het riool, ze snuiven lijm en drinken om warm te blijven. Soms worden ze door de politie opgepakt, kaalgeschoren en opgesloten; uiteindelijk belanden ze weer op straat. In Petersburg zouden het er tienduizend zijn, maar dat is niet meer dan een slag in de lucht. Sinds kort probeert een aantal opvangtehuizen de kinderen tenminste een bed en een maaltijd te bieden. Op bezoek bij de schoffies van Petersburg

Het donkere portaal met de brede stenen trap onderscheidt zich in niets van andere Petersburgse portieken. Bij een raam dat nauwelijks licht doorlaat loert een meisje in een gebarsten spiegeltje. Ze kijkt verstoord op; nee, van een kinderdagverblijf heeft ze nog nooit gehoord. Ze is hier zomaar even binnengelopen om haar neus te poederen. Over haar wangen lopen twee zwarte vegen mascara naar beneden. In de vensterbank ligt een rokende sigaret.

Twee trappen hoger hangt een kluitje jongens tegen de trapleuning. Een van hen zet een koperen trompet aan zijn mond en perst er een snerpend geluid uit. Op de muur staat Blauwe Raaf. Of ik erin mag? ""Kolére, 'k zou het maar proberen'', klinkt het spottend. Binnen zie ik stapelbedden. In een kantoortje zitten drie vrouwen te roken. Ik schuif aan. ""Wat doen we met Andrjoesja?'', zegt Nina, lerares, die de kinderen een beetje probeert bij te spijkeren. Andrjoesja, peper-en-zoutkleurige kuif, blauwe ogen, jaar of veertien, woont hier zo'n beetje sinds de opening van opvanghuis de Blauwe Raaf door een paar ondernemende particulieren in 1990. Zijn ouders zijn gescheiden, zijn moeder is hertrouwd met een man die hem niet moest, Andrjoesja was jaloers en liep weg van huis. Hij sliep op stations en in kelders tot hij hier belandde.

Daar komt zijn moeder binnen met zijn kleine zus. Andrjoesja slaat zijn armen om het meisje heen en begint in haar oor te fluisteren. Moeder en zoon slaan geen acht op elkaar. Moeder is jong, goed verzorgd en modieus gekleed. ""Andrjoesja is lui'', zegt Nina streng, ""maar qua niveau kan hij de zevende klas wel aan. Ik zal een rapportje schrijven, zoekt u een school voor hem, dan praat ik met de directeur.'' Moeder moet een formulier invullen. ""Wat moet ik antwoorden op de vraag waarom hij van huis is weggelopen? Er was geen reden, hij gedroeg zich heel normaal'', zegt moeder beledigd. ""Dan vult u dat toch in?'', zegt Nina laconiek. Moeder en dochter verdwijnen zoals ze gekomen zijn. Andrjoesja slentert de deur uit.

""Zijn stiefvader is allang weer bij haar weg, maar zij vindt het wel makkelijk zo!'' legt Nina uit. ""Andrjoesja kost haar geen cent en hij is veilig onder de pannen. Hij wil wel terug naar huis, maar zij maakt geen haast. Dat zie je heel veel hier, totaal gebrek aan ouderlijke warmte. Zie je hoe ze op hem reageert? Ze kijkt hem nog niet aan.''

""Maar waarom pikken jullie dat?'' vraag ik verbaasd.

""We hebben haar laatst streng toegesproken en sindsdien doet ze iets beter haar best'', glimlacht Nina.

De volgende klant is Sergej uit Tobolsk. Lang, mager, stekeltjeshaar, bleek smoeltje. De weerzin straalt uit zijn zestienjarige lijf. Hij moet naar de hoogste klas en dan op voor zijn diploma. Het is voor je eigen bestwil, zeggen Nina en Galina, je moet toch een vak leren? Maar Sergej gooit zijn kont tegen de krib, hij piekert er niet over. Nooit meer naar school, hij wordt wel timmerman of automonteur. Hij wringt zich letterlijk in bochten van afschuw zodra de toekomst ter sprake komt. Een kwartier overredingskracht brengt hem zover dat hij bereid is zich in te schrijven op een avondschool. ""September is nog ver, je kunt altijd nog zien of je gaat, maar als je je nu niet inschrijft is het te laat'', soebatten de dames, pedagogisch niet helemaal verantwoord. Ga je jas halen, dan gaan we er meteen heen, zeggen ze haastig, blij dat ze beet hebben. Kom me maar halen, mokt Sergej en akkert de deur uit. Nu wordt het Galina teveel, ze holt hem achterna en de scène eindigt met veel gespeelde woede en gegiechel op de gang.

