Het eeuwig misverstand tussen Britten en Fransen

De Britse auteur van de bestseller A year in Provence betaalt een hoge prijs voor de roem. Niet alleen belegeren toeristen zijn boerderij in de Lubéron, maar ook wordt hij beticht van onzuivere berichtgeving over mensen “die hij niet schijnt te kennen”.

MENERBES, 31 JULI. Een klein boek over het leven in en rond Menerbes, een fraai op een langgerekte rots gelegen dorp in de Provence, heeft geleid tot een vete tussen twee Engelse schrijvers en een invasie van toeristen uit Engeland, Nederland, de Verenigde Staten en andere landen. A year in Provence - een bestseller die in zeventien talen, inclusief Japans en Koreaans, is vertaald - heeft zijn auteur, Peter Mayle, een fortuin opgeleverd. Maar in Menerbes en omliggende dorpjes in de Zuidfranse Lubéron is hij omstreden.

De meeste Fransen in dit "zonnige zuiden' zijn onkundig van de drôle de guerre tussen de rosbifs zoals Britten in Frankrijk vaak worden genoemd. Zij weten alleen dat het boek van Mayle, het vervolg Toujours Provence en een twaalfdelige BBC-televisieserie over Mayle's ervaringen in de Provence, tot een jaarlijks terugkerende horde van toeristen hebben geleid die de café's en restaurants bezoeken die Mayle beschrijft. De betrokken exploitanten varen er wel bij, maar ze weten, soms vaag en soms heel precies, dat er iets niet deugt met Mayle.

Roem heeft nadelen: vele bewonderaars kwamen met het boek in de hand de oprijlaan van Mayle's verbouwde mas (boerderij) op om hun held te kunnen zien. En zijn opponent in de al twee jaar durende vete, de journalist/schrijver Paul Eddy, kreeg al eens glurende toeristen voor het raam van zijn huis in de Rue du Portail Neuf, hoog in het dorp: “Kijk eens, ze lunchen”. Mayle en Eddy zijn voor deze toeristen wat de inwoners van Menerbes in Mayle's boeken zijn - exotische vissen in een kom, wezens die je niet begrijpt maar bekijkt.

Peter Mayle (53) werkte vijftien jaar als copywriter, eerst in Londen en later aan Madison Avenue in New York, voordat hij in 1986 voor 1,9 miljoen francs (ca 650.000 gulden) zijn boerderij kocht, aan de rand van een bos, op vier kilometer van Menerbes. Hij ziet er nog steeds uit als iemand uit de reclame met zijn kort grijze haar en een ronde metalen bril. Zijn Engels is niet langer Brits maar "transatlantisch'. Hij leeft er sindsdien, met zijn derde vrouw Jennie, en drie honden die verhinderen dat men de deurbel kan bereiken.

A year in Provence is een soort dagboek, verdeeld in twaalf hoofdstukken, één voor elke maand, waarin hij met toegestane literaire vrijheid in puntige reclame-stijl (“een gemene, oude, vos-etende boer met een gezicht in de kleur van haastig gebakken biefstuk”) zijn belevenissen beschrijft tussen de Provençalen die voortdurend eten en wijn en pastis drinken.

Zijn Londense uitgever zag er aanvankelijk niet veel in. De eerste oplage was 3.000. Maar toen The Sunday Times het boek als feuilleton publiceerde, steeg het snel naar de top van de Britse en Amerikaanse bestsellerlijsten en bleef 61 weken nummer één op The Sunday Times paperback-lijst. Van dit boek en het vervolg Toujours Provence, dat algemeen van mindere kwaliteit wordt geacht, zijn twee miljoen exemplaren verkocht.

Toen autobussen met Britse nummerplaten in groten getale arriveerden in de Luberon - het fraaie nationale park waarin Menerbes ligt - sloeg de Britse chic die hier en in de wat wijdere omgeving al langer woont, de schrik om het hart. Lady Young of Dartington, die nabij Aix-en-Provence een huis heeft, sprak namens vele in de Provence woonachtige Britse "oude rijken', toen ze het boek een "ramp' noemde, omdat “miljoenen hier naar toe zullen komen zoals in het Lake District”. Ook de Parijzenaars die hier een tweede huis hebben, vreesden een Britse invasie. Het viel allemaal mee en “het ergste is nu over”, zegt Françoise Doucet, de jeugdige apothekeres van Menerbes, die Mayle's boek niet kent - het is niet in het Frans vertaald.

