Harlingen doet vergeten zeeschilder Baur recht

Tentoonstelling: Woelend water, leven en werk van de zeeschilder Nicolaas Baur (1767-1820). Gemeentemuseum Het Hannemahuis, Harlingen. T/m 19 sept. Catalogus ƒ 32,50.

De maand september van het jaar 1808 moet voor de Friese schilder Nicolaas Baur een gelukkige tijd zijn geweest. Op de eerste tentoonstelling van Nederlandse levende meesters, georganiseerd op instigatie van koning Lodewijk Napoleon, won hij een prijs van drieduizend gulden. De koning schafte dit werk bovendien aan voor vijfhonderd gulden, waarna het kwam te hangen in het Koninklijk Museum, de voorloper van het Rijksmuseum. Baur behoorde in het begin van de negentiende eeuw samen met Martinus Schouman tot de bekendste zeeschilders van het land. Zijn roem heeft langzaam moeten wijken voor die van de twaalf jaar jongere J.C. Schotel, die veel bekender is gebleven.

In Baurs geboortestad Harlingen is hij - zelfs zonder speciaal herdenkingsjaar - gerehabiliteerd en wel in het buitengewoon aardige Hannemahuis. Dit gemeentemuseum heeft zich in enkele jaren ontwikkeld van een verslonste oudheidkamer tot een mooi bescheiden museum. Men treft er een kleine collectie schilderijen aan, voornamelijk portretten, van Friese meesters van de zeventiende tot de negentiende eeuw, er staat meubilair, zilver, en nog wat historisch voorwerpen de scheepvaart betreffende.

Voor ieder die zich in de kunst van omstreeks 1800 interesseert is een bezoek aan "Woelend water' een plezier. In deze periode waren niet alleen de zeeën die Baur schilderde woelig, de tijden waren het ook. Geboren in 1767 maakte Baur de nadagen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden mee. Hij leerde het vak van zijn vader, een niet al te geslaagde portretschilder en kunsthandelaar. De jonge Nicolaas legde zich zoals zo veel schilders in die dagen toe op het behangselschilderen. Grote muurvlakken in de huizen werden bespannen met linnen waarop uitvoerige landschappen waren geschilderd. Een aantal van deze werken van Baur zijn bewaard gebleven. Er hangen er zelfs nog een paar op de oorspronkelijke plaats en ook in het Hannemahuis is een kamer daarmee ingericht. De naden van kast-en bedsteedeuren lopen er dwars doorheen.

Baur legde zich in zijn jonge jaren ook toe op het kleinere werk: de topografie van Harlingen. Op de expositie hangen er verschillende voorbeelden van, rustige stadsgezichten met een wat naëve inslag, in navolging van schilders als Isaak Ouwater. Ook maakte Baur pastels van bewolkte zeeën, waar een verrassende vaart in zit. Maar Baur sloeg een andere weg in, hij werd geen topograaf en ook geen romantisch natuurschilder. Hij liet zich inspireren door de zeventiende-eeuwse Nederlandse zeeschilders en dat was geen toeval. In een algehele herbezinning op de taak van de Nederlandse kunstenaar was de stemming ernaar om de schilderkunst weer op te krikken tot het peil van de Gouden Eeuw. Een richting die krachtig werd gestimuleerd door de overheid, in casu door Lodewijk Napoleon, met een stelsel van prijzen, reisbeurzen, tentoonstellingen en Rijksaankopen.

Nicolaas Baur nam in de tweede helft van zijn carriere de zeeschilders van de zeventiende eeuw tot voorbeeld, met name Ludolf Bakhuysen. Mogelijk heeft hij veel werk gezien dat zijn vader in bezit had. In ieder geval is er een pastel bewaard gebleven die een kopie is van een zeegezicht van Jacob van Ruysdael. Hij schilderde zee-, haven- en riviergezichten. De meeste locaties zijn te identificeren; behalve Harlingen waren dat Amsterdam, Rotterdam, Enkhuizen en Dordrecht.

Hoewel die negentiende-eeuwse schilderijen in compositie sterk op de twee eeuwen oudere meesterwerken lijken, zijn er toch grote verschillen, al is het niet gemakkelijk aan te geven welke. In ieder geval is de verf anders, vlakker, minder intens. Ten tweede is er een verschil in dramatiek. Zowel Bakhuysen als Baur hebben stormachtige zeeën geschilderd, waar bolle zeilen, grillige wolken en verbeten roeiende zeelui op figureren. Maar het is alsof die negentiende-eeuwers de zaak overdrijven, te dramatisch maken. Het knappe van schilders als Simon de Vlieger, Bakhuysen en Willem van de Velde de Jonge was de subtiliteit waarmee ze die stormen of windvlagen hebben weergegeven. Of nog beter: hun keuze van het moment van de omslag, wanneer de wind opsteekt of juist is gaan liggen, of het ogenblik dat de zon doorbreekt of juist schuil gaat. Bij die negentiende-eeuwers is het evident dat het nog uren slecht weer blijft.

Scheepstypes en kleding van de opvarenden wijken op negentiende-eeuwse schilderijen natuurlijk ook af van die van de zeventiende eeuw. Maar op enkele schilderijen van Baur is het thema werkelijk modern, terwijl de schildertrant toch genspireerd is op de zeventiende eeuw. Dat is het geval waar Baur de beschieting van Algiers door een Engels-Nederlands eskader heeft geschilderd. En ook op een ander werk is hij actueel. Dat stelt de aankomst voor van de eerste stoomraderboot in Amsterdam, op 25 september 1816.

Nicolaas Baur heeft de tentoonstelling gekregen die hij verdient. De schaal, de keuze van werk uit verschillende tijden en in verschillende technieken als olieverf, aquarel, pastel en tekening,is zeer geslaagd. En dat alles in de ambiance van het gemeentemuseum van zijn geboortestad. Het kan niet beter.