Geloof en geld verdelen actievoerende schippers

AMSTERDAM, 31 JULI. “Ik raad mijn leden aan de blokkades te verlaten, maar niet ten koste van alles”, zegt onderhandelaar L. Sijbranda van de christelijke schippersbond CBOB. Zijn boodschap is duidelijk: mannen, pak je biezen, mits je buurman klaar staat met een pot teer of een lang stuk hout.

Het is woensdagmiddag als Sijbranda uit de deur van het Promenade hotel in Den Haag een aangeslagen Biesheuvel nakijkt. De bemiddelaar tussen de protesterende binnenschippers en minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is op weg naar het twee minuten verderop gelegen ministerie. Behalve de CBOB heeft niemand zijn voorstel willen aanvaarden. Voor Biesheuvel betekent dit het einde van zijn bemiddeling.

“Een klassieke situatie”, zegt de cultureel antropoloog dr. J. Verrips van Universiteit van Amsterdam, die onderzoek heeft gedaan naar de geschiedenis van de Nederlandse binnenvaart. Hij schreef er het boekje "Als het tij verloopt ...' over. “In ieder conflict zie je dat de CBOB zich als eerste terugtrekt, zeker als de acties een harder karakter krijgen.”

In de komende dagen is het grootste probleem voor de schippers dan ook niet hoe weer met Maij-Weggen in gesprek te geraken, als wel hoe de gelederen gesloten te houden, meent Verrips. “De geschiedenis leert dat binnenschippers na vier weken actie voeren altijd kampen met onderlinge verdeeldheid.” Dat cruciale moment nadert; aanstaande maandag gaan de schippers hun vijfde actieweek in.

Het geloof mag dan bijdragen aan de verdeeldheid, de geldschieters mogen ook niet uit het oog worden verloren. “De mensen met een omvangrijke hypotheek op het schip worden ongeduldig. De bank vraagt zich af waar het geld blijft. Terwijl de jongens die hun schip vrij hebben, de acties willen verharden.”

De CBOB, die deze week uit het schippersfront stapte, dankt zijn bestaan aan het weigeren nog langer aan acties deel te nemen. Na de Eerste Wereldoorlog besloot een aantal protestante schippers zich af te splitsen van de Algemene Schippers Bond (ASB). Protesteren zoals die heethoofden van de ASB dat deden, ging de protestanten veel te ver.

Ook de katholieke schippers besloten hun eigen weg te gaan. Weliswaar onder druk van voormannen van de rk kerk, die dreigden geen absolutie meer aan de actievoerders te verlenen. Zij richtten Sint Nikolaas op.

De confessionele clubs vielen vrij snel in een diepe slaap. Andere schippers richtten om de haverklap organisaties op. Een middag vergaderen in een laadruim leidde al snel tot een eigen bestuur en een eigen bond, die in het zelfde straffe tempo roemloos verdween.

Toen in 1975 de Onafhankelijke Schippersvakbond (ONS) ontstond, schrok het wereldje op. De bond werd geboren uit ontevredenheid over de handelswijze van de CBOB, dat zich nauwelijks sterk maakte voor een wettelijke status voor de evenredige vrachtverdeling, waarbij vracht binnen Nederland via de schippersbeurs wordt aangeboden.

Woedende schippers besloten tot een blokkade van de Maas die van wal tot wal reikte. De ONS, die de actie met veel vuur leidde, zogen honderden schippers naar zich toe, waaronder CBOB'ers.

Tussen de CBOB en de ONS - nu de grootste twee organisaties van kleine zelfstandigen in de binnenvaart - is het nooit honderd procent goed gekomen. Verrips: “Het heeft te maken met instelling. De ONS is een bond van arbeiders geneigd tot onderlinge solidariteit. Daarentegen is de CBOB een bond van ondernemers, die sneller geneigd zijn afspraken met de verladers te maken”. De overige "snipperbondjes' cirkelen er omheen.

De versnippering in de binnenvaart komt de acties zeker niet ten goede, erkent Verrips. “En de overheid weet dat. Kwestie van uitroken.” Maar de buitenwacht zou tevergeefs op de noodzaak van een solidair front wijzen. Daarvoor zijn de verschillen in de branche te groot, weet de cultureel antropoloog. Arbeider tegen ondernemer, protestant versus katholiek, Rijnbaron tegenover beurtschipper.

Bovendien is er nog de ingebouwde weerstand tegen autoriteiten en daarbij horend gedrag. Bestuurders en actieleiders lopen al snel de kans zich van de schippers te vervreemden. De schipper die een bestuurlijke functie bij een bond aan de wal krijgt, is binnen de kortste tijd "gecorrumpeerd' en vervolgens uitgerangeerd.

Zo gesloten als een oester. Verrips: “De schippers zien zichzelf als het centrum van de wereld. Ze zijn conservatief, hetgeen mede voortkomt uit het feit dat de meeste schippers nauwelijks opleiding hebben genoten”. Dat conservatisme zou zich uitten in het niet willen aanpassen van de schepen aan moderne technieken en in rebellie. “De schippers zijn niet rebels om een revolutie te ontketenen, maar juist behoudzuchtig.”

En de schippers zouden nu - letterlijk - vechten om hun levenswijze te behouden. “De felheid komt doordat niet alleen het werk, maar óók het leven wordt bedreigd.” Wie failliet gaat, verliest niet alleen zijn baan, maar ook zijn huis.

Opmerkelijk is dat de schippers voorop lopen als het om gelijkwaardige behandeling van vrouwen gaat. De schippersvrouwen verrichten werkzaamheden waarover feministes alleen nog maar durven schrijven. Maar het gaat om gedeeltelijke gelijkwaardigheid, benadrukt Verrips. “Zodra beiden binnen zijn, gaat de man zitten en roept hij: Is er nog koffie?”