Met Sergej is geen land te bezeilen, zucht Nina. ""Zijn moeder is alcoholica, zijn vader is hertrouwd en heeft hem naar een internaat in Basjkirië gestuurd. Daar is hij in slecht gezelschap beland, bij een mafiose muziekgroep voor kinderen. Ze gingen uit stelen en omdat hij bang was dat hij de schuld zou krijgen is hij naar Leningrad gevlucht. Wij dachten dat de zaak met een sisser zou aflopen, maar toen we hem terugstuurden werd hij meteen gearresteerd. Hij heeft een maand gezeten en dat heeft hem geen goed gedaan. Hij werd door de andere gevangenen afgetuigd. We hebben hem met moeite losgepraat.''

Zwermen

Hoeveel het er zijn in Petersburg, de zwerfkinderen, de bezprizorniki (""zij die zonder toezicht zijn''), weet niemand. Meestal wordt het cijfer 10.000 genoemd, maar het lijkt een slag in de lucht. Tientallen jaren is het probleem glashard ontkend. In de kindertehuizen en internaten wonen weeskinderen of kinderen, wier ouders uit de ouderlijke macht zijn ontzet. Maar de duizenden en duizenden Russische kinderen die van huis weglopen omdat moeder drinkt en vader slaat staan nergens geregistreerd. Het woord bezprizorniki roept associaties op met de revolutie en de Tweede Wereldoorlog, toen het er vele honderdduizenden waren, die in hongerige zwermen treinen overvielen. In de loop der jaren werden ze opgevangen, gewassen, ontluisd en gedisciplineerd en het woord bezprizornik raakte in vergetelheid.

Inmiddels heeft het probleem een nieuwe dimensie gekregen. De overgang van communisme naar kapitalisme, de stijgende armoede, de immense drankzucht, met name in arbeidersgezinnen waar men zich vastklampt aan banen die steeds onzekerder worden, het ligt voor de hand dat kinderen de dupe zijn. Je ziet ze dan ook in parken en op stations, bedelend bij de hotels en in metrotunnels. Ze snuiven lijm, drinken hun honger weg en beroven bedelaars. Ze doen klusjes voor de mafia en worden regelmatig door de politie opgepakt. Die scheert ze kaal en stopt ze in een kindertehuis, totdat ze weer op straat belanden.

Russische kindertehuizen zijn een Dickensiaanse kinderschrik. Strakke discipline, schoolsheid en heropvoeding roepen eerder associaties op met gevangenissen dan met de warmte van een plaatsvervangend gezin. In Petersburg (4 miljoen inwoners) zijn 31 kindertehuizen en 6 internaten met in totaal ongeveer zestienduizend kinderen. Sinds kort bestaan er een stuk of vijf onafhankelijke kinderopvanghuizen voor zwerfkinderen, een eerste poging om, naast de speciale huizen van bewaring voor minderjarigen enig soelaas te bieden. Het zijn privé-initiatieven en die hebben in Rusland nog steeds veel last van kinderziektes en bureaucratische tegenwerking. Er is geen geld, geen woonruimte en weinig goodwill. Er is wel veel afgunst, veel onervarenheid en wanorde. Er is achterdocht en met name veel kwaadsprekerij. Het is, kortom, zoals in het hele land en dat zal nog wel even duren.

Inmiddels komt er bij Nina en Galina weer een ventje binnenstappen. Hij stelt zich plechtstatig voor als Aleksandr Nikolajevitsj Pimenov en de dames schieten in de lach. ""En waar woont u dan wel, meneer Pimenov?'' informeert Nina belangstellend. Sasja komt uit Moskou en is door zijn moeder zonder cent op zak op de trein gezet, met een papiertje met dit adres erop. ""Ze zei: Ga daar de zomer maar doorbrengen'', verduidelijkt hij. En hoe moet je dan weer terug? ""Geld verdienen en een kaartje kopen.'' Nina fronst haar wenkbrauwen. De deur zwaait open en er stommelt een delegatie van het Finse Rode Kruis binnen, met kleren en medicijnen. Ze knikken beleefd en worden rondgeleid. In de keuken gluren ze in de reuzepan met vermicelli. Ze fotograferen de uitgewoonde slaapkamers, inspecteren de geel uitgeslagen badkuip en glimlachen vaag en verlegen. In hun kielzog duikt een directrice van een kindertehuis op, die komt kijken of er voor haar eigen armoedje nog iets van de westerse gaven overschiet.