“Bovendien heeft het ons extra omzet en werk opgeleverd”, voegt Françoise eraan toe. “Mijn man verdiende als technicus goed toen de BBC hier in de buurt het boek verfilmde.” De tv-mensen huurden voor 800 Britse pond (3.000 gulden) per dag een verbouwde boerderij van een rijke Parijzenaar, vernielden de keuken en enkele vertrekken (en herstelden die na afloop keurig) om Mayle's ervaringen met de wispelturige bouwvakkers uit de Luberon - de rode draad in zijn boek - getrouw in beeld te brengen. Plaatselijke makelaars kregen vorig jaar tientallen aanvragen om informatie over huizen, maar uiteindelijk wisselden maar weinig huizen van eigenaar. Het geringste huis in Menerbes kost immers al gauw drie ton. Het duurste, een kasteel, werd dit jaar voor twee miljoen pond verkocht.

Een paar huizen van de apotheek verwijderd bewonen Paul Eddy en Sara Walden een prachtig gerestaureerd huis dat een wijds uitzicht biedt over de vallei met zijn druivenplanten en, zoals Mayle schrijft, "honingkleurige' boerderijen. Eddy, een 48-jarige schrijver en onderzoeksjournalist voor The Sunday Telegraph, geldt als een van de aanvoerders van de "AMM', de "Anti-Mayle Maquis'. In een aantal artikelen, onder andere in The Daily Mail en The Times, en in een tv-programma op Channel Four (Nachtmerrie in de Provence) heeft Eddy zijn bezwaren tegen Mayle scherp uiteen gezet. Het belangrijkste is de "hooghartigheid' van Mayle, “de altijd geniale, de altijd tolerante, culturele Engelsman” (citaat uit zijn Times-artikel). En: “Hij schrijft wreed over mensen die hij niet schijnt te kennen en om wie hij blijkbaar weinig geeft; tot zijn groot profijt, zonder twijfel tot plezier van zijn lezers, maar ten koste van mijn en zijn buren.”

Op het ruime balkon drie hoog, tussen zijn huis en de belendende steil oprijzende rots, geeft Eddy - die volgens Mayle altijd goed is voor een paar snotty quotes in Britse kranten - een voorbeeld. “Mayle beschrijft het Café du Progrès, het enige café in Menerbes, als een "nachtmerrie voor een binnenbuisarchitect' met "duister' schilderwerk en een misselijkmakend toilet dat met veel lawaai "spettert en gorgelt'.” Tot overmaat van ramp staat de vrieskist met ijsco's vlakbij dit toilet en is Georges Cazeneuve, de eigenaar, vaak "bars' gestemd, om niet te spreken van zijn twee "onbeschrijflijk vervelende' honden (die er niet meer zijn).

Eddy: “Er is een andere kant die Mayle niet kent. Het café dat elke dag 14 uur open is, zeven dagen in de week, het gehele jaar door, is ook krantewinkel, je kunt er postzegels en formulieren voor kentekenbewijzen kopen en fotokopieën laten maken. Het is ook een soort arbeidsmarkt: 's ochtends komen er boeren langs die een dag tijdelijke hulp nodig hebben. Het café dat al tientallen jaren bestaat (zoals op oude ansichtkaarten te zien is), is een onmisbaar centrum van het dorpsleven. En dat Georges soms bars is, heeft te maken met zijn vrouw die chronisch ziek is. Als ze een slechte dag heeft, is dat aan Georges te merken. Mayle weet dat niet en het interesseert hem niet. Georges heeft hem nog nooit in zijn café gezien.”

Eddy en Mayle geven toe dat hun debat "dwaas' is. Mayle stelt - per fax in antwoord op vragen - tegenover het verwijt van hooghartigheid, dat “deze opvatting niet gedeeld wordt door duizenden mensen (onder wie vele Fransen) die me geschreven hebben, en de Franse regering die me eerder dit jaar een gouden medaille voor bevordering van het toerisme gaf”.

