EMS-crisis bewijst noodzaak één EG-munt

AMSTERDAM, 31 JULI. De valutahandelaren draaiden gistermiddag na een gedenkwaardige en hektische werkdag vermoeid het licht uit. In de wetenschap dat het ze het Europese Monetaire Stelsel (EMS) een gevoelige klap hadden toegebracht begonnen ze aan hun weekeinde. Op dat moment begon het zware werk voor de Europese politici. Hoe moeten zij reageren op de chaos die de handelaren hebben achtergelaten?

De vragen waarvoor de Europese regeringsleiders en de directeuren van de centrale banken zich dit weekeinde gesteld zien zijn majeur. Kunnen ze de Europese samenwerking op monetair gebied redden? Is hun droom over één Europese munt, voorzien in het zo fel bevochten Verdrag van Maastricht, nog wel een stuiver waard? Zullen de onderlinge politieke verhoudingen bestand blijken tegen de huidige crisis, of zullen meningsverschillen over de te volgen koers ontaarden in politieke moddergevechten. Vers moeten nog de herinneringen zijn aan de September-crisis toen de Britten en de Duitsers publieklijk slaags raakten nadat het pond noodgedwongen het EMS had verlaten. Zullen nu de Fransen en de Duitsers gebrouilleerd raken en de voor de EG zo vitale as Bonn-Parijs beschadigen?

Om de chaos onder de knie te krijgen kunnen de politici kiezen uit verschillende maatregelen, die allen onaantrekkelijke kanten hebben. Alle aandacht gaat vandaag en morgen dan ook uit naar tekenen dat het monetaire comité van de EG bijeen is om zich te beraden op het wisselkoerssysteem. Achter de schermen wordt gestreden om de keuze uit het kwaad.

De spelregels van het EMS schrijven een herschikking voor van de onderlinge koersverhoudingen als interventies van centrale banken de munten niet op hun voorgeschreven niveau kunnen houden. Herschikking is een ongevaarlijk woord voor devaluatie. De vraag is alleen: wie devalueert? Om rust binnen het huidige stelsel te krijgen zouden de peseta, de escudo, de Deense kroon, de Belgische frank en de Franse franc in waarde moeten dalen ten opzichte van Europa's sterke munten, de gulden en de mark. Het Britse, in valuta-kwesties gespecialiseerde, onderzoeksbureau IDEA gaat uit van devaluaties van 5 à 7 procent. Een andere mogelijkheid is dat de sterke munten revalueren. Dat zou de landen met een zwakke munt gezichtsverlies besparen. Vooral de franse premier Balladur zou daarmee uit een netelige situatie worden gered: hij heeft zijn lot verbonden aan het niet devalueren van de franc.

Een herschikking kan echter niet alles oplossen. Spanje devalueerde in het afgelopen jaar tot twee maal toe, maar dat kon niet verhinderen dat de peseta telkens weer onder vuur kwam. Dat geldt ook voor de escudo. Devaluaties hebben in theorie het voordeel dat de rente omlaag kan, maar in de praktijk is een gedevalueerde munt nog lange tijd verdacht: het kan nog een keer gebeuren. Daarbij importeert een land met een in waarde gedaalde munt inflatie in de vorm van hogere importprijzen. Beleggers willen een vergoeding voor die risico's, zodat de rente niet al te veel omlaag kan en sommige gevallen zelfs stijgt. Bovendien ondermijnen permanente herschikkingen de raison d'etre van een systeem dat stabiele wisselkoersen wil garanderen.

Twee landen kozen in september vorig jaar voor een andere weg. Italië en Groot-Brittannië verlieten in september op zwarte woensdag het wisselkoerssysteem en lieten hun munten voortaan vrij zweven. Zij wijzen nu op de vrijheid om de rente omlaag te brengen, die in Groot-Brittannië het economisch herstel zou hebben versneld. Dat is een aantrekkelijk vooruitzicht voor de door recessie en hoge werkloosheid geplaagde Fransen. Als nu ook Frankrijk voor die optie zou kiezen, zou het EMS in feite ophouden te bestaan. De markt bepaalt dan de waarde van de munten.

Vrije wisselkoersen kunnen op korte termijn economisch voordeel opleveren, maar betekenen politiek een forse achteruitgang voor de EG. De zo fel bevochten monetaire eenwording, waar het wisselkoerssysteem een voorportaal van is, staat dan verder weg dan ooit. De weg die in het Verdrag van Maastricht wordt uitgestippeld naar de Economische en Monetaire Unie, het Europa met één munt, moet dan opnieuw worden gedefenieerd.

De waarde van een munt wordt bepaald door de kracht van de economie en de gezondheid van de monetaire huishouding. Het EMS is in theorie een prachtig keurslijf: wie te veel uit de pas loopt, wordt gestraft met een devaluatie. Maar in de praktijk spelen nu heel andere overwegingen een rol bij de beoordeling van de EMS-munten. Het Ierse punt werdt dit voorjaar volkomen onterecht tot een devaluatie gedwongen, hetzelfde gebeurt nu met de Deense kroon. Het wisselkoerssysteem is een arena geworden, waarin de valutamarkt en de centrale banken hun krachten meten. Paradoxaal genoeg bewijst de huidige valutacrisis hoe belangrijk het is om bij een vrije Europese kapitaalmarkt ook één munt te hebben.