De jongens hangen intussen op de stapelbedden, kaarten en slaan liederlijke taal uit. Andrjoesja reageert het bezoek van zijn moeder af door als een razende om zich heen te meppen. De bedden steunen en kraken onder het geweld van de dansende en duwende lijven. ""Hé, hoerezoon, vuile flikker'', treitert Sergej de lange Andrej, die vals speelt bij het kaarten. De kleine Rasim, vluchteling uit Baku, krijgt van zijn kamergenoten te horen dat hij binnenkort hardhandig besneden zal worden en Allah mag smeken hem zijn voorhuid terug te geven. Rasim grijnst van oor tot oor en stort zich midden in de vechtende kluwen. Als de jongens mij in hun schuttingtaal beginnen te betrekken, loop ik naar de meidenkamer.

Daar krijgt Vika (14) het vervolgens aan de stok met de dikke Ljoeba, die het magere meisje makkelijk onder haar gewicht kan verpletteren. Maar Vika heeft geleerd om van zich af te bijten. ""Ik ben van school getrapt omdat ik zo agressief ben'', legt ze ter verduidelijking uit. Ze heeft een spits muizesmoeltje met rode eczeemvlekken en peenkleurig piekhaar. Ondanks de kibbelarijen bevalt het haar goed in de Blauwe Raaf. Vika is het huis uitgevlucht omdat vader en moeder altijd dronken waren. Ze kreeg teveel klappen. Met een vriendinnetje sliep ze in kelders en trapportalen. Ze leefden van de verkoop van oude rommel. Het was koud en vies en hongerig. ""Mijn vader ging de pijp uit, van de drank, denk ik zo. Toen hebben mijn drie broers mijn moeder het huis uitgejaagd. Zij zwerft nu ergens rond. Ze komt me af en toe opzoeken.''

Met haar broers kan ze het ook niet vinden. Die drinken immers. Ze houdt alleen van paarden. Haar mooiste tijd was vorige zomer, toen ze met een oude knol toeristen door de stad mocht rijden. ""Ik verdiende honderd roebel en kon ook nog gratis zelf rijden! Maar toen de pony eens op hol sloeg en met zijn hoeven begon te slaan, begreep ik al: Oh, oh, foute boel! Toen hebben ze me weggejaagd'', zegt Vika spijtig.

Zakkenvuller

De Blauwe Raaf heeft geen warm water om de smerige kereltjes schoon te houden. Een kindertehuis mag namelijk, o wonder van Sovjet-logica, geen gas-aansluiting hebben met het oog op ongelukken, en geld voor een elektrische boiler is er niet. En dus marcheert de hele troep een keer per week naar het badhuis en koken ze hun kleren in een pan op het fornuis. ""En dan'', zucht een van de begeleiders, ""komt de inspectiecommissie van de gemeente en zegt met opgetrokken neus: Het is hier vies, u beantwoordt niet aan de sanitaire normen.''

De Blauwe Raaf leeft voornamelijk van buitenlandse giften. Dat zet kwaad bloed. In Rusland heb je dan onmiddellijk de roep van zakkenvuller, en als die roep maar sterk genoeg is, is er in dit land van chaos aan ieder wel een vlekje te vinden. Stelen is de kinderen zelf trouwens niet vreemd, evenals drinken en roken. In huis is het verboden, maar het loopt wel eens uit de hand. ""De belangrijkste huisregel bij ons is: Val elkaar niet lastig'', zegt Inna, directrice van de Blauwe Raaf. ""De kinderen wegsturen doen we zelden. Niemand zou het ons kwalijk nemen, maar we kunnen ze niet terugverbannen naar de kelder. Ze moeten om elf uur 's avonds binnen zijn en de begeleider controleert of ze hier overnachten. We verdedigen ze tegenover de politie, al kunnen we natuurlijk geen criminaliteit tolereren.''

Sommige kinderen gebruiken de Blauwe Raaf als hotel, ze komen 's winters als het koud is en 's zomers lopen ze weer weg. Dat zijn de ""zwervers voor het leven''. Behalve met stelen verdienen ze bij met autowassen, vrachtwagens lossen en prostitutie. ""We dachten dat dat laatste vooral een probleem van de meisjes was, maar het zijn juist de jongens die zich hiervoor lenen. Veel invloed heb je er niet op, het verdient te goed. De kinderen hebben soms meer geld op zak dan wij in een maand verdienen.'' De jongens met de kaalgeschoren koppen hebben gezeten. Als ze door de politie worden opgepakt, gaat de tondeuse over alle kruinen. Dat maakt ze bij ontsnapping ook makkelijker herkenbaar.