Beide Britten hebben elkaar nooit gezien, maar ze wonen dan ook vier kilometer van elkaar. Mayle in zijn mas leeft niet zoals Eddy tussen de 800 inwoners die Menerbes 's zomers telt (500 in de winter). Hij kent alleen hun namen. Eddy: “Mayle beschrijft het "sunny en funny' Frankrijk, waarin de Britten graag geloven. Hij bevestigt een soort eeuwig misverstand tussen Britten en Fransen. Dat is allemaal niet zo verkeerd, maar hij had de mensen niet met hun werkelijke namen moeten vermelden.”

Voor het succes van zijn boeken heeft Mayle geen afdoende verklaring. “Ik veronderstel dat het deels voortvloeit uit escapisme (misschien versterkt door de recessie) en deels uit een ruim verspreide fascinatie met de Provence die al vele jaren bestaat. Het is ook mogelijk dat mensen getroffen worden door de beschrijving van een leven dat zo scherp contrasteert met het moderne stedelijke bestaan.” Mayle erkent dat “pastis en knoflook cliché's zijn geworden” maar anderzijds zou het “vreemd zijn eten en drinken te negeren, omdat ze zo'n belangrijk en aangenaam deel van het dagelijks leven zijn”.

Mayle is “zeer gelukkig als displaced Englishman” ondanks de tol van de roem. De kritiek van Eddy en anderen leidde onvermijdelijk tot de komst van meer toeristen, mede omdat The Guardian zijn telefoonnummer publiceerde (Mayle heeft nu een ander, geheim nummer) en The Independent on Sunday een (slecht) kaartje afdrukte hoe Mayle's huis kan worden gevonden. Verslaggevers van de Britse sensatiekranten gingen tevergeefs op zoek naar de man die in A year in Provence kikkers de Marseillaise leerde zingen en dat wekte twijfel aan Mayle's betrouwbaarheid.

Mayle sloeg dit jaar terug met een roman, zijn eerste, Hotel Pastis getiteld, over alweer een voormalige ad-man uit Californië die in de Provence een hotel begint. De booswicht in dit verhaal is een zekere Ambrose Crouch, een zeer veel wijn drinkende journalist die zich verzet tegen de pogingen van de zongebruinde held het toerisme te bevorderen. In een dialoog ziet men de bijl van Mayle op het hoofd van Paul Eddy neerdalen: “Jij behoort niet meer tot dit land dan ik en bovendien ben je een hypocriet - al dat gezeur in je column over de nadelen van de vooruitgang; de vooruitgang is prima als hij je uitkomt.”

De man die “tegen alles is wat moderner is dan een ezel” - Paul Eddy dus - glimlacht malicieus op zijn dakterras. “Het boek stond vijf minuten op de bestsellerlijst en verdween toen”, zegt hij gerustgesteld - de Mayle-toeristen zullen niet langs zijn huis komen om Ambrose Crouch te zien lunchen. Voorlopig is alles wel gezegd en is het ergste voorbij, zoals de apothekeres zei. De enigen die dat wellicht betreuren, zijn de eigenaren van Mayle's favoriete restaurantjes en de Belgische bakker en zijn vrouw die langs de weg die omhoog naar Menerbes leidt, een fraai tweetalig bord hebben neergezet: Boulangerie - Bakkerij.

Bakker Fauvaux komt uit Charleroi en zijn vrouw uit Brussel en ze hebben zich kostelijk vermaakt met Daily Mail-verslaggevers op zoek naar autochtonen die geen woord Frans spraken - zoals ze zelf ook maar weinig Vlaams machtig zijn. Maar Nederlandse toeristen die met Een jaar in Provence langs kwamen, stopten natuurlijk vaak bij de bakkerij om een brood te kopen en te vernemen waar Peter Mayle woont. Belgen leven nu eenmaal van taalmisverstanden en de bijbehorende diplomatie. Fauvaux: “Te schrijven dat alle oude mensen hier een baret dragen en een knoflook in hun broekzak hebben, ja dat is ook beledigend, allez.”