In de gang ontstaat nu commotie. Petja deelt handenvol dure lollies uit. Hoe kom je daaraan?, vraag ik. ""Gekocht'', zegt hij trots. Hoe kom je aan dat geld? ""Verdiend!'', roept hij. Hij trekt een dik pak roebels uit zijn binnenzak en spurt de trappen af. Met een snoekduik neemt hij de laatste treden en verdwijnt om de hoek van de deur. Buiten schijnt de zon en lokt Petersburg, met zijn handeltjes en wandeltjes, met zijn dronkelappen die een makkelijke prooi zijn voor grijpgrage vingertjes. Vóór de voordeur zit de kleine Sergej naast de krantenverkoopster in het zonnetje. Hij weet niet of hij zeven is of tien. Zijn ouders hebben hem gedropt. Zijn adres is hij vergeten. ""Volgende week krijg ik een katje'', zegt hij dromerig. De krantenverkoopster aait hem over zijn luizenbol.

Tralies

Aan de Sedovstraat staat een ommuurde gevangenis met witte tralies voor de ramen. Het is de Dag van de Onafhankelijkheid van Rusland, maar de chef van het speciale Huis van bewaring voor minderjarigen is toevallig op zijn post. De gevangenis krijg ik niet te zien, daarvoor is toestemming nodig en ik ben gewoon maar binnen komen vallen. Maar Vladimir Sjibajev wil me wel even uitleggen hoe het zit. De gevangenis heeft een capaciteit van 150 kinderen, er zitten er nu 50; sommigen in voorarrest, anderen zijn weggelopen van huis. Door de gevangenis spoelen per jaar zo'n drieduizend kinderen. Het is geen wonder dat er zoveel zwerfkinderen zijn, zegt Sjibajev. Alle vroegere communistische jeugdverenigingen en clubhuizen zijn gesloten, ze kunnen nergens meer heen. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft het probleem er nog groter op gemaakt. Door al die grenzen en visa wordt het steeds moeilijker weggelopen kinderen weer thuis te bezorgen. ""De staat dwingt de kinderen tot criminaliteit. Zolang het de ouders niet goed gaat, kan het de kinderen ook niet goed gaan.'' Hij laat een onbeholpen briefje zien waarop met hanepoten staat geschreven: ""Ik kan mijn dochtertje Oksana (6 jaar) niet meer onderhouden. Werk heb ik niet en zal ik ook niet krijgen. Zelf drink ik en wil niet dat ze mijn slechte voorbeeld volgt. Laat Jeltsin haar maar opvoeden!'' Zo worden kinderen hier afgeleverd, zegt Sjibajev.

Als ik de nieuwe kinderopvang ter sprake breng, loopt Sjibajev rood aan. Die huizen moeten allemaal met onmiddellijke ingang gesloten worden! De leiding leeft van giften uit het buitenland en steekt alles in eigen zak. Ik denk toch zeker niet dat die kinderen daar iets van te zien krijgen? Is het me dan niet opgevallen dat het personeel daar in westerse kleren loopt en voortdurend naar het buitenland reist? Ze hebben geen opleiding, klungelen maar wat aan en komen allemaal als vliegen op de pot met stroop af. Hij kan me voorbeelden geven van kinderarbeid en misdaad... ""Laatst kwam er iemand van de gemeente hier zestien kinderen halen om zo'n huis te vullen, omdat er een buitenlandse delegatie op komst was!''

De moed zinkt me in de schoenen, altijd maar weer die kwaaiigheid en die afgunst. Van de weeromstuit beticht ik hem van ordinaire jaloezie en de adrenalinespiegel stijgt aan weerskanten. ""Nee'', zegt Sjibajev trots, ""wij hebben jullie hulp niet nodig, we doen het zelf wel. Bij ons komen de kinderen niks te kort.''

Nu wordt een elfjarig blond knulletje binnengebracht. Hij is van huis weggelopen en heeft op het dorp de bus gepakt, op zoek naar tante Zjenja in Petersburg. Maar hij kon haar niet vinden en gisteren is hij door de politie opgepikt. Hij gaat stil in een hoekje zitten, zijn blauwe schooluniform nog aan. ""Zo knaap'', zegt Sjibajev vriendelijk, ""waar kom jij vandaan?'' De jongen mompelt de naam van een dorpje. Op de vraag of hij naar huis wil knikt hij instemmend. ""Heb je honger?'' vraag ik en weer knikt hij. ""Heeft de politie je dan niks te eten gegeven?'' Hij schudt krachtig van nee. Besmuikt snijden de agenten een ander onderwerp aan.

Heilig

In een oud koud schoolgebouw in een industriële bocht van de Neva is nog een kinderopvanghuis gevestigd. Of het nu Selena heet of het Tehuis van de Heilige Jefimia, daarover lopen de meningen uiteen. De conclusie dringt zich op dat de directrice, Zinaida Jefimovskaja, zichzelf middels de naam van haar kindertehuis bij leven reeds heilig heeft verklaard. In Rusland zijn nu eenmaal alle remmen los.

Jefimovskaja adopteerde ooit zelf drie kinderen - in Rusland een enorme prestatie - en daaromheen ontstond langzamerhand een groep vriendinnetjes die te groot werd voor haar eigen woning. Toen kraakte ze de school. In het tehuis wonen inmiddels dertig meisjes, en nog dertig komen overdag in de werkplaats lappen poppen maken voor de verkoop. Volgens politiechef Sjibajev wordt hier grof geld verdiend met kinderarbeid. Als ik binnenkom is het huis in rep en roer. Een groep Schotse scholieren is op bezoek en staat op het punt als teken van vriendschap een muur te slopen om twee kamers tot één grote feestzaal om te toveren. Ze zijn allemaal even schutterig, de Schotten en de Russische meisjes, van wie er sommigen een baby op de arm hebben. Terwijl de Schotse kinderen aan tafel gaan om met tegenzin in de borden met ondefinieerbare meelballetjes te prikken, hokken de Russische meisjes, en een enkele aangewaaide snotneus, in het koude halletje om een sigaretje te roken. Ze hebben al het een en ander meegemaakt, dat zie je aan hun grote, starende ogen. Gelachen wordt er niet. Of ze het hier naar hun zin hebben? Och ja, schokschouderen ze gelaten. De directrice heeft de wind er onder. 't Is altijd beter dan op straat.

Natasja neemt me mee naar haar kamertje om haar drie maanden oude dochtertje te laten zien. Natasja is opgegroeid in een kindertehuis. Haar ouders schijnen elkaar om het leven te hebben gebracht, maar het fijne weet Natasja er niet van. Van een vriendje kwam een kindje en toen ze drie maanden zwanger was kreeg ze een ernstig auto-ongeluk. Ze ging ervan uit dat haar baby het ongeluk niet had overleefd en dat was eigenlijk een grote opluchting. Maar Ksenja kwam gezond ter wereld en Natasja verliet na negen maanden het ziekenhuis, zonder geld, zonder vriend, zonder dak boven haar hoofd. Nu ligt Ksenja met steenkoude vingertjes te stralen in haar ledikant, want de stadsverwarming gaat hier op 1 mei onverbiddellijk af, al komt de wind nog zo gemeen over de Neva aanrazen.

Svetlana Borisenko werkt sinds een paar maanden in het tehuis. Ze is ingenieur en hoorde vorig jaar voor het eerst van het bestaan van de zwerfkinderen. ""Ik stond perplex. Ik dacht dat dat iets van de jaren dertig was. Ik kreeg last van mijn geweten, of hoe je het noemen wilt, en ben gestopt met achter de computer zitten. Hier kan ik misschien iets nuttigers doen. Ik krijg soms wel eens de indruk dat er in Rusland geen normale mensen meer wonen. Het is ieder voor zich en God voor ons allen. Ik herken mijn eigen land niet meer.''

De Schotten hebben hun meelspijzen inmiddels met lange tanden naar binnen gewerkt en overhandigen een envelop met zevenhonderd bij elkaar gesprokkelde dollars en een zak met roggezaad voor de schapen, die gekocht gaan worden voor de boerderij die eigendom is van de familie van Jefimovskaja. Sjibajevs woorden over kinderarbeid spoken door mijn hoofd als ik de lappen poppen bekijk die de meisjes maken. Op de "Informatiebrief' voor toekomstige sponsors staat een wonderlijke zin: ""Het tehuis Jefimia is een privé-instelling van Zinaida Jefimovskaja.'' De eigendomsverhoudingen zijn in Rusland nog lang niet uitgekristalliseerd. Wat deze frase betekent voor de pecunia van Huize Jefimia kan ik niet meer aan Jefimovskaja vragen. Met de Schotse schoolklas heeft ze inmiddels het pand verlaten.

De volgende ochtend krijg ik van de politie toestemming om het Huis van bewaring voor minderjarigen aan de Sedovstraat te bezichtigen. Maar het komt er niet van. Een telefoontje leert dat politiechef Sjibajev met alle jeugdcrimineeltjes en weglopers onverwachts de stad uit is. De gemeente heeft nog ergens een potje gevonden om een vakantiereisje voor ze te financieren.Sjibajev laat zich verontschuldigen. ""U moet begrijpen,” zegt de perschef van politie, “dat de kinderen bij ons vóór alles gaan!”